Doorzoek volledige site
29 juni 2016 | TIM JANSSENS

Architectencongres 2016: het Vlaams Bouwmeesterschap geëvalueerd

bOb Van Reeth en Christian Rapp stonden stil bij het verleden en de toekomst van het Vlaams Bouwmeesterschap.

De voorbije twee jaar is de positie van de Vlaams Bouwmeester behoorlijk onder vuur komen te liggen. “Cruciaal voor de architecturale kwaliteit”, vindt de één, “een en al willekeur en favoritisme”, claimt de ander. Op het Architectencongres nodigde NAV in de persoon van ex-Vlaams Bouwmeester bOb Van Reeth en Antwerps stadsbouwmeester Christian Rapp twee éminences grises uit om het bouwmeesterschap streng maar rechtvaardig te evalueren.  

Het was een mooi plaatje daar op de bühne van de Handelsbeurs in Gent, waar moderator Wim De Vilder met bOb Van Reeth en Christian Rapp twee door de wol geverfde architectuurexperts te gast had. Beide heren werden een kwartier lang getrakteerd op enkele pittige vragen omtrent het Vlaams Bouwmeesterschap en antwoordden telkens met veel brio. Op de vraag wat het Vlaams Bouwmeesterschap zeventien jaar na zijn oprichting heeft betekend voor de architectuur in Vlaanderen, counterde bOb Van Reeth bijvoorbeeld meteen met een tegenvraag: “Wat heeft het willen betekenen? Het was aanvankelijk niet gecreëerd om de kwaliteit van de architectuur in Vlaanderen op te krikken, maar wel om het patrimonium van de overheid opnieuw op punt te stellen – naar analogie met de Rijksbouwmeester in Nederland. Nadien heeft de focus zich echter verlegd naar lokale projecten, waar het heeft geleid tot tal van mooie, ‘zichtbare’ realisaties.”

 

De geboorte van de Open Oproep

Hoewel de Vlaams Bouwmeester initieel dus vooral het blazoen van de overheid moest oppoetsen, is zijn beleid gaandeweg vooral tot uiting gekomen in een kleinschaligere, lokale context. Het is ook daar dat het idee voor de Open Oproep ontstaan is, geeft Van Reeth aan: “Toen ik zelf Vlaams Bouwmeester was, kreeg ik van heel wat lokale besturen de vraag hoe ze zelf een architectuurwedstrijd konden organiseren. Zo is de Open Oproep tot stand gekomen. We creëerden iets nieuw en waren nog niet gebonden aan Europese normen, waardoor ik portfolio’s van nationale en internationale architectenbureaus kon opvragen en nadien per opdracht tien kandidaten kon selecteren op basis van diversiteit (zowel qua architectuurvisie als leeftijd en ervaring). Vijf van deze bureaus werden uiteindelijk betaald om een wedstrijdontwerp uit te werken, waarna de opdrachtgever uiteindelijk een laureaat koos. Op die manier is er in Vlaanderen best wel wat gerealiseerd geweest.”

 

Bevordering van de architectuurcultuur

Dat het Vlaams Bouwmeesterschap zijn verdiensten heeft, hoeft geen betoog. Maar heeft het op dit moment nog een meerwaarde? Christian Rapp vindt van wel, al zijn de tijden duidelijk veranderd: “Je kan je de vraag stellen of de Open Oproep onder de huidige Europese aanbestedingsreglementen nog naar behoren functioneert en geen bureaucratische monstermachine aan het worden is. Los hiervan introduceert en evalueert de Vlaams Bouwmeester wel middelen en procedures om de architectuurcultuur en de ruimtelijke ordening in het algemeen te bevorderen, dus als je het ambt opheft, geef je mijns inziens ook het streven naar het optimaliseren en agenderen van architectuur in een ruimer verband op. Ik ben bang dat we in dat geval snel zullen afglijden naar een minder doordacht beleid. De architect moet hoe dan ook opnieuw uitgroeien tot de vertrouwenspersoon van de bouwheer.”

 

 

Culturele dimensie indachtig houden

Het welslagen van een project hangt niet alleen af van de kwaliteit van de architectuur, maar ook van de goede wil van het opdrachtgevende bestuur. bOb Van Reeth werd begin jaren 90 zelf slachtoffer van een politiek machtsspel toen de bouw van het nieuwe Kursaal in Oostende twee dagen na het toekennen van het project werd afgeblazen. Op de vraag of dit symptomatisch was voor de verdere evolutie van onze wedstrijdcultuur, antwoordde hij zonder verpinken dat het beleid al te vaak tekortschiet: “Hoe dikwijls hoor je in een briefing niet welke aspecten belangrijk zijn of lees je in een projectdefinitie wat de culturele ambities zijn, om je dan nadien bij het doorwaden van de juryrapporten te moeten afvragen of het wel om dezelfde wedstrijd gaat. Dat durft hier weleens vreemd verlopen. In de toekomst moet de Vlaams Bouwmeester lokale besturen dan ook ondersteunen bij de organisatie van wedstrijden. Het is immers cruciaal dat ze de culturele dimensie van bouwen indachtig houden. Het bestaansrecht van een project is niet louter functioneel. De bouwheren daarvan overtuigen, is een erg belangrijke taak.”  

 

Buitenlandse wedstrijdcultuur

Uiteraard kan het altijd beter en zijn er nog heel wat lessen te trekken. Maar gaat het er in onze buurlanden dan zoveel gestroomlijnder aan toe dan hier? Christian Rapp legde de link met de wedstrijdcultuur in zijn geboorteland Duitsland: “Optimaal zou ik het niet noemen, maar over het algemeen zijn de opdrachten toch vrij gedifferentieerd en goed gedefinieerd. In de klassieke wedstrijdmethode zijn de honoraria en de prijsmarges voor diverse soorten projecten bij wet vastgelegd en zijn de vergoedingen dus gegarandeerd. Het commerciële aspect speelt met andere woorden niet, waardoor architecten zich kunnen toespitsen op de zoektocht naar een optimale architecturale kwaliteit. Hiervoor bestaat een richtlijn van vijftig pagina’s, waarin onder meer bepaald is hoe een jury precies tot stand komt. Deze klassieke architectuurwedstrijden staan echter onder druk van de Europese aanbestedingsnormen. En natuurlijk zijn er daarnaast ook heel wat andere aanbestedingsprocedures in omloop, die elk op een eigen manier kwaliteit nastreven.”

bOb Van Reeth is met zijn bureau AWG regelmatig actief in Nederland. Daar hanteert de Rijksbouwmeester een DBM-procedure voor overheidsgebouwen, vertelde hij: “Hierbij geldt het dialoogmodel, waarbij de kandidaat-architecten doorheen het ontwerpproces nauw overleggen met de bouwheer. Dit is zo intensief dat het uiteindelijke resultaat wel datgene is dat op het eind van de rit gebouwd kan worden. Die cruciale dialoog mis je in veel wedstrijden, zeker in ons land. Het is een relatief complex model, maar het is zeker de moeite waard om dit vanuit NAV eens nader te bestuderen.”