Doorzoek volledige site
01 juli 2016 | AARON EERDEKENS

Minister Sven Gatz looft creatieve Belgische architectuur op Biennale

Het Belgische paviljoen op de Biennale

Op 28 mei werd de Biennale Architettura in Venetië officieel geopend. Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz was één van de talrijke aanwezigen die de opening van het Belgische paviljoen in de Arsenale bijwoonden. Het Belgische team van Bravoure stelt er een selectie projecten tentoon die binnen het thema schaarste passen. De Biennale loopt nog tot 27 november 2016.

Creatief omgaan met beperkte middelen

Minister van Cultuur Sven Gatz vindt het Belgische project alvast geslaagd. "Het thema van het Belgische paviljoen is schaarste en stelt de vraag wat je in tijden waarin je over mindere middelen beschikt nog kan doen als architect", zegt de minister. "In het paviljoen wordt dat aangetoond met eenvoudige zaken, zoals een echte muur gemaakt van stro en een buizeninstallatie die niet meer in de muur is verstopt, maar in een mooie kolom zit. Deze voorbeelden tonen aan dat vlaamse architecten zeer creatief kunnen zijn. Daar is het als architect uitiendelijk ook om te doen. Het gaat erom ervoor te zorgen dat je doet wat de bouwheer vraagt maar dat je toch nieuwe oplossingen bedenkt."

 

Op de grens van economie en cultuur

Architectuur vormt voor minister Gatz ook een belangrijk onderdeel van cultuur in het algemeen. "Architectuur is een buitenbeentje in de culturele sector, het zit zelfs in de buitenbaan. Het is een sector die op grens van economie en cultuur ligt. Architecten zijn vrije beroepers die hun plan trekken. Maar als je het collectief bekijkt en de optelsom maakt van wat Vlaamse architecten doen, zie je dat dit ook uitstraling heeft in het buitenland, waardoor het ook een beetje een exportproduct wordt. Architectuur wordt door veel mensen te vaak gezien als twee stenen op elkaar leggen. Deze biennales dragen er toe bij dat architectuur als een cultureel element wordt gezien in de samenleving, dat het niet alleen dient om ruimtes te creëren, maar ook om mensen te laten samenleven", zegt Gatz.

 

Details herbergen culturele waarde

Wanneer bouwen precies architectuur en cultuur wordt, is ook voor Sven Gatz een moeilijke vraag. "Als iemand dat zou weten, dan hebben we de jackpot gewonnen, denk ik. Waarschijnlijk zal er altijd een grijze zone zijn waarin het ene in het andere overgaat. Functionaliteit blijft een heel belangrijk element in bouwen en architectuur. Maar als het enkel om functionaliteit gaat, wordt het saai. Alles zou er dan hetzelfde uitzien. Volgens mij zijn het de kleine ingrepen van architecten waarin de culturele waarde verscholen zit. Een Italiaanse architect zal dan ook op een andere manier zo'n kleine ingreep doorvoeren dan een Belgische, en een Finse architect zal het nog anders doen", zegt Gatz.

 

Plantrekkerij als geuzennaam

Wat de Belgische architectuur onderscheidt van anderen, is volgens minister Gatz dat er in ons land kleinschaliger wordt gebouwd. "In België zijn er minder grote projecten, wat ons van monotonie kan behoeden. Je ziet dat Vlaamse architecten voor een stuk teruggrijpen naar oudere technieken die opnieuw inzetbaar zijn en die worden heruitgevonden. De grens tussen creativiteit en plantrekkerij is sterk aanwezig in de Belgische architectuur. Plantrekkerij kan negatief klinken, maar in dit geval is het bedoeld als een compliment en een geuzennaam", zeg Gatz.

 

Architectuur als dialoog

Een Belgisch architectenbureau dat momenteel projecten tentoonstelt in de Arsenale kan de minister alvast bekoren. "Ik sta nu al een tijd in contact met architectenbureau 51N4E. Zij hebben zopas na 12 jaar hun toren in Tirana afgewerkt, een grootschalig project. Zij kunnen mij zeker bekoren. Zij zien architectuur niet als een concept met de architect als god die een eindproduct produceert waar de mens dan maar in moet wonen. Ze zien het als een proces, als een dialoog waarin je samen iets nieuws creëert en niet zomaar een plan maakt en het verder ten uitvoer brengt. Daarom vind ik dat zij een brede invalshoek en kijk hebben op architectuur", zegt Gatz.

 

Betonstop niet realistisch

Gatz deed ook zijn zegje in het debat rond het voorstel van de betonstop van Joke Schauvliege. "Iedereen voelt intuïtief aan dat we spaarzaam moeten omspringen met de ruimte in Vlaanderen. We kunnen niet voort op de manier waarop we bezig zijn. Maar tegelijk wordt door het voorstel van de betonstop de illusie gewekt dat we vijftig jaar aan collectief wanbeleid kunnen terugdraaien. Ik denk dat een aantal slimme bijsturingen van architecten op micro- en macroniveau kunnen helpen, maar ik vrees dat het te moeilijk is om de teller terug op nul te zetten. Vanuit een idealistische visie zou ik zoiets zeker willen nastreven, maar ik denk niet dat dit realistisch is. Vlaamse architecten zijn in ieder geval een prioritaire partner om die slimme oplossingen te vinden", sluit Gatz af.