Doorzoek volledige site
17 augustus 2016

Afvoercapaciteit van hanggoten

Uitlooptrechter met een afvoeropening met een diameter van 100 mm voor een halfronde goot met een ontwikkelde breedte van 333 mm. Illustratie | WTCB / CSTC

De in België meest gebruikte dimensioneringsmethoden om de afvoercapaciteit van goten te bepalen, worden beschreven in de Belgische norm NBN 306, de Franse norm NF DTU 60.11 P3 en de Europese norm NBN EN 12056-3. Vermits deze echter uiteenlopende resultaten opleveren, heeft het WTCB een groot aantal proeven uitgevoerd op hanggoten om de beste dimensioneringsmethode te bepalen. Hieruit is gebleken dat de resultaten van de door de Europese norm NBN EN 12056-3 voorgestelde rekenmethode de reële afvoercapaciteit het dichtst benaderen.

Proeven

De proeven werden uitgevoerd op drie types courant gebruikte hanggoten, meer bepaald:

  • drie halfronde goten met een ontwikkelde breedte van respectievelijk 285, 333 en 400 mm
  • twee trapeziumvormige goten met een ontwikkelde breedte van respectievelijk 285 en 420 mm
  • een rechthoekige goot (DIN-formaat) met een ontwikkelde breedte van 333 mm.

De lengte van de goten bedroeg, conform bijlage A van de norm NBN EN 12056-3, telkens 50 maal de goothoogte, wat neerkwam op lengtes begrepen tussen 3,5 en 5,35 m.

De proeven hadden tot doel om de afvoercapaciteit van de hanggoten te bepalen, met andere woorden het maximale debiet dat afgevoerd kan worden zonder dat de goot overloopt. Hierbij werden er verschillende goothellingen in aanmerking genomen: 0 %, 0,2 %, 0,5 % en 1 %. Dit onderzoek had zowel betrekking op goten met een vrije uitstroming (dat wil zeggen met één open uiteinde waarlangs het water ongehinderd kan uitstromen), als op goten die langs beide zijden gesloten zijn met eindstukken en waarbij het water via een afvoeropening geëvacueerd wordt. Deze afvoeropening bestond hetzij uit een rechte tapbuis met een diameter van 60, 80 of 100 mm, hetzij uit een uitlooptrechter met onderaan een diameter van 100 mm (zie afbeelding 1).

 

Proefresultaten

In dit artikel beperken we ons tot de bespreking van de proefresultaten voor de halfronde goot met een ontwikkelde breedte van 333 mm en een lengte van 4,33 m. De overige resultaten zullen in de lange versie van dit artikel aan bod komen.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de maximale debieten die berekend werden volgens de drie voornoemde normen en deze die resulteren uit de metingen op hanggoten met een vrije uitstroming, met een tapbuis van 80 en 100 mm en met een uitlooptrechter. Voor elk debiet wordt eveneens de maximale (horizontaal geprojecteerde) dakoppervlakte aangegeven die aan de goot aangesloten kan worden. We willen erop wijzen dat de Belgische en de Franse norm enkel goten met een helling in aanmerking nemen en dat de Europese norm voor goten waarvan de lengte 50 maal de hoogte bedraagt, geen rekening houdt met de goothelling.

 

Lees dit artikel verder op de website van het WTCB >>