Doorzoek volledige site
07 september 2016

IncubaThor stelt zich open voor spin-offs en starters

De IncubaThor is de eerste realisatie binnen de zone Wetenschapspark op de Thor-site. (Beeld: Yannick Milpas)
Aan de zuidzijde voorzagen de architecten vaste betonnen lamellen als zonwering. (Beeld: Yannick Milpas)
De IncubaThor kwam pal aan het oude mijngebouw te liggen. “Uit respect voor dat gebouw en zijn connotatie wilden we een rustig en strak voorkomen”, geeft Jascha Rondou aan. (Beeld: Yannick Milpas)
“Je ziet eigenlijk maar drie materialen: ramen in antracietkleur, zwarte betonnen panelen op het dek of terras en beige beton”, aldus Jascha Rondou. (Beeld: Yannick Milpas)

Op de voormalige mijnsite van Waterschei in Genk kunnen starters en spin-offs die zich bezighouden met innovatie en onderzoek sinds kort kantoorruimte huren in de IncubaThor. Dat gebouw is de eerste realisatie binnen de zone Wetenschapspark op Thor, een globaal ontwikkelingsproject voor de herbestemming van de site tot hotspot voor technologie, energie en innovatie. Eenvoud en rust kernmerken het complex.

Als het aankomt op economische tegenslagen, heeft Genk haar deel al wel gehad. De opeenvolgende sluitingen van de steenkoolmijnen van Zwartberg (1966), Waterschei (1987) en Winterslag (1988) betekenden niet alleen werkloosheid voor duizenden mensen, maar waren ook sociaal een zware klap. Stad en regio stonden voor de uitdaging duizenden nieuwe banen te scheppen en het stedelijk weefsel opnieuw vorm te geven. Ook vandaag, met de sluiting van de Ford-fabriek, moet de stad op zoek naar duurzame alternatieven voor de verouderde, grootschalige industriële economie. Het Thor-project kadert binnen dit streven. Het is een globaal ontwikkelingsproject voor de herbestemming van de mijnsite van Waterschei. Waar bij C-Mine in Winterslag eerder creativiteit en cultuur centraal stonden, wil Thor op een oppervlakte van 93 hectare onderdak bieden aan denkers en doeners en verbindingen leggen tussen onderzoek, innovatie en ontwikkeling. Omdat het project de stad ook internationaal moet profileren, werd het ontwikkeld volgens een hoogwaardig kwaliteitsconcept op het vlak van omgevingsaanleg en architectuur, met veel aandacht voor duurzaamheid en parkbeheer.

 

Veel vrijheid in ontwerp

De ontwikkeling van Thor is volop aan de gang en moet de komende jaren resulteren in een bedrijvenpark, hoofdgebouw, stedelijk park, T2 Campus (waar opleidingen en vorming centraal staan) en een wetenschapspark. Het masterplan van HUB bakent in dat wetenschapspark elf bouwclusters af, gegroepeerd rond het hoofdgebouw, een vroegtwintigste-eeuws mijngebouw dat fungeert als toegangspoort tot de site. Het plan stelt eisen qua bouwhoogten en volumes, maar laat veel vrijheid toe in het ontwerp van de afzonderlijke gebouwen. POLO Architects won de wedstrijd voor de bouw van een dienstencentrum voor starters en spin-offs op Cluster 1. Het eerste deel van dat gebouw, dat de hele bouwcluster van 75 op 75 meter zal beslaan, is voltooid. Het tweede deel moet er in 2018 staan. POLO Architects bouwt de IncubaThor in opdracht van de stad Genk, de KULeuven en de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM), dat het gebouw ook zal exploiteren.

 

Voor de helft klaar

“Het eerste deel van de IncubaThor, dat er nu staat, beslaat al 45% van de totale cluster”, steekt Jascha Rondou, director bij POLO Architects, van wal. “Met het tweede gebouw, dat perfect aansluit op het eerste, zullen we uiteindelijk 3900 m² kantoorruimte realiseren. Die zal zich spreiden over vier bouwlagen. Er zullen ook twee halfondergrondse parkinglagen zijn, goed voor 120 plaatsen.” Het ontwerp is het resultaat van een zoektocht naar de juiste positionering en oriëntatie van de IncubaThor tegenover het oude mijngebouw. Het creëert bijzondere perspectieven op het erfgoed door uitsnijdingen uit het basisvolume. Een eerste uitsnijding in de zuidwestelijke hoek van het gebouw creëert een overdekt voorplein. Daar ligt ook de hoofdingang van het gebouw. De tweede uitsparing vormt een gemeenschappelijke en informele ontmoetingsruimte in openlucht met gecontroleerde doorzichten naar het mijngebouw. “Doordat dat plein tussen twee gebouwen ligt, konden we ons ontwerp vrij makkelijk in twee delen, in functie van de bouwfasen”, aldus Rondou.

 

Uitdagingen

“Gedurende de ontwerpfase stonden we voor enkele belangrijke uitdagingen”, gaat architect Rondou verder. “In het masterplan van HUB was voorzien om de grond van uitgravingen – voornamelijk steenkoolpuin op deze historische mijnsite – elders op het terrein te herbruiken in de aanleg. De deels ondergrondse parkeergarage resulteerde in een forse beperking van dit grondverzet. Dat de IncubaThor erg dicht bij het oude mijngebouw kwam te liggen, was een tweede uitdaging. Dit pand wordt op termijn omgevormd tot een dienstengebouw voor de nieuwe ontwikkeling, voorzien van horeca, wassalon, kribbe, etc. Maar tegenover zijn uitgesproken en karakteristieke architectuur wensten we ons schroomvol op te stellen. Om niet in concurrentie te treden met het nabije erfgoed heeft de IncubaThor een strak en rustig voorkomen met een helder, beperkt materiaalgebruik. Antracietkleurige ramen, zwarte betonpanelen op het dek en zandkleurige gevelpanelen in beton – nagenoeg identiek van toon aan de natuursteen van het mijngebouw – zijn de tools. Overigens probeerden we ook op een andere manier de link naar het historisch karakter van de site te leggen: de zwarte betonnen platen bezitten een grove korrel, als verwijzing naar de ondergrond. Hier en daar lieten we trouwens een betonnen plaat weg om er duinengras te planten.”

 

Flexibele indeling

Aangezien de gebruikers van de IncubaThor tijdens het ontwerpproces nog niet bekend waren, zijn de kantoren en onderzoeksruimten zo flexibel mogelijk ingedeeld. “De werkunits liggen aan de zuidzijde van het gebouw. We verkozen met vaste betonnen lamellen te werken als zonwering. Ze verlenen een aangenaam, haast doorlopend zicht op de naastliggende bomendreef. In de zomer verhinderen ze dan weer oververhitting van de achterliggende ruimtes.” Aan de noordzijde groepeert het ‘slim generisch plan’ de ruimtes voor sanitair, berging en technieken in een lange strook in de kern van het gebouw. De circulatie is perifeer gelegen langs de noordgevel en kijkt uit op de ontmoetingsruimte (die na fase 2 centraal zal liggen). “Die gevel hebben we dan ook fel beglaasd”, aldus Rondou. De oost- en westgevels hebben een meer gesloten karakter, met ritmisch geschrankte raamopeningen. Ondertussen vonden enkele starters en spin-offs al onderdak in het gebouw. POLO Architects wacht nu op groen licht om fase 2 op te starten.