Doorzoek volledige site
17 november 2010 | RAF LINMANS

UR Architects ontwerpt bezoekerscentrum van Natuurreservaat in Beerse

Onlangs presenteerde UR architects het winnend Open Oproep-project Bezoekerscentrum Natuurreservaat Hoge Bergen-Ekstergoor in Beerse op het event 10x20x20 in de Warande in Turnhout. Een opmerkelijk ontwerp waarbij de architectuur ondergeschikt werd aan de natuur.
Op 12 oktober presenteerde UR architects het winnend Open Oproep-project Bezoekerscentrum Natuurreservaat Hoge Bergen-Ekstergoor in Beerse op het event 10x20x20 in de Warande in Turnhout. Een opmerkelijk ontwerp waarbij de architectuur ondergeschikt werd aan de natuur. 





Het programma van het masterplan omvat drie grote delen: een bezoekerscentrum (met tentoonstellingsruimte, auditorium, cafetaria, kantoor) in de oude hoeve, dienstgebouwen voor het natuurbeheer (veestal, werkplaats, loods) en een educatieve biotopentuin. De bouwheer vroeg expliciet om een low-budget, dienstbare architectuur. De architectuur ondergeschikt aan de natuur als het ware.

Conceptueel wordt er gewerkt met de inzet van bestaande elementen. Bestaande lijnvormige sporen (airstrip, kanaal) leiden tot een strakke ontsluitingsas. De veestal wordt opengemaakt, de dakvorm vermenigvuldigd, alle beheersfuncties worden zichtbaar als machinekamer van het natuurreservaat. Een nieuwe 'spine' maakt van de hoeve één coherent onthaal-gebouw. De biotopentuin toont het precaire proces van nieuwe natuur maken.


    



Uitdaging wordt troef

Het sterk uiteenlopende programma dat verschillende specialismen vergt, maakt een eenvoudig, logisch en samenhangend ontwerp geenszins evident. Agrarische functies moeten in verband en balans worden gebracht met onthaal- en educatieve functies. Een aanzienlijk ambitieniveau - het metterdaad tonen van het belang van natuur en ecologie.

Wat zijn moet wordt gerealiseerd met minimale middelen. Het project laat zichzelf en het natuurreservaat zien met alle bijhorigheden en condities. Natuur en ecologie worden niet voorgesteld als instant resultaten maar als complexe uitdagingen. De architectuur maakt zichzelf niet onzichtbaar, maar neemt een soort natuurlijkheid aan, naar het voorbeeld van de oude agrarische architectuur. Maximaal hergebruik, minimale overbodigheid. Integratie eerder dan presentatie van de thematiek.

Gebruik van uitzonderlijke materialen






Voor de modulaire hallenbouw wordt staal gebruikt met containers uit prefab HSB wandelementen voor functies met binnenklimaat. Daarnaast is halfdoorlatende gevelbekleding van staalgaas of open beplanking (lariks) voorzien. Voor op het loodsdak (3000 m2) worden PV-panelen voorgesteld. Naast de gepatineerde baksteen van de hoeve is de gevel van de 'spine' in rood plankenbekist beton ontworpen. Tenslotte markeert en beschermt een windsingel van grauwe abelen de hoeve.

Ook aan duurzaamheid wordt gedacht

De kantoorruimte en het auditorium worden als doos-in-doos geïsoleerd tot laag energiepeil. In de overige ruimtes houdt men zijn jas of trui aan - 'gepaste spartaansheid'. Verwarming gebeurd op biomassa (houtpellets), het regenwater wordt hergebruikt. Een biologische afvalwaterzuivering is geïntegreerd in de biotopentuin en boven het terras worden horizontale leilinden als zonwering gebruikt.