Doorzoek volledige site
28 november 2016

Monumentaal gebouw waar ooit Napoleon en Mozart overnachtten krijgt grandeur terug

De voorkant van De Tinnen Schotel werd opnieuw voorzien van verticale cannelures op de pilasters en een houten zonwering. (Foto: Rimanque)
De monumentale houten trap in het historische gebouw is vervangen door een betonnen exemplaar, bekleed met hout. (Foto: Rimanque)
De Bachzaal, de nieuwe ondergrondse concertzaal. (Foto: Rimanque)
Via de historische poort aan de grote markt kom je op het binnenplein van de academie terecht. (Foto: Rimanque)
In het gerestaureerde gebouw bevinden zich nu een danszaal, directielokaal, theaterzolder, leraarskamer, vergaderruimte, ruime concertzaal en heel wat kleinere lokalen. (Foto: Rimanque)

Na een renovatie van drie jaar klinkt er weer muziek in De Tinnen Schotel aan de Tiense Grote Markt. Het statige gebouw met rijke historiek is beschermd, en dat maakte van de restauratie geen makkelijke klus. De Academie Regio Tienen is dan ook bij bijzonder fier op haar nieuwe stek. “In onze academie wordt vaak gemusiceerd met eeuwenoude partituren. Het werkt enorm inspirerend voor jonge leerlingen om dat te doen in een gebouw uit die tijd”, zegt directeur Kilian Mineur.

De geschiedenis van De Tinnen Schotel gaat eeuwen terug. Hoewel een bron uit 1477 het gebouw al zou vermelden, wordt algemeen aangenomen dat het werd opgetrokken aan het einde van de achttiende eeuw als een hotel, vermoedelijk naar een ontwerp van de Tiense stadsarchitect Philippe Robiets. Voorname gasten als Mozart, Napoleon en Willem van Oranje zouden er hebben geslapen. Het gebouw fungeerde daarna een tijdlang als burgemeesterwoning, om in 1913 omgedoopt te worden tot het Victor Beauduininsitituut, de technische school van de stad. Sinds 1985 is de afdeling Podiumkunsten van de Academie Regio Tienen (ART) er gehuisvest.

 

Ook nieuwbouw

“Onze site aan de Grote Markt was begin jaren 2000 dringend aan vernieuwing toe. De onderwijsinspectie had al meermaals aangedrongen op actie omdat ons gebouw niet meer voldeed aan de normen om kwaliteitsvol kunstonderwijs te kunnen aanbieden”, zegt Kilian Mineur, directeur van ART. “Toch duurde het tot 2004 eer de beslissing tot vernieuwing van de infrastructuur werd genomen. Er werden vier fases aangekondigd. De eerste twee fases, afgerond in 2010, omvatten de afbraak van de gebouwen tussen De Tinnen Schotel en de bib en de realisatie van een nieuwbouw en een binnenplein op dezelfde locatie. In 2011 startte fase 3: de hoogspanningscabine. In oktober 2013 begon fase 4, oftewel de restauratie van De Tinnen Schotel.” Dat gebouw werd uiteindelijk opgeleverd in juni 2016. Behalve aan heel wat kleinere lokalen biedt het nu plaats aan een danszaal, theaterzolder, leraarskamer, vergaderruimte, ruime concertzaal en een directielokaal. Op elke verdieping is De Tinnen Schotel verbonden met de nieuwbouw, zodat beide gebouwen als het ware in elkaar overgaan.

 

"De nieuwbouw is gebaseerd op een functioneel, rationeel ontwerp, wat resulteerde in een strakke architectuur. Voor de restauratie van het oude gebouw vertrokken we vanuit de bestaande structuren en indelingen. Dankzij enkele weldoordachte, complexe ingrepen vormen beide entiteiten nu één geheel"

 

Eén geheel

Architecten- en studiebureau Rimanque uit Tienen stelde het ontwerp voor de hele reconversie van de site op en begeleidde het project. Voor elk van de vier geplande fases (nieuwbouw, pleinaanleg, hoogspanningscabine en restauratie) werd een gedetailleerd bestek opgemaakt. Jan Van Marsenille, architect bij Rimanque, was vanaf de beginfase bij het project betrokken (2004). De restauratiefase werd mee opgevolgd door collega-architect Lore Tonnet. Van Marsenille: “De uitdaging schuilde vooral in het feit dat we met een geklasseerd gebouw te maken hadden en dat we dus onder toezicht stonden van de dienst Onroerend Erfgoed Vlaanderen. Tegelijkertijd was het programma bijzonder complex: het monumentale, klassieke gebouw en de moderne nieuwbouw, deels gelegen onder het nieuwe plein, dienden een geheel te vormen. De nieuwbouw is gebaseerd op een functioneel, rationeel ontwerp, wat resulteerde in een strakke architectuur. Voor de restauratie van het oude gebouw vertrokken we vanuit de bestaande structuren en indelingen. Dankzij enkele weldoordachte, complexe ingrepen vormen beide entiteiten nu een geheel. De twee trappentorens zijn bijvoorbeeld bepalend voor het ontwerp. Tegenover de monumentale trappenhal in het oude gebouw, die deels gerestaureerd en deels gereconstrueerd werd, staat in het nieuwe gedeelte de trappentoren met zichtbare betonstructuur- en trappen, geïntegreerde TL-armaturen en een ultradunne glazen vliesgevel. De trap maakt daardoor visueel contact met het binnenplein en verbindt zo de twee gebouwen. Op het binnenplein zorgt een patroon, dat afwisselend het assenstelsel van beide gebouwen gebruikt, ervoor dat beide gebouwen evenwaardig op het binnenplein gericht zijn. In beide gebouwen werd gewerkt met dezelfde grijze akoestische platen. Door het gebruik van witgeverfde bakstenen sluit ook de buitenkant van de nieuwbouw aan bij die van het oude gebouw.”

 

Zware piano’s

Group Momument stond in voor de uitvoering van fase 4. Thomas Geeroms was projectleider. “In samenspraak met Rimanque en een stabiliteitsingenieur hebben we enkele aspecten van het dossier aangepast”, zegt Geeroms. “Zo moesten we op elke verdieping nieuwe vloeren plaatsen. De oude, van dennenhout, hadden niet genoeg draagkracht. Door te werken met potten en balken zijn de vloeren veel sterker – zonder ze dikker te maken – waardoor er nu probleemloos balletklassen kunnen doorgaan en zware piano’s kunnen worden geplaatst. Uiteraard was ook de akoestiek een belangrijk aandachtspunt. Naast de grijze akoestische platen dragen heel wat andere ingrepen bij tot een mooi geluid, zoals bijvoorbeeld ontkoppelde vloeren.” Voorts werd de voorkant van De Tinnen Schotel opnieuw voorzien van verticale cannelures op de pilasters en een houten zonwering. Ook het natuurstenen balkon, de gietijzeren borstweringingen en de dakgoot zijn hersteld.

Het hele project duurde uiteindelijk twaalf jaar. Daarin waren meer dan 250 werfvergaderingen nodig. De partijen blikken dus terug op een heel intense samenwerking – zeker de architecten en de delegatie van ART, die er beiden van in het prille bij betrokken waren. “We zijn vooral fier dat we de grote complexiteit van het project konden vertalen in een eenvoudig en logisch (ogend) gebouw. Dat is zeker de grootste kwaliteit van deze realisatie”, aldus Van Marsenille. Mineur besluit dan weer artistieker: “Onze leerlingen, die vaak eeuwenoude muziekstukken spelen, wisten al dat Mozart hier hoogstwaarschijnlijk sliep, maar door de restauratie kunnen we hen nu echt meenemen naar de tijd van toen. Het plaatje klopt.”

 

Wouter Polspoel