Doorzoek volledige site
30 november 2016 | FILIP CANFYN

Steen&Been (column Filip Canfyn): Stedelijke nuance

Charleroi. Illustratie | Pixabay

In het (Re)Work-nummer van A+ (262, okt-nov 2016) kan een interessante discussie gevolgd worden tussen twee Bouwmeesters (met grote B). Wij dragen graag ons steentje en beentje bij.

Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck pleit voor het stimuleren van maakindustrie (productie en landbouw) in de steden en de dorpskernen. Hij ziet hierin een tool voor de reductie van het ruimtegebruik, de beheersing van de mobiliteitsbehoefte, de introductie van de kringloopeconomie en de verruiming van de herbestembaarheid. Hij ziet hierin bovenal een uitstekende methode om wonen, werken, ontspanning en publieke ruimte in balans te brengen en te houden.

Ik kan hier alleen maar voor applaudisseren, voor deze radicale maar noodzakelijke oproep voor ware verstedelijking in stad en dorp. Driewerf hoera.

Tot Charleroi-Bouwmeester Georgios Maillis het woord krijgt en het enthousiasme tempert. In Charleroi hebben ze immers veel meer behoefte aan wonen en diensten en hoeft die industrie helemaal niet meer. Het principe ‘wonen én werken in de stad’ klopt wel maar men moet toch oppassen met zulke slogans.

Ik applaudiseer voor een tweede keer, voor de relevante nuancering dat een stad niet àlles aankan.

 

Hoe ontsnappen we uit dit schijnbaar dilemma?

Laten we vooral een pleidooi houden voor artisanale productie op KMO-schaal, voor vakmanschap met een lokale verwevenheid en een dito afzetmarkt. Laten we beginnen met deze niche, die klein gehouden wordt door de globalisering en de lagelonenmanie, in een stad een tweede adem te geven.

Laten we vooral een tegengewicht zoeken voor de groeiende middenklasse-mentaliteit in de stad, die misschien slechts door een minderheid aangehouden wordt maar wel prominent, zelfs dominant is. Laten we stoppen met de stad louter te transformeren tot pretstad, tot feeststad, tot exclusieve woonstad, waarmee allleen maar de ongelijkheid en de diversiteit in  de stad ontkend worden.

Laten we tenslotte alle ontwerpend stedenbouwkundig onderzoek niet meer als een vrijblijvende spielerei van goedbedoelende deskundigen aanvatten maar elke reflectie doordesemen met de wil om het ontwerp met een haalbaar economisch model te funderen, met een relevant politiek verhaal te begeleiden en met een correct maatschappellijk gedrag te verbinden.

Alle Vlaamse steden, dorpen en Charleroi kunnen er maar wel bij varen.