Doorzoek volledige site
27 februari 2017

ATTB wil meer stimulerende maatregelen voor renovatie ketelpark

Illustratie | ATTB

ATTB, de Associatie voor Thermische Technieken van België, geeft aan het begin van het nieuwe jaar een overzicht van de trends en uitdagingen in de sector van verwarmingsketels, hybride ketels, warmtepompen en zonneboilers. De renovatiegraad van het ketelpark verloopt te traag, waardoor de energiedoelstellingen niet gehaald zullen worden zonder bijkomende stimulerende maatregelen.

Zo moet het communicatiepotentieel van het Europese energielabel beter benut worden. Ook de migratie naar hoogcalorisch gas en de technologische ontwikkeling van een nieuwe generatie warmtenetten bieden nieuwe perspectieven. En er moet gewaakt worden over de kwaliteit van certificeringsmodules voor installateurs en de afstemming tussen de verschillende belangenorganisaties.

 

Vervangingsgraad moet verdubbelen

Al een aantal jaar wijst de sector op het feit dat de vernieuwing van het ketelpark – waarbij verouderde lagetemperatuurketels stelselmatig worden vervangen door energie-efficiënte condensatieketels - aan een te traag tempo verloopt. Vanaf de jaren negentig tot het piekjaar 2011 stelde men nochtans jaar na jaar een stijging van de vervangingsgraad vast. Breekpunt was de afschaffing van de belastingvoordelen in 2012, waardoor de consument een deel van zijn investering niet langer kon recupereren. Ook in 2016 moet ATTB vaststellen dat de vervanging van ketels 11% lager ligt dan in 2011. Het percentage verouderde lagetemperatuurketels dat de Belgische woningen verwarmt, ligt daardoor onverantwoordelijk hoog.

Naar schatting schommelt de gemiddelde leeftijd van de verwarmingsketel in onze woningen rond de 20 jaar. Het aantal lagetemperatuurketels bedraagt ongeveer 65%. Een grondige en snelle verbetering van de energieprestatie van het woningbestand is nochtans noodzakelijk om het huishoudelijk energieverbruik substantieel te verminderen. Daarom zijn er vanuit de overheid – bijvoorbeeld in het kader van het Vlaamse Renovatiepact - opnieuw stimulerende maatregelen nodig. De sector schat dat om de Europese klimaatdoelstellingen te halen de vervangingsgraad ongeveer moet verdubbelen.

 

Europees energielabel

Eind 2015 werd het Europese energielabel ingevoerd. De hoge verwachtingen die de sector stelde op basis van dat label werden niet helemaal ingelost. Dit energielabel creëert nochtans transparantie voor de eindgebruiker met betrekking tot de energiewaarden van de aangeschafte installaties. Er werd verwacht dat dit de verkoop van hoog-efficiënte apparaten zou bevorderen.

Hoewel er vanuit de sector zeer veel inspanningen zijn geleverd om installateurs en consumenten te informeren over het hoe en waarom van dit label via informatiecampagnes, stelt ze vast dat dit in de praktijk nog te weinig impact heeft verwekt. Bijkomende inspanningen blijven dan ook nodig om de consument – maar ook de installateurs - te sensibiliseren met betrekking tot het belang van dit label. Installateurs moeten gestimuleerd worden dit label een pertinente rol te laten spelen in hun communicatie met de klant.

 

Omschakeling naar hoogcalorisch gas

In België plant men om het laagcalorisch gasnet om te bouwen naar hoogcalorisch gas. In 2018 staat er bijvoorbeeld een grootschalig proefproject in Brabant en Antwerpen in de steigers. Die overschakeling is nodig omdat er in 2030 geen laagcalorisch gas meer geïmporteerd kan worden uit Nederland.

Dit zou betekenen dat de ketels aangesloten op het hoogcalorisch netwerk moeten gecontroleerd en geconverteerd worden. Dit schept echter mogelijkheden om de verouderde ketels niet te converteren maar te vervangen door energie-efficiënte condensatieketels. De sector schat de kost van deze migratie op ongeveer 700 miljoen euro.

 

Rescert-opleidingen optimaliseren

Rescert is het geharmoniseerd systeem dat de 3 gewesten in België hebben opgezet met als doel de kwaliteitsvolle opleiding en certificatie van installateurs. Deze certificatie zal een voorwaarde worden om premies toe te kennen voor onder andere warmtepompen en zonneboilers. Dat er kwaliteitsvereisten worden gekoppeld aan de installatie van installaties voor hernieuwbare energie acht ATTB een evidentie. Niettemin stelt ze vast dat er aan de huidige syllabi heel wat kan verbeterd worden.

Zo moeten de cursussen veel meer op de praktijk gericht zijn. Verder stel ze vast dat er tussen de verschillende onderdelen zeer veel overlappingen zijn en dienen deze beter gestroomlijnd te worden. Ook moet de bestaande wetgeving een onderdeel van de cursus worden. Verder pleit ATTB er voor dat er vrijstellingen komen voor sommige onderdelen van certificeringen die installateurs reeds bij vorige certificeringen haalden. Zo niet dreigt er een certificeringsmoeheid op te treden.

 

Vijfde generatie warmtenetten

De vierde generatie warmtenetten onderscheidde zich van de vorige door duurzame energie te gebruiken in plaats van warmtekrachtkoppeling op fossiele brandstoffen. Momenteel wordt er veel onderzoek verricht en proefprojecten opgezet naar een 5de generatie warmtenetten, de zogenaamde microwarmtenetten.

Deze maken gebruik van alternatieve energie en laten toe voor de juiste energiebron op het juiste moment te kiezen dankzij de energiemix. Deze technologische ontwikkelingen openen perspectieven voor de verdelers van warmtepompen, toegepast voor collectieve verwarming. Volgens ATTB zijn er nog veel kansen voor dit soort warmtenetten en wordt het potentieel daarvan nog te zwaar onderschat.

 

Afstemming van de belangenorganisaties

ATTB stelt vast dat er momenteel heel wat actoren zijn die de belangen verdedigen van actoren, actief op het vlak van hernieuwbare-energietechnieken, zoals – naast ATTB zelf - organisaties als WPAC, ODE en het Warmtepompplatform (WPP).

Hoewel deze organisaties elk hun eigen specifieke bestaansredenen hebben, hebben ze ook gemeenschappelijke belangen. Zeker wanneer het de communicatie en standpuntbepaling naar de overheid betreft. ATTB wil dan ook investeren in meer afstemming en samenwerking tussen deze verschillende partners.