Doorzoek volledige site
28 maart 2017 | JEROEN SCHREURS

Hoe Scholen van Morgen de brandveiligheid in haar projecten aanpakt

Veel volk op de officiële voorstelling Illustratie | Photo Factory

Om het tekort aan schoolinfrastructuur op te vangen, startte de Vlaamse overheid enkele jaren geleden met het Scholen van Morgen-programma, een publiek-private samenwerking die 200 nieuwe schoolgebouwen moet opleveren. Met al 53 gebouwen in gebruik en meer dan 100 in bouw, draait het programma momenteel op volle toeren. Hoe zit het ondertussen met de brandveiligheid? Fireforum sprak met enkele experts van Scholen van Morgen over de manier waarop ze daar bij nieuwe scholen mee omgaan.

Onder de vlag van Scholen van Morgen werken AG Real Estate, BNP Paribas Fortis en de Vlaamse overheid al enkele jaren aan de uitbouw van het Vlaamse scholenbestand. Scholen van Morgen heeft een eigen Competence Center, met een aantal technische adviseurs die de dossiers zowel tijdens de design- als de buildfase opvolgen, onder andere op vlak van brandveiligheid. Bart Van der Wee is daar de manager van.


Bart Van der Wee: “Een bouwheer heeft meestal geen technische competenties. Daar hebben we bij Scholen van Morgen expliciet wel voor gekozen. We behandelen 165 scholen die verdeeld zijn over 60 architectenteams, een veertigtal studiebureaus en een tiental aannemersconsortia. Daarom vonden we het belangrijk om ook over de nodige technische knowhow te beschikken. Dat gebeurt in het competence center. Wij overzien als bouwheer het totale plaatje en signaleren aandachtspunten voor de andere projecten. ”

 

Grijpen jullie veel in bij concrete ontwerpen?

Bart: “Wij voeren geen exhaustieve screenings uit. Daar hebben we de tijd niet voor en dat is ook onze taak niet. De verantwoordelijkheid blijft bij het bouwteam – de architect en de aannemer – liggen. We kijken de plannen wel ettelijke keren na tijdens gerichte controles – bij het voorontwerp, uitvoerings- en aanbestedingsdossier – waarbij de architect ook een echt dossier moet aanleveren op het vlak van brandveiligheid. Op die momenten proberen we enkele veel voorkomende fouten uit de plannen te halen."

 

Pragmatische oplossingen

Brandveiligheid is een belangrijk thema voor Scholen van Morgen. Het is zelfs een aandachtspunt vanaf de wedstrijdvraag en de opmaak van de projectdefinitie. Yen Mertens is het diensthoofd van de Design-afdeling, die projecten begeleidt vanaf de opstart van een nieuw dossier tot bij de gunning aan een aannemer.

Yen Mertens: “Op vlak van brandveiligheid staat of valt het project meestal in de designfase. Daarom vestigen we er zo vroeg mogelijk de aandacht op. Zeker naar buitenlandse architecten is dat belangrijk, omdat ze zich vertrouwd moeten maken met de Belgische normen en regels.”

 

Hoe vertalen jullie die normatieve eisen in jullie bestek?

Yen: “We verplichten alle architecten om een dossier brandveiligheid op te maken, en dat op twee niveaus: high-level en in detail. Eerst met het gebouw als geheel, waar we naast brandveiligheid ook een aantal aspecten van het gebouw samenvatten op een visuele manier. Hoe gaan die gebouwen bereikt worden? Hoe zijn de compartimenten opgebouwd? Waar zijn de uitgangen? Op zo’n plan zie je in één oogopslag hoe het gebouw is opgevat op vlak van evacuatie en compartimentering. Het tweede deel van het bestek gaat meer in detail: specifieke onderdelen en materialen worden heel gedetailleerd beschreven. Welke brandweerstand of brandklassereactie moet die wand of dat afwerkingsmateriaal hebben?”

“Uiteraard staat er bovenaan het bestek ook dat inschrijvers aan alle geldende regelgeving moeten voldoen, met specifieke verwijzingen naar wetgeving. Dat is juridisch belangrijk, maar niet erg leesbaar voor de gebruikers van het document.”

 

Wat houdt die geldende regelgeving juist in?

Yen: “Enerzijds is de Belgische wetgeving van toepassing, of dat nu in het contract staat of niet. Dit is het KB-brand. Daarnaast is er ook een scholennorm (NBN_S21 204, red.). Die dateert uit 1982, en is wel wat achterhaald. Er zijn immers al nieuwe inzichten op het vlak van brandbeveiliging. Ondertussen is er wel een werkgroep gestart, waarbij Scholen van Morgen van bij het begin betrokken is, om die oude schoolnorm te actualiseren.”

“AGION (Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs, de subsidiërende overheid red.) heeft die scholennorm opgelegd. Dat is een contractueel onderdeel van de kaderovereenkomst tussen Scholen van Morgen en de Vlaamse overheid. Daar botsen we toch op wat drempels die het proces soms nodeloos complex maken. Maar AGION heeft zelf ook een aantal technische experts in dienst waarmee we samen naar pragmatische oplossingen kunnen zoeken en die zelf ook afwijkingen op de norm kunnen toestaan. Natuurlijk moet wel steeds het KB-brand gerespecteerd worden.

 

Kan je enkele van die struikelblokken benoemen?

Bart: “Volgens de scholennorm moeten alle lokalen twee vluchtwegen hebben, inclusief de technische ruimtes. We hebben een akkoord met AGION dat dat voor die laatste ruimtes niet nodig is. Vluchten via een ander compartiment mag wel volgens het KB, maar niet volgens de scholennorm. Die regel proberen we zo goed mogelijk te implementeren, maar soms gaat het fysisch gewoon niet.”

“Nog zo’n punt: de draairichting van deuren. Die moeten draaien in de vluchtzin, maar hinderen op die manier soms de vluchtweg. Voor niet-publiek toegankelijke ruimtes zoals een berging hebben we afgesproken dat zo’n deur wel naar binnen mag draaien. Dat is gewoon common sense, maar we moeten er toch een afwijking voor aanvragen.”

“Ook voor renovatieprojecten zijn er zulke drempels. Deurbreedtes op vluchtwegen moeten volgens de norm altijd 1,2 meter breed zijn, maar dat is niet altijd mogelijk. Kinderen kunnen zo’n deur trouwens veel minder makkelijk openduwen.

 

 

Een struikelblok in de scholennorm: de draairichting van deuren. “Die moeten draaien in de vluchtzin, maar hinderen op die manier soms de vluchtweg,” zegt Bart Van der Wee.

 

En hoe vlot de communicatie daarover met AGION?

Bart: “Toch wel goed. AGION is daar erg pragmatisch in en beseft ook dat je anders je beperkte budgetten besteedt aan zaken die niet bijdragen aan de brandveiligheid van het gebouw. We moeten zon afwijking altijd officieel aanvragen. We moeten wel eerst een akkoord hebben van de preventie-adviseur van de school, het basisteam én de brandweer voor elke afwijkingsaanvraag, ook al komen dezelfde vragen vaak terug.”

 

Wat zijn de grootste discussiepunten met architecten op vlak van brandveiligheid?

Yen: “Over compartimentsgrenzen is wel wat te vertellen. Ontwerpers houden vaak 2.500 m² aan als de maximum compartimentsgrens, maar in scholen heeft een compartiment groter dan 1.250 m² al een groot effect. In dat geval moet al het schrijnwerk aan de kant van de evacuatieweg – wat meestal de gang is tussen twee rijen klassen – aan strenge REI-waardes voldoen. Dat heeft een invloed op veel interne deuren en die grote raampartijen die je bij veel klaslokalen ziet en dus ook op de kostprijs. Daar hebben we in veel dossiers wel een mouw aan moeten passen.”

Bart: “Andere discussiepunten die vaak terugkomen: de brandwegen, de brandoverslag naar aanliggende gebouwen, de brandhaspels en druk op de waterleidingen – zaken die merkwaardig genoeg vaak vergeten worden – en de toegang van de brandweer tot de site. Ook over de materiaalkeuze hebben we al enkele debatten gehad.”

Yen: “Dat laatste zou bij architecten toch meer moeten leven. Hout is bijvoorbeeld een populair, maar geen vanzelfsprekend afwerkingsmateriaal. De vereiste brandbehandeling, zeker in functie van het dertigjarig onderhoud van het gebouw, is immers erg duur. Hout kan dus zeker in bepaalde accenten, maar niet te uitgebreid.”
“Soepele vloerafwerkingen zoals linoleum gaven ook moeilijkheden bij de start van Scholen van Morgen, omdat ze nog niet de juiste certificeringen hadden om gebruikt te mogen worden. Op het vlak van brandstabiliteit waren ook verlaagde plafonds een aandachtspunt. De wetgeving is op dat punt niet helemaal duidelijk, en al zeker niet gekend bij aannemers en ontwerpers. Ze werken bijvoorbeeld vaak met een eiland in plaats van een volledig afgewerkt plafond. Dat houdt een zeker warmterisico in waarbij hoge temperaturen de draagstructuur makkelijk kunnen aantasten.”
“Iets waar ontwerpers volgens ons ook meer aandacht aan moeten besteden: de kostprijs van brandwerende beglazing. Die ligt erg hoog, maar de oppervlaktes waarmee we zo’n beglazing zien verschijnen is astronomisch. Dat moeten wij het initiële idee van de ontwerper bijstellen, waardoor hun open en transparante ontwerp voor een deel teniet wordt gedaan.”

 

Hoe betrekken jullie de brandweer bij de projecten van Scholen van Morgen?

Bart: “Bij een twijfelgeval overleggen we altijd met de lokale brandweer. De ene commandant kan immers al strikter zijn dan de andere.”

Yen: “Zeker in gevallen waar het Koninklijk Besluit niet van toepassing is, bijvoorbeeld bij een verbouwing, is de brandweer echt wel betrokken partij.”

Bart: “Ook bij de indiening van de vergunning en de ingebruikname vragen we expliciet de goedkeuring van de brandweer. Dat is niet in elke gemeente verplicht, maar Scholen van Morgen eist dat bij elk project.”

 

Hebben jullie nog advies voor de overheid of de technologische federaties op vlak van brandveilige scholen?

Yen: “Het is voor de ontwerper en aannemer steeds moeilijker om door het bos de bomen nog te zien. Soms moeten ze meer dan een uur zoeken naar de brandreactieklasse van een eenvoudig afwerkingsmateriaal. Dat zou niet mogen en is tijdsverspilling. Een eenduidige normgeving en productdocumentatie kan daarbij al veel helpen.”

GERELATEERDE DOSSIERS