Doorzoek volledige site
03 mei 2017 | FILIP CANFYN

Opinie Filip Canfyn: Drie paasbrieven met ruimtelijke gevolgen (deel 3)

Einde maart verschijnen drie belangrijke documenten ten tonele op kousenvoeten: de demografische vooruitzichten van het Federaal Planbureau, de plannen rond slim wonen en leven van de Vlaamse Regering en het meerjarenprogramma van de Vlaams Bouwmeester. Reden genoeg voor Filip Canfyn om ze kritisch door te lichten. 

Het meerjarenprogramma van de Vlaams Bouwmeester bevat zoals elk meerjarenprogramma heel wat verplichte kost, tot Leo Van Broeck zijn eigen inhoudelijke accenten legt.

Eerst worden de missie en de kerntaken van de Bouwmeester nog eens scherpgesteld na het bijna-débacle van 2015. De Bouwmeester, samen met zijn neofiete expertengroep en zijn vast team, moet de architectuurkwaliteit van de gebouwde omgeving bevorderen. Die kwaliteit wordt terecht ruim gedefinieerd als kwaliteit van stedenbouwkundige omgeving, gebruik, beleving, beeldwaarde, bouwtechniek, energie- en kostenbeheer, … Concreter moet de Bouwmeester van publieke bouwheren ambitieuze opdrachtgevers maken (zonder te schoonmoederen), op het denkwerk wegen, bruggen bouwen en inspireren. De ambitieuze sfeer van de eerste Bouwmeester lijkt te herleven, zeker als de indrukwekkende lijst van de sinds 20 jaar opgebouwde Bouwmeesterinstrumenten in de tekst een prominente plaats krijgt. Tot zover de plichtsplegingen.

Leo Van Broeck formuleert dan een heldere omgevingsanalyse. Hij vertelt eigenlijk niets nieuws maar herhaalt noodgedwongen de miskende waarheden: suburbaan Vlaanderen kent een zeer hoge, dus verkwistende dichtheid en het hoge ruimtebeslag is bovendien zo sterk gefragmenteerd dat onze mobiliteit volledig afhankelijk wordt van de individuele auto. Deze verneveling houdt enerzijds de stad zwak want dun bevolkt, zodat maatschappelijke taken niet kunnen gefinancierd worden, en bedreigt anderzijds het dorp met verkavelingen en lintbebouwing, die de natuur koloniseren. Als een Bouwmeester schrijft dat “openbaar vervoer structureel niet performant kan zijn omdat zijn opdracht quasi onmogelijk is” en dat “zowel dat openbaar vervoer als de fiscaal aftrekbare bedrijfswagens zware publieke uitgaveposten vormen”, dan wordt toch een ommekeer ingeluid, dan wordt toch een Vlaamse Rubicon overgestoken.

Leo Van Broeck blijft helemaal zichzelf wanneer hij zijn strategische visie en doelen op tafel legt. Hij gaat voor een transitie naar integrale duurzaamheid, wat het vrijwaren en creëren van open ruimte door een kwaliteitsgestuurde verhoging  van het ruimtelijk rendement veronderstelt. Deze toch wel zwaarwichtige ambitie wordt, naast andere krachtlijnen, in verschillende werkpunten geconcretiseerd. Zo moet ànders ontworpen en gebouwd worden voor meer levenskwaliteit en open ruimte. De Bouwmeester stelt dat open ruimte en stedelijkheid niet tegengesteld maar verweven zijn. Hij ziet de stad als een complex systeem met een ‘metabolisme’, dat samen met de open ruimte ingezet kan worden voor klimaatbeheersing, waterhuishouding, energietransitie, voedselproductie, … Dit is het vocabularium 2.0.: problemen moeten niet op en voor zichzelf opgelost worden maar moeten actief meegenomen worden in een logica van wat ik ‘collateral advantage’ wil noemen. Leo Van Broeck wil terecht inzetten op dat systeemdenken, dat stad, dorp en open ruimte intelligent, dus duurzaam omarmt. Zo moet ook wonen gericht worden op dezelfde levenskwaliteit en duurzame ontwikkeling. De Bouwmeester spreekt van locatie-gestuurde woonstkeuze richting voorzieningen en knooppunten van openbaar vervoer, van kernversterking in stad en dorp, van schaalvergroting en collectieve organisatie, van verhoging van de woonmobiliteit, van afstemming van wonen en werken, …

Nog legio operationele opties steken in dat meerjarenprogramma maar bovenop de zeer tastbaar gemaakte strategie staan twee vlaggen met een opmerkelijke lading.

Primo, voor het eerst zegt een Bouwmeester dat de sociale woningbouw, een van de belangrijkste werven van de Vlaamse overheid, lijdt onder een ontoereikend aanbod en een hoge kostprijs. Leo Van Broeck maakt zich sterk met creatieve oplossingen te kunnen aantonen dat betaalbaarheid en kwaliteit wél samengaan.

Secundo, de Bouwmeester pleit openlijk voor een onderhandelingsstedenbouw, waarbij supplementaire dichtheid wordt geruild voor groene ruimte, kwalitatieve publieke ruimte, woonfuncties op knooppunten, bijkomende voorzieningen, … Dit kan een point of no return voor altijd markeren.

Kortom, Leo Van Broeck wil Vlaanderen volwassen maken en dat is een veelbelovend standpunt binnen het meerjarenprogramma, dat niet snel genoeg kan starten.