Doorzoek volledige site
10 mei 2017 | TIM JANSSENS

BWMSTR Van Broeck: “Ik ben geen advocaat van de hoogbouw”

Ruimtelijke verdichting is de rode draad in de visie die Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck sinds zijn aanstelling in juli 2016 vol overgave uitdraagt. Betekent dit dat we naast elke kerktoren een woontoren zullen moeten bouwen om de ambities van onze Bouwmeester te realiseren? “Zeker niet”, benadrukte Van Broeck in een diepte-interview met Architectura. “Het kan niet de bedoeling zijn om onze stedelijke skylines vol te proppen met veredelde zeedijken. We moeten streven naar een gezonde mix tussen hoog- en laagbouw.”

Leo Van Broeck is een grote voorstander van ruimtelijke verdichting en deinst er niet voor terug om nu en dan een aantal ingedommelde geesten wakker te schudden. Zo deed hij in 2013 al heel wat stof opwaaien door in een interview met De Standaard te pleiten voor ‘woontorens naast elke dorpskerk’, een boutade die uitmondde in een debat over de wenselijkheid van hoogbouw. Sommigen vrezen dan ook dat zijn uitspraken tot verkeerde interpretaties en in het slechtste geval zelfs tot een banale ‘verappartementisering’ van onze kleinschalige woonkernen zou kunnen leiden.

 

Mix van hoog- en laagbouw

“Onterecht”, drukte Van Broeck ons op het hart tijdens een uitgebreid gesprek in het atelier van het Team Vlaams Bouwmeester in Brussel. “Woontorens zijn zeker niet de enige vorm van ruimtelijke verdichting. Ook rijwoningen met tuin zijn bijvoorbeeld een uitstekende oplossing. Ik ben zeker geen advocaat van de hoogbouw. Sterker nog: ik vind vooral dat we laag en hoog moeten mengen, onder meer met het oog op een optimale bezonning van stads- en dorpskernen. Als je de kroonlijsten van een skyline volledig uitlijnt, krijg je een zeedijk die het achterliggende gebied een halve dag in de schaduw plaatst. Ik pleit met andere woorden niét voor hoogbouw, maar voor gezonde mix van hoog- en laagbouw. En wat zeker even cruciaal is, is dat appartementen en rijwoningen dankzij een nieuwe, intelligente typologie dienen te voorzien in de behoeften van hun bewoners en dat ze op termijn dezelfde mogelijkheden bieden als vrijstaande verkavelingswoningen – zij het op een andere manier.”

 

Belangrijke link tussen architectuur en stedenbouw

Het is geen geheim: Leo Van Broeck hecht enorm veel belang aan ruimtelijke ordening. Is hij niet eerder een ‘Ruimtemeester’ dan een Bouwmeester, vragen sommigen zich dan ook af. “Ik begrijp niet dat men daar een onderscheid in probeert te maken”, aldus Van Broeck. “Sterker nog: architecten en stedenbouwkundigen zouden veel meer moeten samenwerken. Alle stedenbouwkundige plannen zouden getoetst moeten worden via een ontwerpend onderzoek. Architecten zijn systeemdenkers: ze zullen altijd het grotere plaatje proberen te zien. In een complex domein als ruimtelijke ordening kan dat uitstekend van pas komen. Bovendien zullen we architecten meer dan ooit nodig hebben als we onze dorpen en steden aantrekkelijker willen maken. Enkel via architecturale kwaliteit kunnen we verhinderen dat we onze kernen verdichten met banale dozen.”