Doorzoek volledige site
10 mei 2017 | TIM JANSSENS

BWMSTR Van Broeck: “De verknochtheid van de Vlaming is uiterst relatief”

Het Vlaanderen van de toekomst zal er één zijn met verdichte stads- en dorpskernen. Maar wat met de eigenaars van vrijstaande villa’s in kleine landelijke gehuchtjes, die verknocht zijn aan hun heimat? “Ze mogen daar gerust blijven wonen, maar ze moeten wel weten dat het een negatieve impact heeft op hun mobiliteit en levenskwaliteit”, stelt Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck. “Het probleem is dat de Vlaming over het algemeen nog steeds niet leeft waar hij slaapt. Dat moet veranderen!”

Vlaanderen heeft de laagste woonmobiliteit van Europa. Een Vlaming verhuist gemiddeld anderhalve keer in zijn leven en is dus op zijn minst ‘honkvast’ te noemen. “Ik ben er echter van overtuigd dat die verknochtheid uiterst relatief is”, beweert Leo Van Broeck. “De meeste mensen gaan ‘op den buiten’ wonen omdat het er momenteel nog steeds goedkoper is dan in de stad en omdat de meerkost door de staat betaald wordt (rioleringen, wegen, fiscaal voordelige bedrijfswagens …). Maar op termijn zullen ze allicht een prijs betalen voor hun isolement.”

 

Negatieve impact op levenskwaliteit

Van Broeck verwijst met deze laatste uitspraak niet enkel naar een eventuele heroriëntatie van het kadastraal inkomen (waarbij ‘landelijk’ wonen fiscaal gezien duurder zou worden dan ‘stedelijk’ wonen), maar ook en vooral naar een negatieve impact op de levenskwaliteit, die zich nu al begint te manifesteren. “Mensen die op afgelegen locaties wonen, staan het langst in de file. Wat ben je met een landelijke omgeving als je zo veel tijd verspilt aan werk en file dat je ’s avonds enkel uitgeteld in de zetel kan ploffen in plaats van nog een uurtje te tuinieren? Bovendien is de waarde van de droomhuizen van weleer spectaculair aan het zakken. Banken beginnen zich stilaan zorgen te maken om de hypotheekwaarde van villa’s, die in het slechtste geval gewoon verdampt als ze niet langer verkocht geraken tegen de astronomische prijzen die er momenteel nog voor gevraagd worden. Wie kan en wil zulke bedragen in de toekomst nog neertellen voor een slecht bereikbare woning die langs alle kanten warmte verliest?”

 

Aantrekkelijk totaalplaatje creëren

Maar hoe krijg je bewoners van rustgevende landelijke gebieden zover om zich in een stad of een verdichte dorpskern te gaan vestigen? Niet enkel via financiële stimulansen, maar ook door een aantrekkelijk totaalplaatje te creëren, meent Van Broeck: “We mogen die klassieke verkavelingsdroom niet ridiculiseren. Alles wat je kan in een villa, moet je in principe ook kunnen in een stadswoning. De nabijgelegen diensten en het bloeiend sociaal leven krijg je er gratis bij. Ik grijp in dit verband graag terug naar het voorbeeld van de modderige mountainbike. Dat tuig hangt vol modder nadat je ermee terugkeert uit het bos. In de stad moet je die mountainbike net zo goed kunnen afspuiten als op de oprit van een villa, zij het op een andere manier en eventueel met behulp van collectieve voorzieningen. Er is dan ook nood aan andere soorten woningen en appartementen: geen individuele konijnenkoten met een terras waar amper een droogrek en twee vuilniszakken op passen, maar polyvalente wooncomplexen met grotere garages, collectieve bergingen en wasruimtes, een atelier waar de creatieve zielen zich volop kunnen uitleven, een gezamenlijk dakterras met barbecuevoorzieningen ... Niet alleen bewoners, maar ook stedenbouwkundige diensten moeten openstaan voor die nieuwe manier van denken. Het gaat niet om minimale en maximale hoogtes en dieptes, maar om de levenskwaliteit in en rond de woning.”