Doorzoek volledige site
07 september 2017 | TIM JANSSENS

Veel interesse bij gebouwinspecteurs voor nieuw NEN 2767-certificaat

To Simons lichtte de voorwaarden voor het behalen van het NEN 2767-certificaat voor gebouwinspecteurs uitvoerig toe op een netwerknamiddag in het Centrum Duurzaam Bouwen in Heusden-Zolder.
To Simons: "Het is expliciet de bedoeling om de onderhoudskwaliteit voortaan van nabij op te volgen, zodat we het risico op eventuele mistoestanden aanzienlijk kunnen verkleinen.”

Niet enkel de bouw, maar ook het latere onderhoud heeft een cruciale invloed op de kwaliteit van gebouwen en infrastructuur. Net zoals in Nederland kunnen Vlaamse en Brusselse gebouwinspecteurs een beroep doen op de NEN 2767-norm voor conditiemeting, een instrument dat het mogelijk maakt om de fysieke kwaliteit van bouw- en installatiedelen objectief en uniform te meten. Gezien het gebrek aan gekwalificeerde onderhoudsprofessionals ontwikkelde het Centrum Duurzaam Gebouwbeheer samen met een aantal cruciale partners een nieuw certificatiesysteem, dat in voege treedt vanaf 1 januari 2018. Op een netwerknamiddag in Heusden-Zolder lichtte CeDuBo-directeur To Simons de bijhorende modaliteiten verder toe.

Gebouwen verouderen onder invloed van voortdurend gebruik en blootstelling aan weer en wind, en dus is het noodzakelijk om ze goed te onderhouden. Tot voor kort bestond er in Vlaanderen echter geen uniform systeem om de staat en de eventuele gebreken van gebouwen en installaties te kwalificeren en te kwantificeren. Vandaar dat heel wat gebouwinspecteurs beslisten om zich te baseren op de Nederlandse NEN 2767-norm voor conditiemeting, die het mogelijk maakt om via een overzichtelijke ‘checklist’ na te gaan hoe gebouwen en installaties eraan toe zijn en af te leiden welke onderhoudswerkzaamheden op welk moment moeten worden uitgevoerd. “In Vlaanderen en Brussel dook de NEN 2767-norm de laatste tijd steeds vaker op als KPI in DBFM-projecten”, weet To Simons. “Het probleem is echter dat er momenteel op de Belgische markt zo goed als geen gekwalificeerde gebouwinspecteurs te vinden zijn. Om de onderhoudskwaliteit verder te bevorderen, is het nodig om het kaf van het koren te scheiden. Vandaar de keuze voor de ontwikkeling van een nieuw certificatiesysteem.”

 

"Om de onderhoudskwaliteit verder te bevorderen, is het nodig om het kaf van het koren te scheiden. Vandaar de keuze voor de ontwikkeling van een nieuw certificatiesysteem.”

 

Kwalitatief onderhoud door deskundige personen

Het certificatiesysteem voor gebouwinspecteurs mikt op kwalitatief onderhoud door deskundige personen. Het maakt een onderscheid tussen het bouwkundige en het technische gedeelte. “Net zoals voor de recente opleidingsdagen omtrent de NEN 2767-norm is er nu ook massale interesse voor het behalen van het certificaat”, aldus To Simons. “Kandidaten die voldoen aan de selectiecriteria worden uitgenodigd voor een theoretisch en een praktisch examen – beide op papier. Daarin moeten ze aantonen dat ze in staat zijn om een gebouw of installatie grondig te inspecteren. Als ze slagen, krijgen ze het certificaat van de BCCA. Daarmee is de kous echter nog niet af. Om hun kwalificatie te behouden, moeten erkende gebouwinspecteurs jaarlijks minstens vijf inspectieverslagen uploaden in een centrale database. Deze worden bovendien onderworpen aan een steekproefgewijze kwaliteitscontrole. Bij een ernstige klacht of tekortkoming kan er overgegaan worden tot een bijkomende controle of zelfs het intrekken van het certificaat. Het is met andere woorden expliciet de bedoeling om de onderhoudskwaliteit voortaan van nabij op te volgen, zodat we het risico op eventuele mistoestanden aanzienlijk kunnen verkleinen.”