Doorzoek volledige site
07 september 2017 | TIM JANSSENS

“Een onderhoudshandboek voor bouwheren zou zeker nuttig zijn”

Nico De Roover: "Wat conditiestaatmeting zo interessant maakt, is dat je alle elementen van een gebouw of installatie kan integreren of uitlichten."
Marc Notermans: “We gaan er allemaal van uit dat alle bouwheren weten wat onderhoud precies inhoudt. Maar beseffen ze effectief dat ze hun dak in principe jaarlijks moeten inspecteren?" (Foto: Soprema)

“Het onderhoud van gebouwen en installaties gebeurt al te vaak op gebrekkige wijze, en bovendien hebben onderhoudsbedrijven moeite om zich op kwalitatief vlak te onderscheiden”, stelde To Simons onlangs op een netwerknamiddag in Heusden-Zolder, waar de leden van de cluster VLISOG en de commerciële partners van Centrum Duurzaam Gebouwbeheer elkaar informeerden over de nieuwste ontwikkelingen op het vlak van onderhoud. De woorden van de CeDuBo-directeur gaven aanleiding tot een interessant debat, waaruit wij voor u de belangrijkste conclusies distilleerden.

Wat is kwalitatief onderhoud? De vraag werd doorgespeeld aan Nico De Roover, onderhoudsverantwoordelijke bij bpost. “Vroeger omvatte ‘onderhoud’ louter interventies, maar intussen gaat het meer en meer om het nakijken van installaties. De laatste onderhoudscontracten hebben we ingezet op conditiestaatmeting. Wat dit zo interessant maakt, is dat je alle elementen van een gebouw of installatie kan integreren of uitlichten. Een goed inventaris van je patrimonium is echter essentieel om het potentieel van deze methode optimaal te verzilveren. Het vermijdt discussies tussen de bouwheer en het onderhoudsbedrijf.”

 

NEN is slechts een puzzelstukje

Vervolgens gingen de aanwezigen dieper in op de vraag hoe de kwaliteit van het onderhoud kan worden verbeterd. Nood aan externe controle en een onderscheid tussen certificeerder en uitvoerder, langetermijnprogramma’s met een bepaling van de onderhoudskost en het structureel plannen van vervangingsinvesteringen, problemen vermijden door alles voordien goed te omlijnen en preventief te werk te gaan, bij subsidiëring eveneens rekening houden met de situatie van gebouwen en installaties in de onderhoudsfase (en dus niet louter denken in functie van de oplevering), het onderhoudsaspect zwaarder laten doorwegen bij aanbestedingen: al deze pistes passeerden de revue. “De NEN 2767-norm is een belangrijke stap voorwaarts, maar is tegelijk slechts een puzzelstukje in het geheel”, klonk het eveneens.

 

"Een goed inventaris van je patrimonium is essentieel voor een kwalitatieve conditiestaatmeting"

 

Op naar een onderhoudshandboek?

Marc Notermans sloot de discussie af met een belangrijke bedenking: “We gaan er allemaal van uit dat alle bouwheren weten wat onderhoud precies inhoudt. Maar beseffen ze effectief dat ze hun dak in principe jaarlijks moeten inspecteren? Het staat wel ergens beschreven, net als de vele andere onderhoudsrichtlijnen, maar al die info is helaas niet gegroepeerd. Het is allicht nuttig om ze te bundelen in een soort ‘onderhoudshandboek’. Ik ben er zeker van dat de markt vragende partij is voor een document waarin de basics helder en overzichtelijk op een rijtje worden gezet.” Een oproep die zeker niet in dovemansoren viel bij To Simons, die te kennen gaf dat het Centrum Duurzaam Gebouwbeheer volop bezig is met het ontwikkelen van een individueel onderhoudsoverzicht voor gebouwen.