Doorzoek volledige site
23 oktober 2017 | FILIP CANFYN

Steen & Been (Filip Canfyn): Stad en historie

Nood aan een portie architectuurcultuur? Huiscolumnist Filip Canfyn schotelt twee tips voor: het boek ‘Italiaanse streken – Een Romeinse wandeling door een land op drift’ van Bas Mesters en de tentoonstelling ‘Baudelaire >< Bruxelles’ in het Museum van de Stad Brussel op de Grote Markt. 

Ik hou enorm van de band tussen stad en historie. Historie is trouwens in dit geval een zeer juist woord. Historie verwijst immers naar verhaal, naar woord, naar literatuur maar ook naar historiek, naar geschiedenis, naar gelaagdheid.

Daarom heb ik met meer dan volle teugen genoten van Bas Mesters’ boek ‘Italiaanse streken – Een Romeinse wandeling door een land op drift’ (Prometheus, 2017). De auteur neemt ons 24 uur lang te voet mee door de eeuwige stad en blijft staan aan huizen en paleizen, op straten en pleinen, om pre- en post-Berlusconiverhalen te vertellen en de Italiaanse samenleving te fileren. Onder het motto: “Toen God Italië schiep schrok hij. Zo mooi vond hij zijn schepping. Hij besloot er Italianen te laten wonen, ter compensatie.” Ik mag mij een bescheiden Rome-kenner noemen, dus kan ik de wandeling letterlijk volgen. Bijna als een drone: “Steden, die je van bovenaf bekijkt, zijn als liefdes, waarop je na jaren terugkijkt. Ze hebben van een afstand bezien minder gebreken.” Zalig!

Bas Mesters vertelt onderweg ook een mooi stadsverhaal, dat zich in Milaan afspeelt. De hertog aldaar roept in 1500 zijn architect en vertelt hem dat hij een Dom in het hart van de stad wil. Wat later toont de architect zijn tekening van een schitterende Dom en de hertog vraagt hoe lang het zal duren om die te bouwen. De architect antwoordt: “Vijfhonderd jaar.” De hertog knikt tevreden en laat de architect de werken starten. De hertog zal slechts de funderingen en één zuil zien wanneer hij sterft … Deze historie van de geboorte van de inderdaad schitterende Dom van Milaan staat voor Mesters in schril contrast met het huidige gebrek aan bereidheid om te plannen voor volgende generaties. Sfortuna!

Die boeiende band tussen stad en historie zit ook volop in de aan te raden tentoonstelling ‘Baudelaire >< Bruxelles’ in het Museum van de Stad Brussel op de Grote Markt (nog tot 11 maart 2018). De door Frankrijk uitgespuwde schrijver kiest midden negentiende eeuw voor twee jaar vrijwillige ballingschap in Brussel, wordt tot zijn narcistische verwondering daar ook al niet als een keizer ontvangen en besluit dan maar een venijnig pamflet te schrijven, ‘Pauvre Belgique’, met een toon en een taal, die zelfs vandaag nog aanstoot zouden geven.

 

Neem nu zijn gedicht over de Belgische netheid. (Ik gebruik een eigen vertaling.)

‘Baden’. Binnen vraag ik een bad. De uitbater,

Kijkend met de holle blik van een grazend rund,

Zegt me: “Ik wou dat dàt maar had gekund.”

Een en al ontmoediging zegt hij wat later:

“We hebben onze drie baden op zolder gedaan.”

Dit heb ik nog uit oude histories verstaan:

De Romeinen bewaarden op zolder hun wijn

Maar toch geen bad, hoe barbaars ze ook mochten zijn.

Ik roep: “In godsnaam, waarom doet u dat dan vandaag?”

Hij zegt argeloos: “Simpelweg te weinig vraag.”

 

Op de majestueuze zolderverdieping (een toeval) van het Broodhuis worden zulke schotschriften van Baudelaire fijnzinnig vermengd met foto’s en schilderijen van Brussel rond 1850 en vooral met sublieme kleine werken van sarcastisch grootmeester Félicien Rops, die in de imposante schrijver een compagnon de route én drinkebroer vond. Ja, stad en historie …