Doorzoek volledige site
12 december 2017

Rik Van Rossen: "Het S-peil is een dwaling"

Arch. ir. Rik Van Rossen
Illustratie | Pexels

Ir. arch. Rik Van Rossen, voormalig juryvoorzitter van de tweejaarlijkse energiewedstrijd van FAB/(ENGIE)Electrabel, omschrijft het S-peil als een Schilpeil voor Onbruik. "Het S-peil doet warmtebalansen maken voor een gebouw of wooneenheid zonder gebruik of bewoners, want energiebehoeften voor bewuste ventilatie en de interne winsten worden uitgesloten om enkel te kijken naar de warmtebalans die met de bouwschil te maken heeft. Nochtans, zonder een gebruik of bewoners moest er geen gebouw zijn..."

De Vlaamse regelgeving voor EPB (energieprestatie en binnenklimaat) van gebouwen legt sinds haar invoering eisen op voor ventilatie en thermische isolatie (maximale warmtedoorgangscoëfficiënten), en aan het K-peil of de Isolatieprestatie van een geheel gebouw. Naar analogie met zulk K-peil met basis 100 stelde ze ook voor energieprestatie een E-peil met basis 100. Dat geldt voor EPW echter per ‘wooneenheid’ of appartement. Voor niet-residentiële gebouwen geldt het voor een gebouw of deel ervan met bepaalde bestemming.

De met het K-peil gezochte analogie zadelde die energieprestatieregelgeving echter op met een meervoudige handicap :

  • Apart voor EPW (woongebouwen en -‘eenheden’) en EPN (niet-residentieel) doet men het basispeil of referentieverbruik E100 uitdrukken in MJ/jaar. Voor EPW dienen VEPW , AT,E en voor ventilatie Vdedic (zelf in functie van VEPW) als parameters volgens het EPB-besluit, maar hun respectievelijke coëfficiënten (70, 115 en 105) zitten in het EPB-decreet opgeborgen. VEPW en AT,E zijn nu juist de parameters waarmee VEPW/AT,E enkel bij een geheel gebouw een ‘compactheid’ uitdrukt als slechts een criterium ter bepaling van Um,ref naar NBN B62-301 voor Isolatieprestatie (K-peil) van een geheel gebouw : K-peil = 100 x Um/Um,ref  (afgerond naar het hogere geheel getal).
  • Volslagen onterecht ging men de term ‘compactheid’ ook bezigen per appartement (waarvoor nochtans geen ‘compactheid’ geldt of gedefinieerd is) en dichtte men daar een soort ‘vormefficiëntie’ of ontwerpkwaliteit of zelfs energiezuinigheid aan toe. Men bleef blind voor het bij een appartement net als bij een klein of groot gebouw echte doel : de transmissiewarmteoverdrachtcoëfficiënt HT = Um*AT,E [W/K] beperken.
  • In het basispeil of referentieverbruik E100 werd de parameter VEPW zelf al door een andere uitdrukking vervangen om strenger geworden E-peil eisen beter doenbaar te maken voor kleine VEPW volumes. Men vond het bij grotere VEPW of grotere verhouding VEPW/AT,E of ‘compactheid’ namelijk ‘onrechtvaardig’ dat grote gebouwen gemakkelijker dan kleine maar relatief ‘compacte’ gebouwen kunnen voldoen aan een eis inzake K-peil. Ondanks dat worstelen met ‘compactheid’ door een verkeerd begrip daarrond, kreeg een aan Netto Energie Behoefte gestelde eis al eens een aanscherping door een correctie in functie van ‘compactheid’, eender of het een heel gebouw of slechts een appartement als ‘wooneenheid’ betrof.
  • Terwijl de Europese energieprestatierichtlijn (EPBD) het jaarlijks primaire energieverbruik en de jaarlijks toe te leveren energie simpelweg in kWh/m²vloer doet uitdrukken, staat een (t.o.v. het in MJ/jaar bepaald basispeil E100) uitgedrukte E-peil voor een som van primaire energieverbruiken voor diverse warmte- en energiebehoeften en bij de daarvoor gemaakte systeem- en energiekeuzen. Maar dat E-peil blijft weinig transparant doordat zelfs de in kWh/jaar.m²vloer uitgedrukte energie-inhoud per E-punt verschillend is voor elke wooneenheid.

In haar 10-jarig bestaan werd de Vlaamse EPB-regelgeving en de software ervoor herhaald gewijzigd, maar bleef elke kans gemist om het E-peil af te helpen van zijn voornaamste handicap : het gebrek aan inzichtelijkheid omtrent hoe aan een steeds scherper gesteld E-peil te voldoen.

Op 1.1.2018 komt het maximale E-peil voor wooneenheden op E40, en tegen 1.1.2021 moet dat E30 zijn. De Vlaamse EPB-regelgeving schaft op 1.1.2018 de eis inzake K-peil af, behalve voor industriegebouwen, en ook wordt de aan Netto Energie Behoefte gestelde eis afgeschaft  die vreemd genoeg sinds enige jaren in functie van ‘compactheid’ werd gesteld. Maar zij legt aan nieuwbouw van ‘wooneenheden’ een nieuw te bepalen ‘schilpeil’ of ’S-Peil’ op, met boetes als er niet aan voldaan wordt. Maakt dat haar eenvoudiger en meer inzichtelijk? Neen, integendeel zelfs.

Een ’S-Peil’ gebruikt in de noemer een ‘vormefficiëntie’ Abol (oppervlakte van een bol met volume VEPW) die net zo min iets over ‘efficiëntie’ zegt als de verkeerd begrepen ‘compactheid’ die zij uit de wereld tracht te helpen.

Een ’S-Peil’ noodzaakt voor de teller van zijn uitdrukking tot bijkomend te maken warmtebalansen, met uitsluiting echter van de interne winsten en bewuste ventilatie (al dan niet met warmteterugwinning). Zo sluit een ’S-Peil’ de eigenlijke bestaansreden van een gebouw uit, namelijk de bewoning of het gebruik.

Tenzij het over lege of ongebruikte woongebouwen of ‘wooneenheden’ moet gaan waarbij oververhitting niet bekeken wordt, hebben “S-peil gerelateerde” maar onvolledige warmtebalansen geen zin.

 

Architecten ontwerpen geen gebouwen om leeg te blijven of niet gebruikt te worden.

Hun cliënten investeren niet in gebouwen waarvoor nog extra berekening nodig is voor het onbruik.

De verplichting daartoe is ontspoorde regelgeving waarmee enkel bureaucraten bezig willen zijn.

 

Het afschaffen van de aan Netto Energie Behoefte (NEB) gestelde eis betekent niet dat men die NEB niet meer moet berekenen, en dit met volledige warmtebalansen waaruit men bewuste ventilatie (met of zonder warmteterugwinning) en interne winsten niet kan uitsluiten. In de EPB regelgeving is de systeemkeuze voor bewuste ventilatie bovendien essentieel voor de ventilatie-eisen.

 

Hoe is de EPB verbeterbaar?

De EPB regelgeving kan voor EPW en EPN beter meteen het jaarlijks primair energieverbruik per E-punt uitdrukken in kWh/jaar.m²vloer i.p.v. in MJ/jaar. Dan kan ze ook beter meteen:

  • de voor warmte/koude behoeften dienende warmteoverdrachtcoëfficiënten HT (transmissie) en HV (infiltratie en ventilatie inclusief effect van warmteterugwinning) bepalen volgens NBN B62-002:2008 ;
    zodat H/Af = (HT+HV)/Af voor verwarming of koeling in W/(K.m²vloer) wordt uitgedrukt en, met graaduren (Kh) verwarming/koeling vermenigvuldigd, in balans wordt gebracht met de in W/m²vloer uitgedrukte som van zonne- en interne winsten
  • het effect van de warmtebalansen voor verwarming of koeling uitdrukken met reductiefactoren (<1) : rh voor verwarming en rc voor koeling, respectievelijk op graaduren (Kh)h verwarming en (Kh)c koeling
  • Netto Energie Behoeften voor verwarming of koeling uitdrukken als
    rh.Hh.(Kh)h voor verwarming en rc.Hc.(Kh)c voor koeling; dus jaarlijkse netto energiebehoefte(n) in kWh/jaar.m²vloer zoals bij PHP (passiefhuis) gebruikelijk voor verwarming, en slechts met een van systeem- en energiekeuze afhangende factor te vermenigvuldigen om het energieverbruik ervoor te bekomen in kWh/jaar.m²vloer zoals de EPBD het wil
  • ook de andere energiebehoeften (warm tapwater, hulpenergie, ventilatoren) uitdrukken in W/m²vloer , en de verbruiken ervoor in kWh/jaar.m²vloer

Dat zou inzicht en bewustzijn bijbrengen over waar en in hoeverre mogelijke maatregelen leiden tot in kWh/jaar.m²vloer  uitgedrukte primaire energieverbruiken of E-punten (als tussen- of eindresultaten).

Dan kan men nagaan hoeveel E-punten reeds aan warm tapwater, hulpenergie en ventilatoren opgaan, en zich realiseren hoeveel E-punten voor E<40 (vanaf 1.1.2018) nog voor verwarming/koeling (of oververhitting) toegemeten blijven.

Voor dat aantal E-punten is na te gaan welke energie- en systeemkeuzen voor verwarming/koeling te maken zijn om en hoe ver men de isolatie- en beglazingskenmerken van de gebouwschil nog moet of kan doordrijven met oog voor kostenoptimalisatie en met of zonder inzet van PV-installaties. Vooral wanneer voor ‘wooneenheden’ tegen 2021 het aantal E-punten kleiner moet worden dan 30.