Doorzoek volledige site
12 december 2017

Vergelijking van behandelingen tegen opstijgend grondvocht

Uitvoering van een injectiebehandeling tegen opstijgend grondvocht. Illustratie | WTCB

Om de doeltreffendheid van enkele courant gebruikte behandelingen tegen opstijgend grondvocht te evalueren (zie ook TV 252), heeft het WTCB, in het kader van het EMERISDA-project (Effectiveness of Methods against Rising Damp) dat gevoerd werd in samenwerking met een aantal Nederlandse en Italiaanse instituten, diverse technieken met elkaar vergeleken. 

Hiertoe werden verschillende historische gebouwen, gekarakteriseerd door dikke muren, soms moeilijke drogingsomstandigheden en/of hoge zoutgehaltes in werfomstandigheden bestudeerd. Dit artikel bespreekt de onderzoeksresultaten voor de injectietechnieken en de elektromagnetische methoden.

Gelet op het feit dat de continue vochttoevoer die teweeggebracht wordt door opstijgend grondvocht, gecombineerd met bijvoorbeeld vorst-dooicycli of zoutkristallisatie schade toebrengt aan metselwerk, hout, metalen en afwerkingsmaterialen, vormt dit fenomeen een bedreiging voor het historische erfgoed en bij uitbreiding voor alle oude gebouwen. Door zijn invloed op het binnenklimaat en het hieruit voortvloeiende risico op schimmelvorming kan opstijgend grondvocht eveneens schadelijk zijn voor de gezondheid van de gebruikers. Ook wanneer men een gebouw energetisch wil renoveren, moet opstijgend grondvocht absoluut behandeld worden. Door het isoleren of luchtdicht maken van een vochtig gebouw kan de situatie immers nog verergeren. Bovendien doet de aanwezigheid van vocht de thermische weerstand van de bouwmaterialen dalen en vergt de constante nood aan droging ervan kostbare energie. Het wegnemen van vochtbronnen is bij energiebesparende renovaties daarom een absolute prioriteit.

 

Proefprogramma en resultaten

Het proefprogramma bestond erin om op een aantal gebouwen in België, Nederland en Italië de hierboven vermelde technieken tegen opstijgend grondvocht toe te passen. Na de behandeling werd de evolutie van de vochtsituatie bestudeerd door regelmatig een profiel van het totale vochtgehalte en van het hygroscopische gedrag van het metselwerk op te stellen.

Voor de injectietechnieken (zie afbeelding 1), die in België heel courant zijn maar bijvoorbeeld veel minder frequent toegepast worden in Nederland, werden de volgende productcategorieën uit de siliconenfamilie beproefd:

  • een emulsie in water van silaan/siloxaan, 10 % concentratie
  • een oplossing in organisch solvent van siloxaan, 10 % concentratie
  • een injectiecrème van silaan/siloxaan, 65 % concentratie
  • een injectiecrème van silaan, 80 % concentratie.

Het WTCB benadrukken dat niet alle injectieproducten op basis van silaan en/of siloxaan sowieso doeltreffend zullen zijn. De efficiëntie hangt immers grotendeels af van de specifieke formulering van het product (wat bijvoorbeeld een invloed heeft op de migratie ervan) en van de scheikundige samenstelling van het actieve bestanddeel. Er dient ook opgemerkt te worden dat een aantal productcategorieën waarvan geweten is dat de doeltreffendheid erg wisselvallig tot slecht is, niet beproefd werden (zie TV 252).

 

>>Lees dit artikel verder op de website van het WTCB<<

GERELATEERDE DOSSIERS