Doorzoek volledige site
23 augustus 2018

Van rijkswachtkazerne tot nieuw stadskantoor

Illustratie | © Architectenbureau Michel Janssen
Illustratie | Architectenbureau Michel Janssen

De voormalige rijkswachtkazerne aan de Guffenslaan in Hasselt werd volledig gerestaureerd. Het winnend wedstrijdproject van bouwteam Hassalink voorzag in een herbestemming van de gebouwen tot polyvalente kantoren en een raadzaal voor de Stad Hasselt. De buitenruimtes werden heringericht, met openbare pleinen en voetgangersdoorsteken als resultaat. De plannen zijn van Jaspers-Eyers ArchitectsSAQ ArchitectsMASS Architects en Michel JanssenKumpen en Democo gaan het stadhuis bouwen.

De rijkswachtkazerne is een typisch overheidsgebouw uit de 19de eeuw, opgetrokken in 1879 in een al even typische neoklassieke stijl in een toenmalig stadsontwikkelingsgebied, op terreinen die waren vrijgekomen door de afbraak van de stadswallen. Het gebouw is opgetrokken in de franje van een voormalig gereputeerde volkswijk, die op deze manier werd gesaneerd en gecontroleerd.

 

Herbestemming

Het als monument beschermde voormalige rijkswachtgebouw wordt gerestaureerd, uitgerust met nieuwe technische installaties, thermisch geïsoleerd en aangepast aan een flexibel en polyvalent gebruik.

Op het gelijkvloerse niveau worden commerciële functies ondergebracht. De binnenruimtes worden gerestaureerd en intern worden de verschillende “kleinere” kamers met elkaar gelinkt door openingen te maken in de bestaande muren. De historische structuur van de gang en de kamers blijft leesbaar, ook na de verbouwing.

Op de verdieping worden ruimtes zo flexibel mogelijk ingericht. Verschillende kantoorfuncties worden hier geïntegreerd: vergaderzalen, werkplekken, ruimte voor lezingen en tentoonstellingen. Naast het benodigde aantal vergaderzalen voor het stadskantoor is de resterende ruimte afzonderlijk bruikbaar voor derden.

Op de zolderverdieping wordt naast de kantoorfunctie ook de raadzaal geïntegreerd. Dit is een belangrijk signaal van de stedelijke overheid dat net deze ruimte wordt opgenomen in het historische gebouw. De overheid kiest duidelijk voor vooruitgang met een nieuw hedendaags stadskantoor. Maar door net deze symbolisch belangrijke functie van de raadzaal in het historische gebouw onder te brengen, toont men respect voor het verleden en het erfgoed van de stad.

De raadzaal wordt in de structuur van het historische gebouw geïntegreerd en dit onder de centrale dakkoepel die deels beglaasd wordt. Het idee van een “transparant bestuur” wordt hier letterlijk vertaald. Tegelijk wordt uiteraard voldoende daglicht betrokken en kan ’s avonds de dakkoepel omgekeerd ook licht uitstralen naar de stad. Door toevoeging van een tussenniveau ontstaat een publiekstribune van waarop men de raadszittingen kan volgen.

 

Buitenaanleg

Betreffende de buitenaanleg is gekozen voor een hedendaags ontwerp geïnspireerd op enkele karakteristieken van een historische 19de-eeuwse, symmetrische voortuin. Met de heraanleg van de voortuin beogen we een opwaardering tot een volwaardige groene, publieke ruimte waar mensen kunnen samenkomen en verblijven, dit louter dan enkel een circulatieruimte te creëren. De voortuin kent tevens een gunstige zuidoriëntatie.

Het bestaande hekwerk blijft behouden en wordt gerestaureerd. Net achter het hekwerk wordt een beplanting voorzien van middelhoge rozenstruiken (ca. 1m80 hoogte). Op alle historische foto’s is een gelijkaardige beplanting met struikmassieven net achter het hekwerk te zien. De beplanting samen met hekwerk vormt hierdoor samen een aangename overgang tussen de straat en de achterliggende groenzone.

Voor de buitenaanleg rond het nieuwe stadhuis wordt een sterk contrast gemaakt tussen enerzijds het natuurstenen plein tussen het monument en het nieuwe “stadhuis” (dat bruikbaar is voor verschillende evenementen) en anderzijds de randen die overwegend groen worden voorzien met een grote diversiteit van plantensoorten (bloemen, grassen, vaste planten, struiken en op strategische plaatsen verschillende bomen).

Door samenwerking met een ecoloog in het ontwerpteam beoogt de buitenaanleg een diversiteit van planten, insecten, vlinders, vogelsoorten,… aan te trekken op de site. De juiste keuze van de plantensoorten werd nader onderzocht en vastgelegd in overleg met de groendienst en Onroerend Erfgoed.

Het is de bedoeling om het monument op een “zachte” manier te restaureren conform het restauratiecharter van Venetië.

Gevels:

In het baksteenparement zijn een aantal stenen afgebarsten en verpoederd. We vervangen ze door gelijkaardige recuperatiestenen. Het verweerde voegwerk vernieuwen we op duurzame wijze met een elastische kalkmortel. De sokkel van het gebouw en de raamdorpels zijn afgewerkt met maaskalksteen die plaatselijk gebarsten is en afgebroken.

Gebarsten elementen worden met epoxymortel verlijmd en afgebroken stukken worden met minerale mortel bijwerkt. Enkel onherstelbaar beschadigde natuursteen vernieuwen we in hetzelfde materiaal. Dezelfde restauratietechnieken passen we ook toe op beschadigde delen van de kalkstenen lijsten, ornamenten en het fronton. De gevels krijgen een zachte reiniging met stoombehandeling en waterverstuiving. De smeedijzeren gevelankers ondergaan een roestwerende metaalbehandeling.

Buitenschrijnwerk:

Het buitenschrijnwerk wordt vernieuwd met slanke geprofileerde houten raamprofielen met dezelfde raamverdeling als een resterend origineel 19de-eeuws raam, maar met een duurzame zonwerende, thermisch isolerende hoogrendementsbeglazing. Het houten buitenschrijnwerk van de deuren wordt grondig gerestaureerd.

Daken:

De dakbedekkingen, goten en afvoeren zijn volledig versleten. De dakstructuur met gemetselde zolderspitsen en houten gordingen wordt vernieuwd om de dakverdieping volledig functioneel te kunnen benutten en de dakschil thermisch te kunnen isoleren. In functie van de herbestemming van de zolders wordt de centrale dakkoepel plaatselijk beglaasd. De dakbedekking wordt opnieuw uitgevoerd met natuurleien en zink en de dakkapellen worden gerestaureerd. De houten bakgoten worden hersteld en opnieuw met zink bekleed. De zinken afvoeren en gietijzeren dolfijnen worden vernieuwd.

Op de daken worden Europees genormeerde ladderhaken en ankerpunten voorzien voor een veilige toegankelijkheid bij inspectie en onderhoud. Er wordt ook een bliksemafleider geplaatst.

Hekwerk:

Het originele gedeelte van het smeedijzeren hekwerk ondergaat een restauratie en een roestwerende metaalbehandeling en wordt behouden.

Interieur:

Gedurende de afgelopen 134 jaar werd het oorspronkelijke interieur meermaals verbouwd met onsamenhangende ingrepen en werd het daardoor grondig aangetast. Inmiddels geeft het dan ook een volledig uitgeleefde indruk. Storend zijn ondermeer de verlaagde plafonds, banale binnendeuren en wandafwerkingen, de trapbekledingen …

In onze restauratieaanpak wensen we terug te keren naar het oorspronkelijke karakter van het gebouw met luchtige open kamers met massieve bepleisterde en geschilderde muren, met hoge plafonds en veel daglicht door grote ramen. Het is de bedoeling om de originele bakstenen troggenplafonds boven het gelijkvloers en de eerste verdieping te behouden en opnieuw zichtbaar te laten in het interieur.

De muren dienen te worden geïnjecteerd tegen opstijgend vocht en muurscheuren worden plaatselijk verankerd met ingeboorde ankers.

Om de aangetaste balken en lintelen te herstellen, dienen er ook polymeerchemische balkkopherstellingen te worden uitgevoerd. Om het houtrot gericht te kunnen opsporen, is voorafgaandelijk een gespecialiseerd houtonderzoek met “decay detecting drill” voorzien.

Tot de structurele restauratie van het gebouw behoort ook de integratie van brandcompartimentering, geluidsisolatie, thermische isolatie … Het binnenpleisterwerk wordt plaatselijk gerestaureerd met kalkpleister en tegen de binnenzijde van de buitengevels wordt een thermisch isolerende pleister aangebracht.

Uit respect voor het monument blijft de historische structuur van de binnenmuren zo veel mogelijk behouden en zal deze ook steeds leesbaar blijven.

Technische installaties:

De duurzame vernieuwing van de huidige verouderde technische installaties is noodzakelijk om het gebouw uit te rusten voor gebruik in de 21ste eeuw. Nieuw sanitair wordt voorzien op de verschillende niveaus. De toegankelijkheid via een lift is essentieel. Om efficiënt en duurzaam te kunnen verwarmen en koelen met gebruik van ondermeer geothermie is geopteerd voor een voeding vanuit de technische installatie die in de technische kelder van de nieuwbouw wordt geplaatst. De warmteafgifte en koeling gebeurt via ventiloconvectoren. In de vloeren worden kabelgoten geïntegreerd ten behoeve van de vergaderzalen.

De elektrische installatie wordt vernieuwd met toevoeging van een geïntegreerde verlichting. Het is daarbij belangrijk hoeveel licht en vooral welk soort licht elke armatuur dient te leveren om ruimte-ondersteunend te functioneren en een sfeervol interieur te krijgen. Speciale elektrische voorzieningen, multimedia, geluid, projectie, beveiliging … zijn voorzien om de lokalen geschikt te maken voor polyvalent gebruik.

Circulatie: de rijkswachtkazerne als poortgebouw

Om in en rond het historische gebouw een vlotte circulatie mogelijk te maken zijn er een aantal doordachte ingrepen nodig zoals hellende vlakken. Het huidige gebouw staat op een sokkel. Om alle ruimtes toegankelijk te maken voor iedereen wordt er gewerkt met een reeks van spontane hellende vlakken zonder dat het idee van het statige 19de-eeuwse gebouw op een sokkel verdwijnt. De voortuin wordt in het nieuwe ontwerp plaatselijk licht in helling geplaatst. Aan de achterzijde wordt ook het nieuw aan te leggen plein plaatselijk verhoogd naar het historische gebouw. Deze hellingen voldoen aan de normen van toegankelijkheid.

De inkomhal geeft in ons concept niet enkel toegang aan het historische gebouw maar ontsluit de volledige site dankzij een openbare passage tussen de “Groene Boulevard” en het nieuwe binnenplein. Deze oplossing bestaat erin een nieuw kokervormig volume in de inkomhal te integreren. De nieuwe ingreep is door zijn vormentaal en materiaalgebruik visueel te onderscheiden van de historische situatie.

De bestaande historische organisatie van het gebouw blijft hierbij gerespecteerd. De bestaande inkomhal wordt een publieke, open doorgang en kan daardoor functioneren als een poortgebouw.

 

Aanpak voorzijde monument

De gevels worden vooral technisch gerestaureerd. Op een oude postkaart is te zien dat het middenrisaliet oorspronkelijk een blekere kleur had dan de baksteen rondom. Dit geveldeel wordt opnieuw benadrukt door de baksteen te kaleien in een warme grijze tint aansluitend op de natuurstenen ornamenten. Hierdoor wordt het idee van het centrale “poortgebouw” versterkt.

Om een optimale functionaliteit te bekomen tussen het monument en de nieuwbouw wordt er op het bovenste niveau een verbinding gemaakt. De koppeling gebeurt op een sobere wijze door middel van een strakke glazen schakel.

 

Aanpak achterzijde monument

Door de inplanting van het nieuwe stadskantoor en de wens van de stad om een publiek plein te voorzien aan de achterzijde ontstaat een ”historisch vreemde” situatie. Het monument is voorzien van sterk uitgewerkte voor- en zijgevels met een representatief uitzicht. Typisch voor de 19de-eeuwe mentaliteit is hier een “pronkgevel” gerealiseerd. De achtergevel echter is van en heel andere categorie. Deze gevel is nooit gemaakt om “bekeken” te worden, laat staan om een representatieve gevel te worden aan het nieuwe “stads”-plein.

De vrij banale achtergevel van het 19de-eeuwse gebouw wordt in het nieuwe concept een “pleingevel”. Om er een meer representatief uitzicht aan te geven wordt aan deze achtergevel centraal een eigentijdse beglaasde structuur toegevoegd. De nieuwe ingreep geeft het monument een eigentijds gezicht aan het stadsplein, accentueert de doorgang en “linkt” heden en verleden aan mekaar.

GERELATEERDE DOSSIERS