Doorzoek volledige site
18 september 2018

Beton gieten op een stukje erfgoed

Illustratie | © François Lichtle
Illustratie | © François Lichtle
Illustratie | © François Lichtle

 De Abdij van Villers-la-Ville is een prachtige trekpleister voor het Waalse toerisme, en de Waalse regering wilde de aantrekkelijkheid ervan nog versterken: het Agence wallonne du Patrimoine kreeg daarom de opdracht een ontwikkelingsplan voor de lange termijn uit te werken en te realiseren.

Het bezoekerscentrum van de abdij had een grondige opknapbeurt nodig, en ook een coherent didactisch parcours was wenselijk. Het geheel moest uiteraard een harmonieuze mix van respect voor erfgoed, eigentijdse architectuur en toeristische valorisatie worden.

De keuze viel uiteindelijk op het project van het jonge architectenbureau Binario Architectes uit Luik. In dit project eist beton – in meerdere verschijningsvormen – een hoofdrol op.

 

Liftkoker in minerale versie

Wie het bezoekerscentrum binnenstapt, ziet overal beton: de receptiesokkel in plankjesbeton, de vloer in polierbeton. De grote deur in aluminium is de start van het bezoek. Bezoekers kunnen kiezen tussen de grote trap, met een mix van cortenstaal, hout en aluminium, of de lift nemen die, indrukwekkend, gevangen zit in een koker van plank­jesbeton. 

Andrea Tenuta van Binario Architectes: “Het bestek vermeldde expliciet de bouw van een lift met het oog op toegang voor mensen met een mobiele beperking. Wij wilden echter niet weten van een liftinstal­latie zoals je in ziekenhuizen en kantoorgebouwen ziet: we wilden iets esthetisch dat zowel wat textuur als wat tinten betreft, harmonieus aansluit op de antieke baksteenmuur van de molen en op de trapstructuur in cortenstaal. En omdat het solide moest zijn, kozen we voor beton.”

Dat liep overigens niet van een leien dakje: “We hebben wat moei­lijkheden ondervonden met deze dunne betonwanden. De hoogte was aanzienlijk, maar de dikte beperkt: zodra we de bekisting weghaalden, kwam alles mee… We hebben samen met de aannemer heel wat proeven moeten doen vooraleer de juiste formule gevonden was.”

 

Stampbeton

Als laatste fase van zijn wandeling bereikt de bezoeker de oude apotheektuin waar de monniken een hele waaier van planten voor medicinaal gebruik teelden. Later werd een en ander tot een siertuin verbouwd. Ook hier is het pad aangelegd in uitgewassen beton. Deze bedekking heeft als voordeel dat ze voldoende stevig en duurzaam is om het rondwandelen van vijftigduizend bezoekers per jaar te verdragen, en tegelijk ook esthetisch coherent versmelt met de andere minerale elementen.

Opvallend is echter vooral de borstwering in stampbeton die niet alleen een functionele rol speelt maar ook de allure van een monumentale sculptuur aanneemt. “Voor zover ik weet, is dit een van de eerste toepassingen van stampbeton in België. Dat heeft voor een stuk te maken met de complexi­teit van de uitvoering van zo’n werkstuk: er wordt gewerkt met roestvrije bewapening, en de bekisting wordt meteen verwijderd, zonder echter betonstroming toe te laten. De lagen moeten genoeg onderlinge afstand hebben, hier ongeveer 70 cm. We hebben enorm veel tests uitgevoerd op de granulaten, vooral om de gewenste tinten en afmetingen te bereiken. Je krijgt na verwijdering van de bekisting en reiniging met water immers bijna elke keer een ander resultaat, afhankelijk van het granulaattype…”

Andrea Tenuta, die kost wat kost dit chromatisch resultaat wilde bereiken, was de wanhoop nabij. “Dit lijkt misschien veel moeite voor een detail, maar wij hadden in Italië en in Duitsland voorbeelden gezien van realisaties in stampbeton, en we waren helemaal wég van de algemene indruk: het was wel degelijk beton, maar dan met een ongewoon aspect; er ging iets van uit als een trilling.”

Na het bezoek aan de multimedia- en de maquetteruimte kunnen de bezoekers de molen verlaten via de 27 meter lange loopbrug in cortenstaal. Zo bereiken ze het didactisch parcours in uitgewassen beton met daarnaast een tijdlijn – ook al in cortenstaal – die de geschiedenis van de abdij verhaalt vanaf haar stichting in 1146 tot de definitieve verjaging van de monniken in 1796. “De heuvel waarover nu dit bezoekerspad slingert, was helemaal overwoekerd en belemmerde het mooie uitzicht volledig. We hebben het terrein geëffend zodat we nu vrij over het hele cisterciënzer­domein kunnen uitkijken.”

Meer weten over dit project? Lees meer in het magazine Blik op beton (n29) van FEBELCEM.

GERELATEERDE DOSSIERS