Doorzoek volledige site
30 mei 2011

Actie architectencontract in het kader van DBFM-opdracht scholenbouw

De sector van ingenieursbureaus en architecten maakt zich zorgen over het contract “basisteam” (architecten en ingenieursbureaus) dat de geselecteerde architecten zullen moeten ondertekenen in het kader van de DBFM-opdracht scholenbouw. Beroepsverenigingen ORI, G30, BVA en NAV stelden samen onderstaande Open Brief op.
De sector van ingenieursbureaus en architecten maakt zich zorgen over het contract “basisteam” (architecten en ingenieursbureaus) dat de geselecteerde architecten zullen moeten ondertekenen in het kader van de DBFM-opdracht scholenbouw. Beroepsverenigingen ORI, G30, BVA en NAV stelden samen onderstaande Open Brief op.




AG Real Estate (DBFM-vennootschap) wenst de verplichtingen in het kader van een DBFM constructie “back-to-back” te vertalen in de architectenovereenkomst. Het evenwicht tussen rechten en verplichtingen in de overeenkomst is hierdoor volledig zoek. Het contract dat ter ondertekening zal worden voorgelegd telt ruim 120 pagina’s inclusief bijlagen, nog eens aangevuld met een interfaceovereenkomst van 80 pagina’s.

ORI, G30, BVA en NAV hebben verschillende vergaderingen gehad met AG Real Estate en ettelijke voorbereidende vergaderingen met hun advocaten Christophe Lenders (GSJ Advocaten) en Michel Van Droogenbroek (Wéry Advocatenassociatie), evenals met de verzekeringsmaatschappijen.


Mr. Lenders en Mr. Van Droogenbroek hebben een omstandige nota opgemaakt waarin op gemotiveerde wijze de belangrijkste onaanvaardbare bedingen werden toegelicht, alsook werden in de overeenkomst de belangrijkste wijzigingen met “track changes” opgenomen teneinde tot een evenwichtig document te komen, in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving en gangbare praktijken. Deze teksten werden half februari overgemaakt aan AG Real Estate.

In het decreet betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur is uitdrukkelijk opgenomen dat de DBFM-vennootschap voor de uitvoering van haar opdracht en meer specifiek voor de selectie en toewijzing van aannemers en architecten de overheidsopdrachtenwetgeving dient toe te passen. Dit heeft als consequentie dat het KB van 26 september 1996 houdende de Algemene Uitvoeringsregels (‘AUR’) met haar bijlage de Algemene Aannemingsvoorwaarden (‘AAV’) van rechtswege van toepassing zijn op de uitvoering van de overheidsopdrachten. Deze vormen het contractueel kader van de overeenkomst en bepalen aan welke voorwaarden de overheidsopdracht zal moeten worden uitgevoerd. AG Real Estate is van mening dat van de AAV kan afgeweken worden in het kader van het “back-to-back” principe dat als doel heeft de risico’s die op haar rusten, maximaal door te schuiven naar de contractpartij, zijnde hier dus de architecten en ingenieursbureaus. Het evenwicht tussen rechten en plichten van partijen dat door de wetgever met de AAV is beoogd wordt door de promotor aldus volledig en in het nadeel van de architect terzijde geschoven.

Na grondige studie van de overeenkomst moet ernstige kritiek geformuleerd worden tegen het niet respecteren van de volgende principes:

-    de toepasselijkheid van de AAV en het ontbreken van bijzondere eisen om van deze AAV af te wijken zoals bepaald in artikel 3 AUR
-    de onafhankelijkheid van de architect
-    de verzekerbaarheid van de overeenkomst aan normale marktvoorwaarden die de uitvoering van de architectenopdracht mogelijk moeten maken en - de noodzaak aan een realistisch takenpakket voor de architect en een evenwicht in de verantwoordelijkheden tussen partijen.

Na sterk te hebben aangedrongen bij AG Real Estate werden de vertegenwoordigers van de sector uitgenodigd op 27 april 2011 voor overleg. Van overleg was echter geen sprake. Het werd een informatieve vergadering waarbij AG Real Estate een mondelinge toelichting van de wijzigingen heeft gegeven. AG Real Estate stelde dat ze in de mate van het mogelijke rekening had gehouden met de opmerkingen van de Mrs. Lenders en Van Droogenbroek. De conclusie van AG Real Estate was dan ook dat zij positief waren tegemoet gekomen aan heel veel van de opmerkingen, maar niet alles.

Om de aanpassingen zelf te kunnen evalueren hebben wij AG Real Estate gevraagd om ons deze schriftelijk over te maken. Op 5.5.2011 was er bij AG Real Estate een bijkomende toelichtingsvergadering voorzien met de vertegenwoordigers van ORI/ G30/ BVA en NAV en hun advocaten. AG Real Estate heeft echter dusdanige randvoorwaarden gesteld dat wij - als vertegenwoordigers van ORI/ G30/ BVA en NAV - in overleg met onze advocaten hebben beslist om niet in te gaan op deze uitnodiging.

Op verzoek van AG Real Estate heeft er uiteindelijk toch een infovergadering plaatsgevonden op 17.5.2011 waar ze een overzicht van de diverse aanpassingen aan de overeenkomst hebben toegelicht.
Samen met Mrs. Lenders en Van Droogenbroek moeten wij echter tot het besluit komen dat er eigenlijk fundamenteel niet veel werd gewijzigd aan de overeenkomst. Bovendien maakt de interfaceovereenkomst, die onverkort van toepassing blijft en voorrang heeft op alle andere contractuele bepalingen, dat de opdrachtgever op gelijk welk moment kan interveniëren zonder dat de architect hier inspraak bij heeft.
De verenigingen hebben dan ook op de vergadering van 17.5.2011 aan AG Real Estate hun standpunt bevestigd en gesteld dat dit geen evenwichtig contract is.

Samenvattend wensen de beroepsverenigingen dat onverminderd de overige wettigheidskritieken, minstens volgende bepalingen en principes primeren op alle contractuele bepalingen van de overeenkomst met inbegrip van de interface overeenkomst:

-   Alle taken en verbintenissen van de architect zijn inspanningsverbintenissen. Alleen wanneer een eigen fout van de architect kan worden aangetoond bij de uitvoering van zijn eigen taken en verbintenissen anders dan het louter niet bereiken van een welbepaald resultaat, kan de architect aansprakelijk worden gesteld.
-   De architect oefent zijn opdracht in onafhankelijkheid naar de aannemer en opdrachtgever uit en dit in overeenstemming met artikel 4 van de wet van 1939 op de bescherming van en de titel van het beroep van de architect en het reglement van 16 december 1983 van beroepsplichten door de Nationale Raad van de Orde der Architecten vastgesteld.
-   Alleen wanneer daadwerkelijke schade in oorzakelijk verband met een aangetoonde fout van de architect is bewezen, kan de architect voor deze bewezen schade aansprakelijk worden gesteld. De architect kan nooit voor contractuele boeten en straffen aansprakelijk worden gesteld zonder dat de opdrachtgever of enige andere derde het bestaan en de omvang van de schade bewijst.
-   Voor de arbitrage moet voorzien worden in 5 arbiters die dienen te zetelen en beslissen als college waarvan minstens 2 arbiters ingenieurs-architecten dan wel architecten zullen zijn en beiden aangesteld worden door de Nationale Raad, de Vlaamse Raad dan wel een Provinciale Raad van de Orde van Architecten.
-   De taken waarmee de architect wordt belast wijken niet af van hetgeen gebruikelijk tot zijn opdracht behoort bij gebreke waaraan een aanvullende vergoeding zal worden toegekend en mogen in elk geval niet in strijd zijn met diens wettelijke en deontologische verplichtingen.

De beroepsverenigingen zullen voor deze principes blijven strijden en hebben aan AG Real Estate gemeld dat voormelde conclusie en huidige stand van zaken eerstdaags zowel aan de Vlaamse Bouwmeester als aan de Nationale Raad van Architecten zou worden toegelicht.