Doorzoek volledige site
28 september 2018

Bepaling van de brandweerstand van prefab elementen

Illustratie | © FEBE
Illustratie | © FEBE
Illustratie | © FEBE

Betonnen prefab elementen die geleverd worden moeten uiteraard voldoen aan de regelgeving van de bescherming tegen brand. Deze regels werden vastgelegd in het KB-Basisnormen van 7 juli 1994, dat de normen ter preventie van brand en ontploffing van nieuwe gebouwen vastlegt. Om het u makkelijker te maken, vatten we even samen hoe constructie-elementen hieraan kunnen voldoen. Dit deel van de wetgeving is terug te vinden in het Ministerieel Besluit van 17 mei 2013.
 

Het ministerieel besluit legt vast welke tabellen en eenvoudige berekeningen uit de Eurocodes mogen worden toegepast voor de bepaling van de brandweerstand. Indien u de brandweerstand op een andere wijze dan volgens de genoemde methodes wenst te bepalen, moet u de berekeningen door de derogatie­commissie laten nazien.

Eén van de eerste zinnen van deze wettekst begint als volgt: “Overwegende dat de manieren om de brandweerstand van een bouwelement te beoordelen als de CE-markering niet verplicht is, bepaald worden in het punt 2.1, 2° van de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 en dat één van die middelen een berekeningsnota is, uitgewerkt volgens een erkende berekeningsmethode;…”

In mensentaal betekent dit dat als de verklaring van de brandweerstand onder de CE-markering gebeurt, deze wet niet van toepassing is. België mag als EU-lidstaat uiteraard geen wetten uitvaardigen die ingaan tegen de Europese regelgeving, in dit geval de Bouwproductenverordening. 

 

Bijlage ZA

Elke geharmoniseerde norm heeft een bijlage ZA die bepaalt welke gegevens onder de CE-Markering verklaard moeten worden. De manier waarop dat moet gebeuren, staat beschreven in de geharmoniseerde norm zelf en is afhankelijk van de methode die de fabrikant kiest om de mechanische sterkte en de brandweerstand te verklaren. 

Kiest de fabrikant voor de brandweerstand voor methode 1, dan verklaart hij de brandweerstand niet, maar geeft hij de geometrische kenmerken van het betonelement mee aan de afnemer. Die staat in voor de berekeningen van stabiliteit, brandweerstand, … Dat wil zeggen dat de fabrikant de brandweerstand niet verklaart onder de CE-markering en de bepaling van de brandweerstand moet dus geschieden volgens de 
bepalingen van de wet van 17 mei 2013.

Verklaart de fabrikant de brandweerstand onder methode 2, dan verwijst de bijlage ZA dikwijls naar de paragraaf 4.3.4.1 van de productnorm 
(zie kaderstuk), die op zijn beurt doorverwijst naar de gelijk genummerde paragraaf van de NBN EN 13369 – “Algemene bepalingen voor vooraf vervaardigde beton­producten”. 

 

Uittreksel uit pr NBN B 21-600

4.3.4. Brandweerstand en brandreactie
4.3.4.1 Algemeen
Brandweerstand en brandreactie worden verklaard indien zij relevant zijn voor het beoogd gebruik van het product.
De brandweerstand wordt gewoonlijk verklaard door middel van een klasse van weerstand tegen een genormaliseerde brand. Als alternatief kan de weerstand tegen een parametrische brand verklaard worden.
Bijlage O van de EN 13369 geeft aanbevelingen voor de toepassing van EN 1992-1-2.
NOOT De vereiste klasse van weerstand tegen een genormaliseerde brand of tegen een parametrische brand als alternatief is in overeenstemming met de nationale regelgeving inzake brand.
4.3.4.2 Classificatie van de weerstand tegen een genormaliseerde brand
Het nazicht van de weerstand tegen een genormaliseerde brand vergt de toepassing van één van de volgende methoden.
a) Classificatie door beproeving
Eerdere proeven uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften van EN 13501-2 (d.w.z. op eenzelfde product, volgens eenzelfde of strengere proefmethode), mogen in rekening worden gebracht.
De geldigheid van proefresultaten kan met behulp van geschikte berekeningsmethoden (zie bv. c) hierna) worden uitgebreid tot andere overspanningen, dwarsdoorsneden en belastingen.
b) Classificatie naar analogie met getabelleerde waarden
Getabelleerde waarden kunnen in EN 1992-1-2 gevonden worden. In het voorkomend geval kunnen productnormen aanvullende regels verstrekken.
c) Classificatie door berekening
Voor de classificatie op basis van berekeningsmethoden zijn de toepasselijke paragrafen uit EN 1992-1-2 van toepassing of de regels die gelden op de plaats waar het product gebruikt wordt. In het voorkomend geval kunnen productnormen aanvullende regels verstrekken.
4.3.4.3 Nazicht van de weerstand tegen een parametrische brand
Belastingen veroorzaakt door een parametrische brand zijn zoals aangegeven in EN 1992-1-2. Het nazicht van de weerstand tegen een parametrische brand gebeurt op basis van berekeningsmethoden volgens EN 1992-1-2 of door beproeving.

 

Een fabrikant kan dus de brandweerstand bepalen onder methode 2 volgens de volledige Eurocode 2, zowel gestandaardiseerde als geparame­triseerde brandberekeningen. Hij kan dat ook doen via de getabelleerde waarden, eenvoudige berekeningen of beproeving.

Bepaalde productnormen geven daarnaast extra informatie zodat de berekeningen beter aansluiten bij de specificiteit van het product. Twee voorbeelden hiervan zijn:

  • De “NBN EN 1168 – Holle vloerelementen” die in bijlage G bij­ko­mende bepalingen voor het nazicht van de dwarskracht­weer­stand bij voorgespannen holle vloerelementen bij brand geeft. 
  • De “NBN EN 13224 - Geprefabriceerde betonproducten - Geribde vloerelementen” die in paragraaf 4.3.4.1. Brandweerstand gedetailleerde warmteprofielen voor dit vloersysteem geeft.

De fabrikant die de verklaring van de brandweerstand onder methode 3 van de CE-Markering doet, moet in de bijlage ZA nazien wat de instructies zijn. Deze verschillen van norm tot norm. 

Bij methode 3a vervaardigt de fabrikant het product op basis van het volledig uitgewerkt ontwerp zoals aangeleverd door de opdrachtgever. In geval van methode 3b ontwerpt, berekent en fabriceert de fabrikant het betonproduct zelf volgens de ontwerpinstructies van de klant. 

Het staat de fabrikant echter vrij om binnen één prestatieverklaring voor de verschillende essentiële kenmerken een andere methode te kiezen. Zo kan hij voor alle parameters werken met methode 1 of 3 en de brandweerstand toch zelf en op eigen verantwoordelijkheid verklaren onder methode 2. Hierdoor kan de brandweerstand van geharmoniseerde prefab betonproducten veel nauwkeuriger berekend worden.

GERELATEERDE DOSSIERS