Doorzoek volledige site
28 februari 2019

BBA New Way of Working: nominatie voor Bestuurs- en Dienstencentrum Sint-Gillis-Waas (Architecten Els Claessens en Tania Vandenbussche)

Illustratie | Architecten Els Claessens en Tania Vandenbussche
Illustratie | Architecten Els Claessens en Tania Vandenbussche
Illustratie | Architecten Els Claessens en Tania Vandenbussche
Illustratie | Architecten Els Claessens en Tania Vandenbussche

In de categorie New Way of Working van de Belgian Building Awards waren (Architecten Els Claessens en Tania Vandenbussche met het Bestuurs- en dienstencentrum in Sint-Gillis-Waas. De ontwerpers gaven het kasteel Vaulogé, sinds 1961 als gemeentehuis in gebruik, terug een plek in het park en verbonden het met een nieuwbouw.

Het kasteel Vaulogé vormde een belangrijk aanknopingspunt voor het ontwerp van een nieuw bestuurs- en dienstencentrum. Weliswaar waren binnenin ingrijpende verbouwingswerken gebeurd en was de historische context, een kasteel in een park, deels verdwenen, toch is het gebouw nog beeldbepalend voor de gemeente.

Het programma vroeg naar publieke functies (onthaalbalies, leesruimte archief,…), kantoren voor de verschillende gemeentediensten en semi-publieke functies met voornamelijk de college- en raadzaal die een flexibel gebruik kennen. Door de grootte van het programma moest een nieuwbouw ontworpen worden die vele malen groter was dan het kasteel. Zelf vond het bureau het belangrijk dat het kasteel terug in het park kwam te staan. De architecten trokken daarom het park door en ontwierpen de gevraagde verbindingsweg als een parkpad. De nieuwbouw krijgt een gebalde volumetrie met een aantal knikken die de lengte visueel nog verkorten, de samenhang van het park versterken en ervoor zorgen dat de nieuwbouw, ondanks zijn veel grotere volume, een correcte verhouding krijgt tegenover het kasteel. De gebalde volumetrie is dus ontstaan vanuit de context, maar ook vanuit organisatorische ambities.


Open huis

Organisatorisch heeft de nieuwbouw een compacte circulatie, die het hart van het gebouw vormt. Het hart is dubbelhoog en bevat ook de trap die de twee bouwlagen op een uitnodigende manier verbindt, de pendant van de centrale traphal in het kasteel. Het nieuwe bestuurs- en dienstencentrum is door zijn uitnodigend karakter en door de heldere organisatie een open huis, zowel voor bezoekers als voor wie er dagelijks werkt. Het gebouw krijgt meerdere toegangen waardoor elke gebruiker op een evidente manier zijn weg vindt. 


Flexibel 

De kwaliteit van werken in een historisch kasteel verschilt van die in een hedendaagse nieuw, maar beide zijn met de nodige flexibiliteit ontworpen om het groeien of krimpen van de verschillende diensten in de tijd te kunnen opvangen. In het kasteel krijgen de kamers terug goede proporties, zodat ze meerdere invullingen kunnen krijgen hetzij als burelen voor een 4-tal medewerkers, hetzij als kleinere vergaderruimtes.

In de nieuwbouw is de draagstructuur ontworpen als een dragende buitenschil en structurele kolommen rond de hal waardoor de zone voor werk- en vergaderruimtes rond de vide in de toekomst vrij kan ingericht worden. Binnen de modulemaat en structuur van de nieuwbouw kunnen zowel landschapskantoren als kleinere burelen worden ingericht. De huidige invulling met landschapskantoren is aangevuld met vergadercockpits die ook een andere manier van werken of overleg toelaten. Een flexibele invulling van het gebouw wordt zo gegarandeerd waarbij op eenzelfde moment verschillende gebruiken mogelijk zijn zonder elkaar te hinderen.

Door de gebalde vorm van de nieuwbouw blijven de loopafstanden beperkt, is er een grote transparantie tussen de verschillende lokalen en blijft het contact met de publieke zones behouden zonder dat de rust van het werken wordt aangetast. Op deze manier ontstaat een heldere en leesbare organisatie van het geheel en blijft het contact tussen alle programmadelen behouden. 

De kantoorvloeren zijn noordwestelijk georiënteerd, wat de directe zonne-instraling beperkt. De vergaderzalen, die eerder sporadisch gebruikt worden, zijn zuidoostelijk georiënteerd. Deze ruimtes zijn uitgerust met een geautomatiseerde buitenzonnewering die het uitzicht naar buiten niet verhindert. Tegelijkertijd zorgt de daglichttoetreding via het hart en via de grote raampartijen voor een aangenaam contact met buiten, een levendige en variabele omgeving en een daling van het energieverbruik voor kunstverlichting. 


Meubilair

Bijzondere aandacht werd ook besteed aan de materialisatie en het ontwerp van het meubilair binnen het gebouw. Doorgedreven ergonomie en het gebruik van warme, kwalitatieve materialen gaan hierbij hand in hand en resulteren in een aangename en coherente gebouwsfeer. Er is bijzondere aandacht geschonken aan de akoestische kwaliteiten van de materialen (vb. baffels, vloerbekledingen,…). Voor het ontwerp van het onthaalmeubilair is een mock-up gemaakt waarop de latere gebruikers hun input hebben gegeven wat resulteerde in een uiterst functioneel meubel.
Verschillende ontwerpaspecten komen op deze manier samen in een gebouw dat het comfort van alle gebruikers garandeert. “Telkens we er teruggaan krijgen we te horen hoe aangenaam de nieuwe werkplek wel is”, aldus de ontwerpers.

 

Passiefgebouw

De nieuwbouw is een passiefgebouw. Warmteverliezen via de buitenschil zijn beperkt, enerzijds door de compacte zeshoekige vorm die zorgt dat het verliesoppervlak klein is in verhouding tot het beschermde volume. Anderzijds door de gebouwschil zeer goed te isoleren en luchtdicht te maken (v50=0.6) wat resulteerde in een k-peil van 18. Voor de resterende energievraag is gebruik gemaakt van duurzame energie. Een BEO-veld met 7 diepe grondboringen zorgt voor koude in de zomer en warmte in de winter en is gekoppeld aan een warmtepomp die de betonkernactivering bedient. De ventilatie in de ruimtes met wisselend gebruik is vraaggestuurd op basis van CO2 en is voorzien van een vliegwiel dat vocht en warmte recupereert.
Het dak van het nieuwe dienstencentrum werd van een groendak voorzien dat het water buffert. Het regenwater wordt opgevangen in nieuw aangelegde groene wadi’s langs het parkpad.


 

Over de Belgian Building Awards

De jury van de Belgian Building Awards bestond uit 9 architecten, journalisten en publicisten: Rita Agneessens (Linklab), Laure Bertrand (LRarchitectes), Eric Cloes (Ik ga Bouwen), Marc Dubois (architectuurrecensent), Lionel Lhoir (Focus Archi), Rik Neven (architectura.be), Philippe Selke (architectura.be), Arnaud Tandt (NAV en Febelcem) en Marnik Dehaen (waarnemend jurylid namens de Orde van Architecten).

De Belgian Building Awards zijn een initiatief van Batibouw dat voor de uitwerking een beroep doet op Redactiebureau Palindroom en architectura.be. Verder wordt ook nauw samengewerkt met de Orde van Architecten en Ik Ga Bouwen & Renoveren, (Sanoma). 

 

GERELATEERDE DOSSIERS