Doorzoek volledige site
21 december 2011 | EVA SCHREURS

Jaaroverzicht 2011: Nieuwe architectuurboeken

Architectura besteedde dit jaar extra aandacht aan (recent) verschenen architectuurboeken. We stuurden twee speciale nieuwsbrieven uit en schonken ettelijke exemplaren weg aan de winnaars van onze prijsvragen. Uit dit boekenjaaroverzicht van 2011 put u allicht inspiratie voor uw kerstverlanglijstje.

Architectura besteedde dit jaar extra aandacht aan (recent) verschenen architectuurboeken. We stuurden twee speciale nieuwsbrieven uit die volledig gewijd waren aan architectuurboeken en schonken ettelijke exemplaren weg aan de winnaars van onze prijsvragen. Uit dit jaaroverzicht van 2011 put u allicht inspiratie voor uw kerstverlanglijstje.

1. “Renaat Braem 1910-2001” van VIOE

Met de uitgave “Renaat Bream 1910-2001”  brengt het VIOE (Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed) het ultieme Braemboek, een overzichtswerk van één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de moderne architectuur in België.

De Antwerpse architect Renaat Braem (1910-2001) had een uitgesproken ideologie over ruimte en maatschappij en was doordrongen van de overtuiging dat architectuur en stedenbouw de mens moeten bevrijden. Socialisme, ontvoogdingsstrijd, modernisme en planmatig ruimtelijk denken liet Braem naadloos op elkaar aansluiten in zijn utopisch project de Lijnstad (1934 – een ontwerp voor een lineaire stad tussen Antwerpen en Luik langs het Albertkanaal). Na WO II realiseerde hij o.a. het sociale woningbouwcomplex op het Kiel (Antwerpen) dat internationaal tot de beste voorbeelden van de naoorlogse modernistische sociale huisvesting wordt gerekend. Daarnaast ontwierp hij o.a. het Administratief Centrum aan de Oudaan, het paviljoen van het Middelheimmuseum in Antwerpen en de Modelwijk aan de Heizel. Hij bleef zijn hele leven werken aan een betere ruimtelijke planning voor België, wat resulteerde in de Bandstad België (1964).




Modelwijk © VIOE, fotograaf: A. De Belder



Anno 2010 verwonderen de expressiviteit van zijn architectuur en zijn engagement in sociale woningbouw. Het eigentijdse karakter van zijn projecten, de scherpte van zijn pen en geest en het accuraat inspelen op hedendaagse behoeften, maken Braem tot één van de spilfiguren van het naoorlogse modernisme in België. De spitsvondigheid van zijn sociale en ruimtelijke analyses, het minutieus materiaalgebruik en zijn sculpturale vormentaal hebben dan ook nog steeds raakpunten met het hedendaagse architectuurdebat.

2. “Euregio Architecture – Crossing Borders” van Philippe Van Gelooven

Het boekwerk ‘Architectuur in de Euregio’ verbeeldt de kracht waarmee grensverleggende architectuur haar bijdrage levert aan het hart van Europa. Het boek legt verbanden, slaat bruggen en nodigt bovenal uit om impressies op te doen van gedurfde, creatieve architecturale realisaties.  Het Justitiehuis in Hasselt, C-mine in Genk, het TGV-station Luik-Guillemins, de Dominicanerboekhandel in Maastricht, het Tivolistadion in Aken, het Glaspaleis in Heerlen… Stuk voor stuk landmarks die de stad en de buurt waar ze zijn ingeplant een nieuwe identiteit geven. ‘Architectuur in de Euregio’ is fotograaf Philippe van Gelooven op zijn best. Architect Alfredo De Gregorio: “De foto’s die Philippe van Gelooven maakt, treffen me telkens weer. In alle eenvoud weet hij de ziel van een project in één poëtisch beeld te vatten. Geen typische architectuurfotografie, maar een weergave, een beeld van de essentie van een gebouw.” 





3. “New Works and words” van Stéphane Beel Architects

Stéphane Beel (1955) is sinds de jaren ‘80 één van de toonaangevende architecten in België. Op zijn palmares staan onder meer de ontwikkeling, verbouwing, restauratie en/of uitbreiding van het Leuvense museum M, deSingel in Antwerpen, de UGent, de Postsite in Berchem, het Gentse Gerechtsgebouw en woningen voor particulieren. De volumineuze publicatie Stéphane Beel Architects: New Works and words presenteert zeventien projecten.





Dit langverwachte overzicht van het recente werk van Stéphane Beel besteedt ruime aandacht aan maquettes, plannen en schetsen van de verschillende projecten, die telkens in een essay toegelicht worden door experts als Mil De Kooning, Christophe Van Gerrewey, Geert Bekaert en Johan Lagae. Met schitterende foto’s van onder meer Jan Kempenaers en Luca Beel.

4. “(re)visiting – (re)inventing BURO II” van BURO II & ARCHI+I

Deze 434 pagina’s dikke BURO II-anthologie geeft een overzicht van de vele diverse (binnen- en buitenlandse) projectontwerpen die het bureau op z’n naam heeft staan. Hierbij wordt er speciale aandacht besteed aan ‘sleutelprojecten’: projecten die het denken, onderzoeken en ontwerpen binnen het bureau een nieuwe richting gegeven hebben. Verschillende aandachtspunten, zoals de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever en architect, de relatie tussen de organisatiestructuur van het bureau en creativiteit of de architecturale beeldtaal en de artistieke autonomie, worden onder de loep genomen. Het boek moet op die manier fungeren als een vertrekpunt voor een debat over de maatschappelijke en culturele verantwoordelijkheid van de in het architecturale proces betrokken partners. Voorts gaan de vier kersverse vennoten van het bureau (Rita Agneessens, Geert Blervacq, Tom Vandorpe en Pieterjan Vermoortel) in op wat was en wat nog komen zal.





Begin 2011 fusioneerde BURO II met ARCHI+I. Voortaan gaan ze samen door het leven als het homogene architectenvennootschap BURO II & ARCHI+I.

5. “Lens°Ass Architects” van Bart Lens

Zeven jaar na zijn eerste boek toont Bart Lens met zijn equipe Lens°Ass hoe de ingeslagen weg boeiende projecten kan opleveren. De grote zorg voor het interieur in al zijn facetten is een constante preoccupatie van Lens°Ass. Het boek toont een veelheid aan opdrachten: nieuwbouw, verbouwingen, interieurontwerpen tot en met objecten zoals meubilair en lampen. Op elk schaalniveau wordt een basisidee geïntroduceerd, een thema als ruggengraat van het project. Ook bij de recente grote architectuurprojecten wordt vanuit een zelfde visie vertrokken.





Het formuleren van een zo helder mogelijk concept ligt aan de basis van elk ontwerp. Met een juiste materiaalkeuze en beheerste detaillering ontstaan creaties die rust en sereniteit uitstralen. De klare lijnvoering versterkt de pure emoties die ontstaan tussen de vormgeving en het licht.

6. Juliaan Lampens

Juliaan Lampens is een Belgische modernistische architect die in de jaren ’60 furore maakte met eigenzinnige, brute betonnen bouwconstructies. ASP Publishers geeft in een prachtig nieuw boek een overzicht van zijn belangrijkste realisaties. Dit boek, dat verscheen onder redactie van Angelique Campens, biedt een chronologisch overzicht van Lampens’ oeuvre d.m.v. knappe zwart-witfoto’s, Engelstalige documentaties en maquettes, aangevuld met een beknopte biografie.





Juliaan Lampens (°1926) met zijn modernistische visie kon z’n experimentele stijl pas na de Wereldtentoonstelling van 1958 ten volle ontwikkelen. De door vorm en materiaalgebruik akoestisch perfecte Kapel van de Onze Lieve Vrouw in Kerselare leidde z’n definitieve doorbraak in. Lampens stond voor minimalistische betonarchitectuur, een logische constructieve opbouw in eerlijke materialen en pure soberheid. Toch stralen zijn constructies ook een zekere grandeur uit omdat ze vormelijk spektakel bieden en de limieten van het bewoonbare net niet overschrijden.

Juliaan Lampens maakte constructies die verder droegen dan de conventionele woonstijl. Zijn ontwerpen staan symbool voor een utopische, grenzeloze en avant-gardistische manier van leven. Experimenten met ruw beton en sculptuurachtige creaties waren hem niet vreemd. Lampens' rudimentaire stijl is voor veel hedendaagse architecten nog steeds een belangrijke inspiratiebron.