Doorzoek volledige site
30 januari 2020

Opinie: De ziel van een architect is broos

Illustratie | Afbeelding van Rob de Roy via Pixabay

Anton Sr Gonissen, CEO bij ABS Bouwteam, pent in deze bespiegeling neer waarom we creativiteit moeten beschermen. "Het is hoog tijd dat we het creatieve proces bij architecten bemoedigen en beschermen, zonder ons in te houden.'

Blootliggende zielenroerselen

Dit lang en onrustwekkend decennium is met het vallen van bladeren en het dalen van de temperatuur dan eindelijk tot zijn einde gekomen, terwijl ik soms het gevoel heb dat er aan hetgeen er onrustwekkend aan is eindeloos lijkt. De tijd lijkt wel gesmolten. Hetgeen dat bij die beroering echter als vanzelf op mij een kalmerende invloed heeft, is het bouwen van gebouwen. Er is iets met het uit de grond verrijzen van constructies allerhande dat me ontroert. Dat heeft veel te maken met mijn opleiding en het daaruit volgend inlevingsvermogen met de maker van gebouwen, de architect. Een bouwwerk, en de uitwerking op de aanschouwer of gebruiker ervan, is in zekere mate altijd met de maker besmet. Wie wrocht op een compositie van vorm, verhoudingen en functie maakt automatisch iets van zichzelf bekend. De innerlijke wereld van de schepper komt van binnenuit naar buiten, naar het concrete en stoffelijke van steen, glas en beton. De architect geeft zich daarmee onverdedigbaar bloot aan het oordeel van anderen en is dus, oneindig veel meer dan die anderen, geconfronteerd met de draagkracht en waarde van het gemaakte, met zichzelf dus. Het oordeel over de kwaliteit ervan is evenwel niet door de schepper te vellen. Het is de omgeving die, niet geplaagd door enige persoonlijke investering in de creatie, het rapport van de blootliggende zielenroerselen zal afgeven. 

 

Een bouwwerk, en de uitwerking op de aanschouwer of gebruiker ervan, is in zekere mate altijd met de maker besmet. Wie wrocht op een compositie van vorm, verhoudingen en functie maakt automatisch iets van zichzelf bekend.

 

Kopiëren 

En dat is nog niet alles. Architecten in België worden vijf plus twee jaar lang opgeleid om een nieuwe Corbusier te worden waar de meesten uiteindelijk een beroepsleven zullen leiden dat hen van loonstrookje naar loonstrookje brengt. De ontzaglijke investering in hun aanvankelijke talenten blijkt uiteindelijk een middelenverbintenis te zijn die statistisch weinig hoop geeft op het beloofde resultaat. Ik zie en spreek hen vaak en ze zijn overwegend moe. Na enkele jaren in het werkveld is veel van de oorspronkelijke ambitie verschrompeld en willen ze gewoon zo vaak mogelijk op reis gaan. Wie zich dan nog met eigen ontwerpen op het waagvlak van de openbare ruimte wil begeven, onder duizenden ogen, met een reëel risico op falen, daagt de vergankelijkheid uit. Om een karaktervernietigend oordeel te vermijden en toch een ticket veilig te stellen naar eeuwige roem is er sinds pakweg 1993 een beproefde modus operandi, gefaciliteerd door Bill Gates en Paul Allen en de onophoudelijke stroom van architecturale voorbeelden op het internet: kopiëren. Het was dan ook, tot mijn oprechte verbazing toen ik het las, niemand minder dan Albert Einstein die poneerde dat het geheim van creativiteit ligt in het verbergen van je bronnen. Mijn gesprekken met boegbeelden van onze Belgische architectuur hebben me in de materie enig inzicht geschonken. Daarbij blijkt dat het onderscheid tussen inspireren en kopiëren aandacht verdient. Inspiratie heeft een scheppende kracht terwijl kopiëren eigenlijk copy-pasten is, het klakkeloos overnemen van delen van een creatie om ze dan in een andere context aan elkaar te lijmen. Not cool. 

 

Eenhoorns

Het geheim zou hem zitten in het oorspronkelijk aanpakken van elke nieuwe opdracht, iedere keer opnieuw. Daarbij kan noch mag gebruik gemaakt worden van een wederkerend onderliggend moodboarden de enige bepalende factoren zullen a) het programma en b) de context en/of de omgeving zijn, niks anders. Het ontwerp evolueert van het geheel naar het detail en van binnen naar buiten. Eenmaal er een werkend concept is heeft het nog één beweging nodig, één geniale verschuiving als het ware, die het uniek en voltooid maakt. Diegene die dàt kan, die dàt durft, elke architect die zulke leap of faith onversaagd neemt, wordt in mijn wereld in de galerij der groten bijgeschoven. Ik ben van Peking naar Parijs gereden op een driewieler zonder vering en daarbij mocht ik vaker dan me lief was de bewondering van omstaanders en rallygenoten genieten, maar die prestatie is slechts water in vergelijking met wijn wanneer ik de moed, het talent en het doorzettingsvermogen van de architect aanschouw. Laat mij u bijkomend verhullen, ze zijn zeldzaam, het zijn eenhoorns! Natuurlijk begrijp ik waarom. Je hoeft geen leerstoelhouder in psychologie te zijn om in te zien dat tussen droom en daad praktische bezwaren in de weg staan. Het is dan ook hier dat het de laatste twintig jaar grondig misgaat voor de architect, op dit vitale kruispunt. 

 

Nochtans zie ik alle dagen onze Vlaamse bouwkunstenaars zich verdrinken in steeds evoluerende en nauwelijks bij te benen technische processen en verstikken onder groeiende bergen administratie.

 

Leap of Faith

Een architect of architecte (Grieks: architektón: bouwmeester; archi: opper, tektón: bouwer) is een ontwerper van gebouwen, die dit ontwerp visualiseert (op tekening zet) en de verwerkelijking van dit concept technisch en administratief begeleidt(Wikipedia). Opvallend in deze beschrijving is dat hij of zij de verwerkelijking van het concept technisch en administratief dient te begeleiden, dus niet zelf technisch noch administratief dient te realiseren! Nochtans zie ik alle dagen onze Vlaamse bouwkunstenaars zich verdrinken in steeds evoluerende en nauwelijks bij te benen technische processen en verstikken onder groeiende bergen administratie. Is deze vrijwillige beroepswending een noodzaak dan wel een vlucht? Het is perfect verklaarbaar dat de keuze tussen het risicovol blootleggen van de innerlijke kern of het geruststellend teruggrijpen naar de praktische aspecten van het beroep vaak in het voordeel van het tweede beslecht wordt. En precies daar dienen we alles op alles zetten om die keuze naar die leap of faith makkelijker te maken of we verliezen allemaal, in de eerste plaats de architecten zelf, de voordelen van de essentie van het beroep. Creativiteit heeft speelruimte nodig. Tenslotte zei Albert Einstein ook, en deze keer zat ie er pal op volgens mij: “Creativity is intelligence having fun”.