Doorzoek volledige site
17 maart 2020 | FILIP VAN DER ELST

Restauratie is specialistenwerk

De Handelsbeurs in Antwerpen opende in 2019 na twintig jaar leegstand opnieuw de deuren geopend. Het gerestaureerde en gerenoveerde monument neemt nu opnieuw haar eeuwenoude functie op van bruisende ontmoetingsplek. Illustratie | Tim Fischer

Een restauratieproject kan pas succesvol zijn als het wordt aangepakt door mensen die de geschikte technische kennis hebben, zonder daarbij de ‘feeling’ met en historisch inzicht in het gebouw te vergeten. Dat is één van de belangrijkste conclusies van het panelgesprek dat architectura.be organiseerde rond restauratie en erfgoed. De stelling gaat niet alleen op voor ontwerpers, maar net zo goed voor de betrokken (onder)aannemers en studiebureaus. Met een belangrijke kanttekening: een frisse blik kan werken (of is zelfs noodzakelijk) wanneer de restauratie gepaard gaat met herbestemming.

Alle aanwezigen hoeven niet lang na te denken over de eerste stelling van het panelgesprek: restauraties laat je best niet over aan architecten die niet gespecialiseerd zijn in erfgoed. Jan De Busser (Renotec): “Minder ervaren bureaus laten zich best bijstaan, zodat de kans op foutieve inschattingen en keuzes verminderd wordt. Werken in bouwteam met hierin respect voor elkaars sterktes kan ook een mooie oplossing zijn. In dat geval zitten ontwerper en aannemer in één team, wat kan leiden tot goede oplossingen.”


De juiste visie

Ruben Braeken (B+ Architecten) vult aan: “Een architect die zich inlaat met restauratie heeft twee kwaliteiten absoluut nodig: het technische aspect, en de juiste visie: de fijngevoeligheden die hem toe laten in te zien welke ingrepen wel of niet kunnen.”

Philippe Lemineur (Origin Architecture & Engineering) is niet alleen architect, hij is ook hoofdlector binnen de opleiding Erfgoedstudies aan de Universiteit Antwerpen. Hij merkt dat architectenbureaus regelmatig op zoek zijn naar studenten die afstuderen uit deze richting: “Het is immers niet eenvoudig om mensen te vinden die gespecialiseerd zijn in restauratie. Het vak gaat gepaard met een algemene filosofie die eraan vasthangt en die niet zo vanzelfsprekend is.”


Een frisse kijk

Bart Biermans (HUB Architects) brengt een nuance aan: volgens hem kan de visie van een buitenstaander in sommige gevallen ook nuttig zijn: “Het kan tot een beter resultaat leiden wanneer een gespecialiseerde architect en een niet-gespecialiseerde collega samen naar het monument kijken en nadenken over een goede oplossing. Soms heeft een monument immers nood aan een zekere transitie, en dan heb je meer vaardigheden nodig dan uitsluitend competenties op vlak van restauratie. Vakmanschap is nodig, maar soms is het nodig om dat vakmanschap net niet te hebben. De sleutel tot succes zit hem in het zoeken van de juiste samenwerkingen.”

“Een andere, frisse kijk op de zaak kan soms helpen”, beaamt Inge Debacker (Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed). “Anderzijds heeft de klant meer zekerheid dat er snel goede resultaten worden geboekt wanneer het een restauratiearchitect is die zich over de zaak buigt.”

 “Verschillende begrippen lopen door elkaar heen: restauratie is een puur technische aangelegenheid, maar daarnaast heb je ook nog herbestemming”, merkt Isolde Verhulst (PERSPECTIV architecten, ook lid van Gorduna vzw) op. “Als je een restauratie uitsluitend vanuit het technisch oogpunt bekijkt, en die volledig in handen laat van iemand die net van de schoolbanken komt en geen feeling heeft met een historisch gebouw, dan zal het resultaat waarschijnlijk tegenvallen.” Dat vindt ook Bart Biermans (HUB Architects): “De historische context van een gebouw is minstens even belangrijk.”

Wout Somers (DoesItHertz) beaamt: “Een geslaagd project is meestal het resultaat van een goede samenwerking tussen partijen die zich focussen op de pure restauratiekant van de zaak, en de mensen die ook naar het bredere plaatje, bijvoorbeeld inzake herbestemming, kijken.”


Meedenken en meevoelen

Voor een geslaagde restauratie dien je niet alleen een beroep te doen op gespecialiseerde architecten: ook voor de rest van de keten geldt die vereiste, vindt Paul Penners (Kloeckner Metals): “Ook aannemers en onderaannemers moeten voeling met het project hebben. In elk project is het dus een must om de juiste partijen bij elkaar te zetten, waarbij iedereen zich focust op zijn specialiteit. De aannemer moet kunnen meevoelen en -denken met de architect. Behoudt het pand zijn oorspronkelijke karakter of krijgt het een nieuwe invulling? De rol van de aannemer is hierin cruciaal.”

Jan De Busser (Renotec) is dezelfde mening toegedaan. “In een restauratieproject is niets moeilijker dan werken met arbeiders die niet gewend zijn restauraties uit te voeren. Ze moeten een zekere liefde voor het gebouw koesteren. In hun opleiding leren arbeiders dat alles loodrecht moet hangen of gemetst worden, maar bij een restauratie moeten ze vooral het gebouw volgen.”


Moeilijk om vakmannen te vinden

Er is volgens de experten rond de tafel een groot tekort aan aannemers met de juiste expertise. “Wij komen heel dikwijls dezelfde aannemersbedrijven tegen”, merkt Inge Debacker (Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed). “Er zijn niet zoveel spelers op de markt actief, en het is moeilijk om vakmannen te vinden, zeker voor het uitvoeren van kleine detailwerken.”

Dat laatste probleem ondervindt ook Linda Temmink van conservatie- en restauratieplatform IPARC. “Het zoeken naar goede onderaannemers voor kleine opdrachten is moeilijk, omdat de meeste aannemers voor dit soort projecten geen tijd hebben, of ze vinden de afstand te groot.”

Vooral de technische expertise ontbreekt, vindt Eddy De Baets (Ingenium). “Een aantal installateurs richt zich wat meer op deze niche, maar een installatiebedrijf dat zich uitsluitend bezighoudt met restauratie blijft een uitzondering. En dat houdt risico’s in, want een ploeg op de werf die gewend is om alle kanalen loodrecht te trekken? Dat is een gevaarlijke situatie in een restauratieproject.”


Concurrentie

Voor aannemersbedrijven is het dan ook bijzonder moeilijk om geschoolde arbeidskrachten te vinden. Jan De Busser (Renotec): “De concurrentie is enorm: er wordt gebikkeld om jonge vakmannen en projectleiders. Daarom zijn we gestart met een programma waarbij schoolverlaters bij ons een extra specialisatiejaar inzake restauratie kunnen volgen, en dat terwijl ze reeds bij ons in loondienst zijn.”

Ook Lerobel, gespecialiseerd in glasverwerking, ondervindt moeilijkheden bij het vinden van gespecialiseerde plaatsers en stielmannen. Yannick Leroi: “Glas is al een metier op zich. Als glasplaatser moet je daar al heel specifiek mee bezig zijn om de knepen van het vak pas echt onder de knie te krijgen.”

GERELATEERDE DOSSIERS