Doorzoek volledige site
17 maart 2020 | FILIP VAN DER ELST

"Er is een grens aan de energie-efficiëntie die je kan realiseren bij een restauratie"

Hoe gaan we in België om met ons erfgoed? Worden er te veel of net te weinig gebouwen beschermd? Is de regelgeving geschreven op maat van de specifieke kenmerken van het restauratiewerk? En zit de strenge EPB-regelgeving een deskundige restauratie in de weg? We legden deze en andere vragen voor aan de panelleden van ons rondetafelgesprek over restauratie & erfgoed.

Zit de Belgische restauratieregelgeving goed in elkaar? De meningen zijn verdeeld. Philippe Lemineur (Origin Architecture & Engineering): “De middelen zijn beperkt en moeten over veel partijen verdeeld worden. Dat betekent dat we soms meer dan vijf jaar moeten wachten vooraleer we kunnen starten met de restauratie van een zeer waardevol gebouw, omdat we nog wachten op subsidies. En een monument vijf jaar laten leegstaan, is om problemen vragen. Tegelijk zien we dat andere projecten na zes maanden al aan de slag kunnen. Dat zorgt voor frustraties.”


Taart verdelen

“Het vergt heel wat creativiteit om de taart zo goed mogelijk te verdelen”, vindt ook Isolde Verhulst (PERSPECTIV architecten). “Dat creëert een onzekerheid die voor bouwheren bijzonder lastig is.” Bart Biermans (HUB Architects) vult aan: “Er bestaan verschillende premies, maar er heerst grote onzekerheid over het premiestelsel. Als ontwerper heb je nooit de garantie dat je geen jaren zal moeten wachten, en dat is zeer lastig.”

Jan De Busser (Renotec): “Als aannemer hebben we minder last van dergelijke discussies, omdat we pas in een latere fase bij het project betrokken worden. Maar het is wel degelijk een probleem dat veel panden te lang leeg staan. De ellenlange wachtlijsten hebben als resultaat dat de staat van waardevolle gebouwen zienderogen achteruit gaat, en dat er niets aan gebeurt buiten dat er nadarhekken rond worden geplaatst.”


Duurzaamheid ≠ energie-eisen

De bouwsector wordt geconfronteerd met steeds strenger wordende eisen op energetisch vlak. In restauratieprojecten zorgt dat soms voor kopzorgen. Isolde Verhulst (PERSPECTIV architecten): “De energetische eisen stroken soms niet met de realiteit. Voor mij staat duurzaamheid niet gelijk met energetische efficiëntie. Het is heel lastig om te kunnen beantwoorden aan de bestaande eisen, zeker omdat er geen rekening wordt gehouden met de functie van (een deel van) het gebouw. Moet een salon in een gerestaureerd gebouw perfect geïsoleerd zijn, ook al wordt het nooit gebruikt? Ik pleit voor het invoeren van duurzaamheidseisen, ter vervanging van eisen rond energiezuinigheid.”

Bart Biermans (HUB Architects) sluit zich daarbij aan: “Er is een grens aan de energie-efficiëntie die je kan realiseren bij een restauratie. Sommige maatregelen zijn niet altijd mogelijk.”

Ruben Braeken (B+ Architecten) ziet vooral problemen bij renovaties, eerder dan bij restauraties. “Het gaat dan om panden die net niet beschermd zijn, maar die toch over een zekere erfgoedwaarde beschikken. De energetische eisen verplichten je dan soms om enige erfgoedwaarde overboord te gooien.”

Wout Somers (DoesItHertz) schetst het probleem met een voorbeeld: “Wij renoveren soms kerkgebouwen tot theaterzalen. Eén van de belangrijke doelstellingen daarbij is het vermijden van geluidsoverlast voor de buurtbewoners. Wij vinden het een spijtige zaak als de glas-in-lood ramen vervangen worden om een efficiënte akoestische isolatie te bekomen. Men kan eenvoudig de historische ramen behouden door er zware isolerende gordijnen voor te hangen. Hierdoor kan je geluidsisolatie toepassen én behoud je de erfgoedwaarde.”


Op zoek naar betere oplossingen

Toch zijn andere panelleden wel te vinden voor de strenge regelgeving. “Die strenge eisen dwingen ons als fabrikant om op zoek te gaan naar nieuwe en betere oplossingen”, haalt Yannick Leroi (Lerobel) aan. “Zonder die externe motivatie dreig je passief te worden.”

Philippe Lemineur (Origin Architecture & Engineering): “Ik ben voorstander van strenge eisen op vlak van energiezuinigheid, omdat die ook in de restauratiesector bepaalde duurzame evoluties in gang kunnen zetten. Alleen is het de vraag of elk project per se aan alle voorwaarden moet voldoen.”

“De energie-eisen maken het restauratieproces moeilijk, maar mits de nodige creativiteit is er meestal wel een oplossing te vinden”, vindt Inge Debacker (Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed).

Eddy De Baets (Ingenium) sluit zich daarbij aan. “Onze meerwaarde schuilt net in die strenge eisen op vlak van technieken. Daarbij streven we steeds naar een zo groot mogelijke symbiose tussen techniek en architectuur. Het is een verhaal van wisselwerking. Net daarom vind ik niet dat een hypotheek legt op het eindresultaat: door met elkaar in gesprek te gaan krijg je een project dat van de beste technische oplossing kan genieten.”


Te veel erfgoed?

Een heikel punt in de restauratiesector, is de vraag of we misschien te veel erfgoed hebben in België. “We kunnen niet alles restaureren: men zou beter wat selectiever zijn”, zo gooide Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck recent nog de knuppel in het hoenderhok.

Jan De Busser (Renotec) pleit voor het invoeren van gradaties in de status van beschermde gebouwen, zodat er meer vrijheid is om bepaalde panden een nieuwe invulling te geven. “Niets is zo slecht voor een gebouw als leegstand. Soms is het echter heel moeilijk om voor geklasseerde gebouwen een nieuwe invulling te voorzien.”

Inge Debacker (Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed) merkt op dat er nu al gradaties bestaan. “Bij bouwkundig erfgoed beschermd als stads- of dorpsgezicht oordelen wij enkel over de impact van de ingrepen op het exterieur. Bij gebouwen beschermd als monument bekijken wij het geheel van exterieur en interieur. Maar ook daar bestaan er in de praktijk gradaties. Het is moeilijk om dat op voorhand te bepalen, omdat je het gebouw heel goed moet kennen. Het zijn de erfgoedwaarden die bepalen wat kan en wat niet kan. Dit wil zeggen dat er bij sommige gebouwen meer of minder kan dan bij andere. Wel hebben we van de Vlaamse regering de opdracht gekregen om het beschermingsbeleid te herbekijken en te evalueren. Zijn er gebouwen die misschien niet meer beschermd zouden moeten worden? Daar zijn we nu volop mee bezig, maar het is een heel moeilijke opgave.”

Bart Biermans (HUB Architects) merkt op dat er vaak problemen opduiken bij lokale overheden. “Steden en gemeenten worstelen met hun inventaris. Al te vaak beslist een stadsbestuur dat een bepaald gebouw niet meer herstelbaar is. Ik pleit voor meer duidelijkheid, en voor zeggenschap van het Agentschap Onroerend Erfgoed hierin.”

GERELATEERDE DOSSIERS