Doorzoek volledige site
01 april 2020

Belgian Architects Declare - "Puntensysteem groen- en natuurinclusief bouwen van Den Haag" (CONIX RDBM architects)

Frederik Jacobs, CONIX RDBM architects

Tijdens het bezoek van de tien founding members van Belgian Architects Declare aan het kabinet van Zuhal Demir op 28 februari, legden zes architecten een uitgewerkt actiepunt op tafel. Die concrete beleidsvoorstellen moeten de overheid aanzetten iets te doen aan de klimaatproblemen en het verdwijnen van de open ruimte en de biodiversiteit. In een vervolgreeks gaat architectura.be dieper in op elk van die punten. Als vierde aan de buurt: Frederik Jacobs van CONIX RDBM architects. Hij stelt dat een puntensysteem zoals in Den Haag ontwikkelaars en architecten op eenvoudige wijze verplicht om groen en natuur in de directe omgeving te bevorderen.

Den Haag heeft als eerste stad in Nederland een puntensysteem ingevoerd voor groen- en natuurinclusief bouwen. Met het systeem worden ontwikkelaars en architecten op eenvoudige wijze verplicht om groen en natuur in de directe omgeving te bevorderen, met bijvoorbeeld groene daken of muren. Het plan werd is uitgewerkt door ingenieursbureau Arcadis. Belangrijk uitgangspunt daarbij was dat het systeem niet te ingewikkeld zou zijn en dat het geen ontwikkelaars afschrikt. 

De ambitie van de stad is  om te verdichten èn te vergroenen. Met de verdichtingsopgave van de stad is ook het groen in, op en aan gebouwen van groot belang voor de leefbaarheid en voor het ecologisch functioneren van de stad. Hiervoor is een reeks acties uitgezet waaronder het ontwerp van een puntensysteem.

Natuurinclusief bouwen houdt voor de gemeente Den Haag het volgende in: Het gaat er dus niet alleen om, om aan de Flora- en faunawet te voldoen, maar om proactief te handelen ten bate van de natuur. Het gaat aan de ene kant om het verbeteren van de leefomstandigheden van ‘gebouwgebonden’ soorten als huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer (natuurlijk) groen in de directe woonomgeving toe te passen. Het behoud en ontwikkelen van groen is van belang voor bescherming en ontwikkeling van soorten en voor een biodiverse stad, voor een prettige leefomgeving, voor mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad, voor welzijn en gezondheid en voor klimaatverbetering.

Het puntensysteem is een instrument dat de gemeente inzet om bouwers te verplichten of te stimuleren om natuurinclusief te bouwen. De gemeente wil groen- en natuurinclusief bouwen bevorderen door het ontwikkelen van een puntensysteem voor bouwprojecten, door met de gezamenlijke woningcorporaties in overleg te gaan om afspraken te maken over het opstellen van een soortmanagementplan, door natuur- en groeninclusief bouwen op te nemen in de omgevingsvisie en ook door het realiseren van voorbeeldprojecten, het organiseren van cursussen en expertmeetings en door het bevorderen van bewonersinitiatieven.

Het beleid dient doorwerking te krijgen op diverse schaalniveaus en elementen. Denk aan:

  • Specifieke elementen inbouwen voor specifieke (dier)soorten zoals neststenen voor de huismus
  • Gebouwgebonden ingrepen (groene daken en gevels)
  • Gebouwgebonden buitenruimte (tuinen)
  • Publieke ruimtes (pocketparks, natuurspeelplaatsen). Onderhavig puntensysteem is van toepassing voor alle nieuwbouwprojecten binnen de gemeente Den Haag. Het kan daarbij gaan om grootschalige stedenbouwkundige herstructurering tot het realiseren van een woongebouw in de binnenstad.

Het puntensysteem maakt duidelijk welke maatregelen gewenst zijn binnen de ruimtelijke context en de mogelijkheden van de nieuwbouw.

Groen- en natuurinclusief bouwen is niet als eenduidig voorschrift in een wet of contract te vatten. Bovendien was het doel ook om de creativiteit en keuzevrijheid van architecten en ontwikkelaars te bevorderen. Daarom wordt een lijst van maatregelen opgesteld waaruit de ontwikkelaar zelf een keuze kan maken. Bij een grootschalige bouwontwikkeling mogen meer investeringen in groen- en natuurinclusief bouwen verwacht worden dan bij een kleinschalige (bouw)ingreep. In een laagbouwwijk neemt het andere vormen aan dan in een hoogbouwcluster. Hoe groter de mogelijkheden voor natuur- en groeninclusief bouwen, hoe hoger de lat wordt gelegd, dat wil zeggen: hoe meer onderdelen uit de lijst met maatregelen opgenomen moeten worden. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kan worden ingestoken op kwantitatieve en/of kwalitatieve maatregelen.