Doorzoek volledige site
14 april 2020

OPINIE (Dimitri Minten, Tim Vekemans): "Waarom blijft de VRT niet in haar kot?"

De zoektocht naar een nieuw VRT-gebouw blijft de gemoederen beroeren. Moet die zoektocht überhaupt leiden tot een nieuwbouwproject? Die vraag stellen Dimitri Minten en Tim Vekemans van RE-ST, het Totale Ombouw VRT-project indachtig. "Waarom is men er eigenlijk plots niet meer van overtuigd dat het bestaande gebouw die ontmoetingsplek met architecturale identiteit kan zijn naar waar men zoekt?"

VRT bewijst in coronatijden opnieuw haar relevantie als sterke openbare omroep. Ondertussen is de VRT nog steeds op zoek naar een upgrade van haar werkplek. Een project van lange adem dat al meermaals van koers wijzigde. In 2005 werd een Totale OMbouw van het bestaande omroepgebouw aan de Reyerslaan vooropgesteld waarvan de eerste fasen reeds werden gerealiseerd. Daarna werd alsnog de kaart van een nieuwbouwproject getrokken, iets verderop in het park. Vorig jaar werd beslist om de samenwerking met het ontwerpteam stop te zetten. Het droombeeld strookte toen niet met het vooropgestelde budget. De procedure werd vanaf nul herstart, en tot vandaag kunnen architecten en aannemers zich opnieuw samen kandidaat stellen voor het ontwerpen en bouwen van het nieuwe VRT-gebouw. Maar waarom blijft de VRT niet gewoon in haar kot?

 

Durf te vragen

Soms roepen bouwprojecten veel vragen op. Zeker wanneer de vraagstelling van het project niet de juiste lijkt te zijn. Ontwerpers geven dagelijks antwoorden op foute vragen. Vaak door onwetendheid, en met goeie bedoelingen. Ze spenderen en verspillen er veel tijd aan. Bij de zoektocht naar een nieuwe infrastructuur voor onze publieke omroep lijkt het, met deze nieuwe procedure, voor de tweede keer te gaan gebeuren. Werden de juiste vragen eigenlijk wel gesteld ?

 

De ideale wereld

Vorig jaar nodigde men de Grand cru van de Europese architectuur uit voor het ontwerp van een droomproject. Ook toptalent van eigen bodem tekende present en schotelde een winnend antwoord voor. Duurzaam en kwalitatief. Alles liep goed tot de aannemers de rekening maakten en de droom budgettair doorprikten. De Raad van Bestuur besliste om het ingezette pad te verlaten en om te bezinnen. De vraag of de VRT nog wel één gebouw nodig heeft om innovatieve media te maken wordt voorlopig niet hardop gesteld. Ook makers van media zullen in de toekomst minder honkvast zijn, net als de kijker die al lang niet meer aan zijn beeldbuis is gekluisterd. Men wil een kwalitatieve en duurzame werkomgeving. Wie niet? Een inspirerende werkomgeving waarin efficiënt en innovatie kan gewerkt worden. Terecht. Waarom is men er eigenlijk plots niet meer van overtuigd dat het bestaande gebouw die ontmoetingsplek met architecturale identiteit kan zijn naar waar men zoekt?

 

De vraag of de VRT nog wel één gebouw nodig heeft om innovatieve media te maken wordt voorlopig niet hardop gesteld.

 

Weg van het meesterwerk

Het TOM-project (Totale OMbouw VRT) leek goed voorbereid door zowel opdrachtgever als architecten. De overtuiging dat het huidige gebouw veel mogelijkheden heeft was groot. De renovatie van het huidige iconische gebouw werd destijds geraamd op 60 miljoen euro. Dat zou volstaan voor een empathische renovatie met respect voor de unieke architecturale identiteit van het gebouw, inclusief het voldoen aan alle isolatie -en energieprestatienormen. Door nieuwsdiensten van radio, televisie en de onlineredactie dicht bij elkaar te brengen, kon er hechter samen gewerkt worden. Kortom: alles om te voldoen aan de noden van een modern mediabedrijf. De barricades met erfgoedliefhebbers die schreeuwen voor het behoud van deze modernistische parel zijn voorlopig nog leeg. Afbraak is ongehoord en doet denken aan het verlies van het Volkshuis van Victor Horta. Het gebouw werd recent verkocht aan een private investeerder en gaat op de schop. In het masterplan voor het park is er nergens nog een spoor van terug te vinden.

 

Op één

Eigenlijk is het een raadsel waarom de VRT haar superieure zichtbaarheid aan de Reyerslaan wil inruilen voor een onzichtbare plek in het park. Waarom zet men zichzelf zo ‘uit beeld'? Is het omdat men vooral nieuwgezind is, de nummer één wil zijn ? Ook met een nieuw blinkend gebouw en een publiek restaurant verliest de openbare omroep zijn belangrijke zichtbare relatie met de stad. Na een staaltje morsen met overbodige gebouwen zal er niet veel park meer resten. Alsof onze hoofdstad, zeker in een dichtbevolkte gemeente als Schaarbeek, deze extra groene parkruimte niet kan gebruiken. Vanuit ons kot weten we ondertussen wel beter.

 

Publiek geheim

Het zou binnenskamers bij de VRT bekend mogen zijn dat het park een bijzonder verhaal vertelt. Het Canvas-programma Publiek Geheim maakte er een zeer mooie reportage over. Sinds 1830 was het park de oefenstal van de Belgische burgerwacht. Vanuit een langgerekt smal gebouw werd er geschoten op doelen die her en der op de achterliggende vlakte stonden opgesteld. De schietheuvels en bijhorende tunnels zijn nog steeds aanwezig. Tragisch werd het wanneer de schietbaan tijdens de Eerste Wereldoorlog in handen kwam van de Duitsers en werd ingezet voor het executeren van Belgische verzetstrijders. Oud-strijders beschouwen de locatie als heilige grond, en waren dan ook allesbehalve gelukkig toen de schietbaan in de jaren 70 moest wijken voor het huidige VRT-gebouw. De architecten planden het gebouw nochtans zorgvuldig op dezelfde locatie in. Volgens een niet-gerealiseerd plan zou het stedelijk voorplein, grenzend aan de Reyerslaan, de verbinding maken met het 19de eeuwse stratenpatroon van Schaarbeek.

Dit initiële plan werd echter nooit gerealiseerd.

 

Eén voor allen

In feite is de behoefte van de VRT geen nieuw mediagebouw maar ‘ruimte voor media’. Het bouwen van iets waar we al te veel van hebben, is maatschappelijk onverantwoord. Zeker op de verkeerde plaats. Het leidt tot nog meer leegstand. Laat ons hopen dat er onder de kandidaten een ontwerpteam is dat de directie van onze publieke omroep nog tot een voortschrijdend inzicht kan brengen. En als het bestaande gebouw niet kan overtuigen, waarom trekt men dan niet naar de binnenstad? Brussel bulkt, net als veel andere Europese steden, van relatief jonge kantoorgebouwen die snakken naar een creatieve renovatie en herbestemming. Denk maar aan de Noordwijk waar menig leegstaand of onderbenut (overheids)gebouw dringend volledig herdacht moet worden. De aanwezigheid van journalisten, die er werken en misschien ook wonen en recreëren, is er meer dan welkom.

 

Het bouwen van iets waar we al te veel van hebben, is maatschappelijk onverantwoord. Zeker op de verkeerde plaats. Het leidt tot nog meer leegstand. Laat ons hopen dat er onder de kandidaten een ontwerpteam is dat de directie van onze publieke omroep nog tot een voortschrijdend inzicht kan brengen.

 

Er is uiteraard niets mis met een investering in een vernieuwde infrastructuur, als blijkt dat investeren op de huidige of een andere locatie niet mogelijk is. Maar mag die investering dan ook een echte meerwaarde zijn voor Brussel én voor Vlaanderen? De medewerkers van DPG Media kunnen ongetwijfeld positief getuigen van hun nieuwe werkplaats in Antwerpen naast het Centraal Station. Rechtstreeks vanuit de trein de werkplek binnenstappen, het zou veel niet-noodzakelijke verplaatsingen doorheen de stad vermijden.

Het huidige gebouw kan als jonge veertiger nog minstens eens zo lang functioneren als een hedendaagse werkplek. Ter vergelijking: de gemiddelde leeftijd van gebouwen in Europa is tachtig jaar, dus het gebouw verdient een grondige opsmukbeurt. De huidige site kan perfect volgens haar potenties herbestemd worden. Misschien kan er ruimte en budget gevonden worden voor een volwaardig bezoekerscentrum en mediamuseum waar al 15 jaar van gedroomd wordt. Er staat alvast een billboard van tweehonderd meter klaar om het uit te schreeuwen naar de wereld.

 

Dimitri Minten en Tim Vekemans, beiden architecten en verbonden aan de UHasselt faculteit Architectuur en Kunst, en architect-oprichters van RE-ST, een architectenbureau dat zijn praktijk van het ontwerpen van gebouwen heeft uitgebreid met een praktijk van het niet-bouwen.