Doorzoek volledige site
16 april 2020 | TIM JANSSENS

Wat met de Notre-Dame? Vijf vragen en antwoorden

Hoe zou het nog zijn met de Notre-Dame in Parijs, één jaar na de verwoestende brand? De ‘werf van de eeuw’ predikt stilstand en heeft een desolate aanblik, zeker nu Frankrijk letterlijk en figuurlijk in de ban is van het coronavirus. De gehavende kathedraal lijkt gevangen in een spinnenweb van steigers. De ingestorte torenspits heeft een onwezenlijke leegte nagelaten en ook het fragiele gewelf van het gotische meesterwerk blijft volgens de betrokken restauratiedeskundigen een permanent zorgenkind, al lijkt het voornaamste gevaar intussen geweken. Het aanpalende plein is afgezet met hekken, waardoor Japanse, Chinese en Amerikaanse toeristen zowaar gestopt zijn met het nemen van selfies. Hoe moet het verder met dit verminkte stadsicoon? Vijf vragen en antwoorden over het lot van de Notre-Dame …

 

Hoe is de Notre-Dame er intussen aan toe?

Eén ding is zeker: de rehabilitatie van de Notre-Dame is een werk van (zeer) lange adem dat niet zonder slag of stoot verloopt. In eerste instantie kwam het er vooral op aan om de schade op te meten (circa 20 % van de kathedraal is verwoest, waaronder het volledige dertiende-eeuwse dakgebinte uit eikenhout), de constructie te stabiliseren en puin te ruimen, al ging dat niet altijd zoals gepland. De restauratiewerken liepen afgelopen zomer een eerste keer vertraging op vanwege noodgedwongen maatregelen tegen loodvergiftiging. Bij de brand smolt maar liefst 300 ton lood van de spitstoren en het dak, met een potentieel gezondheidsrisico voor de buurtbewoners tot gevolg. Enkele weken later deden ook herfst- en winterstormen hun spreekwoordelijke duit in het zakje. Telkens als het harder dan 40 km/u waaide, moest de werf uit veiligheidsoverwegingen worden stilgelegd.

Bij het aanbreken van de lente hoopte men eindelijk te kunnen beginnen met de hoogdringende verwijdering van de steigers die op het moment van de brand rond de negentiende-eeuwse torenspits stonden – goed voor een kluwen van 10.000 ijzeren balken die onder invloed van het vuur verwrongen en versmolten zijn en die mits instorting heel wat extra schade kunnen veroorzaken. Helaas gooide het coronavirus roet in het eten. Nu Frankrijk een land in lockdown is, liggen de werken aan de Notre-Dame opnieuw stil en is het vooral hopen dat de kathedraal in zijn eentje standhoudt tegen weer en wind.  

 

Welke timing heeft men voor ogen?

De Notre-Dame wordt deze dagen niet alleen geflankeerd door een gigantische kraan, maar is ook omgeven door een harnas van stalen liggers. Aan weerszijden van de oude, verwrongen stellingen is met de grootst mogelijke voorzichtigheid een nieuwe steigerconstructie opgetrokken. Alles was in gereedheid gebracht om te beginnen met de demontage – een cruciale fase in het project. Dit zou gebeuren door zogeheten ‘cordistes’, die bengelend aan een touw het nodige zaagwerk zouden verrichten om het 500 ton zware gevaarte beetje bij beetje te ontmantelen. Deze delicate operatie zou vier maanden in beslag nemen, maar staat dus even ‘on hold’ door de coronacrisis. Toch is generaal Jean-Louis Georgelin, die de werken in goede banen leidt in opdracht van president Macron, volop aan het bekijken hoe de werf opnieuw “gedeeltelijk, geleidelijk aan en doelgericht” kan worden opgestart. “Voor de ‘cordistes’ is ‘social distance’ een evidentie”, klinkt het hoopvol. De eventuele mogelijkheden worden op dit moment van naaldje tot draadje onderzocht, in nauw overleg met alle betrokken aannemers en veiligheidsdeskundigen.

Vooraleer het coronavirus de werf midden maart lamlegde, waren er dagelijks zestig tot zeventig arbeiders aan de slag. Zodra robots het schip hebben vrijgemaakt, moet het puin boven het imposante gewelf geruimd worden. Dit zou in principe deze zomer gebeuren. Het grote orgel moet pas tegen 2024 gedemonteerd en afgestoft zijn. Om de nodige zekerheid in te bouwen, zijn er overal sensors geïnstalleerd die de minste vorm van beweging detecteren.

Wanneer kan de eigenlijke restauratie van start gaan? “In 2021”, verzekerde generaal Georgelin. Projectarchitect Philippe Villeneuve is volop bezig met de restauratiestudies, die het uitgangspunt zullen vormen voor de werken. De gewelven zullen mogelijk wel nog versterkt moeten worden, en bij wijze van test zullen er ook nog twee kapellen gesaneerd worden. “Ik hoop dat dit tegen de herfst gebeurd is”, zegt Georgelin. De verschillende restauratieopties zullen voorgelegd worden aan de ‘Commission nationale du patrimoine et de l'architecture’, die een finale beslissing zal nemen. Voorts is het ook dringend tijd om de kathedraal grondig schoon te maken en een nieuw dak te installeren. Het is immers niet de bedoeling om het monumentale stadsicoon te laten verloederen tot een mistroostige ruïne …

 

Wat zijn de gevolgen van deze status quo?

De ooit zo fiere Notre-Dame is deze dagen een slapende werf. “Desondanks zitten we niet stil en zijn we met z’n allen volop aan het nadenken hoe het verder kan”, benadrukt de generaal. Kan het complexe bouwwerk op amper vijf jaar gerestaureerd worden, zodat het opnieuw in vol ornaat kan schitteren tegen de start van de Olympische Spelen van 2024, zoals president Macron wenst? “Zoals heel wat specialisten ons bij het begin van de werken verzekerden, kan je op vijf jaar tijden bergen verzetten. In plaats van ons zorgen te maken om ongefundeerde beweringen van kwatongen, moeten we ons concentreren op de piekfijne uitvoering van onze belangrijke taak, zodat er van uitstel geen sprake kan zijn”, zegt Georgelin, die verzekert dat er op 16 april 2024 een Te Deum zal plaatsvinden in de kathedraal. “Stel dat de werken twee maanden stilliggen door de huidige quarantainemaatregelen. Op een totale duur van 68 maanden is dat ‘peanuts’ en zouden we dat zonder al te veel problemen moeten kunnen compenseren.”

 

Hoe zal de Notre-Dame 2.0 eruitzien?

Terwijl de mismeesterde kathedraal wacht op restauratie, is er ook heel wat te doen rond het ( nieuwe?) uiterlijk van de gotische parel. Moet de Notre-Dame in zijn oorspronkelijke staat herrijzen – conform de plannen van architect Eugène Viollet-le-Duc en inclusief de klassieke torenspits – om de onschatbare historische waarde van dit nationale en religieuze symbool te vrijwaren? Of moet hij daarentegen mee-evolueren met zijn tijd en in een modern jasje gestopt worden, zoals president Macron al suggereerde? De discussie verdeelt al wie begaan is met het lot van dit unieke staaltje UNESCO-werelderfgoed. Sommigen dromen van een glazen torenspits, een biologische daktuin of een panoramisch terras op de Notre-Dame. Projectarchitect Philippe Villeneuve wil de gotische stijl van de geniale Viollet-le-Duc, wiens restauratieplannen uit 1845 integraal bewaard zijn, dan weer liever trouw blijven. “Een identieke reconstructie zou het bovendien veel gemakkelijker maken om de beoogde timing te respecteren”, opperde hij. Het merendeel van de Fransen lijkt hem daarin te volgen …

 

Wat met het financiële plaatje?

Door onvoorziene omstandigheden en de bijbehorende vertragingen vallen de werken een pak duurder uit dan oorspronkelijk begroot. De exacte cijfers lopen uiteen, maar dankzij allerlei (toekomstige) schenkingen – niet alleen cadeaus van rijke mecenassen, maar ook stortingen van ‘gewone stervelingen’ – is er een budget van maar liefst 902 miljoen euro voorhanden om het project tot een goed einde te brengen. Een geschenk uit de hemel, zo lijkt het wel. Is dit te verantwoorden in een samenleving die met allerlei andere belangrijke problematieken kampt?  “Ik weet dat sommigen verkondigen dat er te veel geld gaat naar de restauratie van de Notre-Dame, maar het ontbreekt hen aan kennis van zaken. Alles wijst erop dat we de financiële steun van onze 340.000 gulle schenkers zeer goed zullen kunnen gebruiken”, zegt een dankbare generaal Georgelin. Dat het gevaar op loodvergiftiging intussen geweken is, heeft de publieke opinie alvast gekalmeerd.

De prestigieuze restauratie van de Notre-Dame wordt echter overschaduwd door een beladen juridische kwestie. Drie onderzoeksrechters proberen uit te vissen wie verantwoordelijk was voor de verwoestende brand, die hoogstwaarschijnlijk te wijten is aan mechanische defecten en nalatigheden. De betrokken aannemers zijn verwikkeld in een verbeten rechtszaak, in de hoop de financiële gevolgen te kunnen afwentelen op de verzekeringen. Wordt ongetwijfeld vervolgd!