Doorzoek volledige site
25 juni 2020 | RIK NEVEN

Het debacle van de architectuurwedstrijd rond het nieuwe M HKA

Vlaamse prestigeprojecten en architectuurwedstrijden: ze vormen niet altijd een goed huwelijk. Na het debacle rond het VRT-gebouw, bericht Knack-redacteur Jan Lippens over de ontspoorde wedstrijd rond het nieuwe M HKA die honderdduizenden euro’s kostte, maar uiteindelijk werd stopgezet.

Voor de samenstelling van zijn artikel kon jan Lippens documenten en mails inkijken en sprak hij met 8 mensen die betrokken waren bij het dossier. De meesten werden anoniem aan het woord gelaten. Enkel Leo Van Broeck en Antwerpse stadsbouwmeester Christian Rapp die beiden ook zetelden in de vijftienkoppige jury, waren bereid onder eigen naam en toenaam hun visie op de ontspoorde wedstrijd te formuleren.

Voor het nieuwe MUHKA werd een Open Oproep gelanceerd waarvoor 87 bureaus zich melden. En zeker niet de eersten de besten. In de deelnemerslijst die terug te vinden is op de website van de Vlaamse Bouwmeester (kijken bij downloads) treffen we grote kleppers aan als Bjark Ingels, OMA, Snohetta, Zaha Hadid, Herzog & de Meuron, David Chipperfield, MECANOO, Robbrecht & Daem en daarnaast heel wat Belgische bureaus die zich geassocieerd hebben met een al dan niet bekend buitenlands bureau.

Uit de lijst van 87 kandidaten werden 5 bureaus geselecteerd voor de volgende ronde. In het artikel van Knack wordt gefocust op de twee bureaus waar de discussie over ging: enerzijds SANAA en anderzijds de combinatie 51N4E en Caruso St John.  Daarnaast waren er nog drie andere kandidaten.

Thomas Phifer and Partners is een bureau uit New York met een divers portfolio in de culturele sector. Baukunst is het Brussels bureau van Adrien Verschuere dat voor deze wedstrijd de krachten bundelde met  Made In (Genève en Zurich) en het scenografiebedrijf Studio Adrien Gardere. Ten slotte was er ook de inschrijving van Marie-José Van Hee architecten, Schenk Hattori AA, SUGIBERRY en Wim Goes Architectuur samen met Bureau Bouwtechniek.

SANAA versus 51N4E – Caruso St John

Kop van jut in het artikel is M HKA-directeur Bart De Baere die naar verluidt de jury voor schut zette. Hij wou niet aanvaarden dat het ontwerp van 51N4E er als beste uit kwam en zou alles op alles gezet hebben om het project van SANAA er door te duwen.

"Men wilde verhinderen dat 51N4E de opdracht kreeg. Waarom organiseer je een wedstrijd op punten als die niet de doorslag geven?" zegt een commissielid. Volgens Vlaams Bouwmeester Van Broeck was er geen 'best scorende kandidaat' en was de jury het eens over twee mindere en twee betere projecten. "Maar de jury was zeer sterk verdeeld over die twee betere projecten." Die betere projecten (51N4E en Sanaa, nvdr) hadden "een totaal verschillende insteek, met een andere uitstraling en museale werking", aldus Van Broeck.

Omdat de jurybijeenkomsten zo woelig verlopen waren heeft Leo Van Broeck voorgesteld om een nieuwe bijeenkomst te beleggen waarbij de vier kandidaten de kans zouden krijgen om hun ontwerp aan te passen en opnieuw te evalueren.

De nieuwe vergadering is er niet meer gekomen omdat minister Jambon de stekker uit het project trok.

Waarom de top van M HKA absoluut met SANAA in zee zou volgens een insider te maken hebben met het feit dat het project van SANAA het meest prestigieuze gebouw zou opleveren. Volgens anderen zou het Antwerps stadsbestuur er ook mee te maken hebben omdat het de voorkeur gaf aan een opvallend gebouw, een nieuwe architecturale 'landmark' voor de stad.

De juryleden vielen helemaal van hun stoel toen er een document opdook waar zij het bestaan niet van wisten maar wel een grote impact had op het museum en dus ook op het nieuwe project. Het gaat om het 'Routeplan', een 'transitieplan' van het M HKA: 'Van M HKA naar TVHK: een routeplan 2020-2027 naar internationale excellentie voor Vlaanderen'.

"Ik was verbijsterd toen ik dat las", zegt een jurylid, "Het kán toch niet dat een nieuw essentieel beleidsdocument zowel voor de jury als voor de kandidaten wordt achtergehouden door de directeur van het M HKA? Terwijl wij ons bogen over de ingediende projecten was er dus een parallel politiek circuit bezig."

Wellicht zullen we nooit de juiste toedracht kennen, maar laat ons hopen dat er lessen getrokken worden uit deze soap die andermaal een kwalijk licht werpt op de architectuurwedstrijden. "Een open oproep was een goed model voor eenvoudige processen, maar is misschien niet zo geschikt voor complexe dossiers. Dat loopt dan soms mis, zoals nu. Ik pleit voor een nieuwe aanbesteding met een klassieke architectuurwedstrijd op basis van een doordacht en goed berekend programma", aldus Christian Rapp.

Volgens Leo Van Broeck zat er niet veel anders op dan de stekker uit de wedstrijd te trekken. “Dat is wat je als "goede huisvader" en met "voortschrijdend inzicht" doet. Beter geen keuze dan een krampachtige of aanvechtbare keuze.”

Een woordvoerder van minister Jambon liet verstaan dat er een nieuwe oproep komt. "Er is verwarring geweest en er zijn hordes opgedoken. De reden daarvan? De open oproep gebeurde op basis van aannames van zowel de stad als het museum die gaandeweg veranderd zijn. Het is alsof je vraagt om na te denken over de aankoop van een auto en uiteindelijk blijkt dat je een vrachtwagen nodig hebt. Wel, dan kun je beter zeggen: cut the crap. We zetten de tellers op nul en we kijken naar de essentie. Daarom hebben we het M HKA gevraagd om eerst duidelijk te maken wat ze met dat museum willen doen en wat het businessplan is. Die oefening is bezig."

 

Overwicht buitenlandse bureaus

Behalve over de verkeerd gelopen wedstrijd kan je je de vraag stellen of  het echt nodig is om voor een dergelijke prestigeproject de mosterd telkens weer uit het buitenland te halen. Enkel de combinatie rond Marie José van Hee is een volledig Belgisch consortium. Met Baukunst-Made In en 51N4E  – Caruso St John hebben we twee Belgisch-internationale consortia en ten slotte zijn er nog twee volledig buitenlandse kandidaten (SANAA en Thomas Phifer).

Die verdeling komt trouwens min of meer overeen met de verdeling van de volledige kandidatenlijst. Van de 87 kandidaten waren er 11 Belgische, 39 buitenlandse bureaus en 37 combinaties van een Belgisch en een buitenlands bureaus. Het lijkt bijna een must geworden voor Belgische bureaus om wanneer ze willen meedingen naar een prestigeproject in eigen land, dat ze zich moeten koppelen aan een buitenlands bureau. Op zich is daar niets mis mee want het kan een meerwaarde vormen voor zowel het Belgisch als het buitenlands bureau wat de kwaliteit zeker ten goede kan komen. Maar anderzijds kan je je de vraag stellen of we soms niet iets chauvinistischer mogen zijn bij de toewijzing van onze architectuurprojecten. We beschikken vandaag over heel bekwame architecten in België waar veel landen ons voor benijden. Zou het niet mooi zijn als hun kwaliteiten ook wat meer erkend en geëtaleerd zouden worden in eigen land? Het moet voor veel Belgische bureaus frustrerend zijn om vast te stellen dat het zo veel gemakkelijker is om als buitenlands bureau een project in België te realiseren dan als Belgisch bureau een project in het buitenland.

 

Het volledige artikel uit knack kan je hier lezen.