Doorzoek volledige site
19 augustus 2020 | STEF PENNEMANS

Architecten ideale R&D-partner voor fabrikanten volgens DMOA

Worden architecten te weinig betrokken bij R&D-ontwikkelingen van fabrikanten? Volgens Benjamin Denef en Matthias Mattelaer van DMOA wel. Het is één van de thema’s die aan bod komt tijdens de podcast van architectura.be over dit innovatieve en sociaal geëngageerde Leuvense architectenbureau.

DMOA Architects onderscheidt zichzelf door op een unieke manier ambacht en innovatie te combineren. Het is daardoor ook dat volgens zaakvoerders Benjamin Denef en Matthias Mattelaer, architecten een interessante partij kunnen zijn om te betrekken bij Research & Development. Dit en nog zoveel meer lichten de twee zaakvoerders toe in onze gloednieuwe podcast die je vanaf nu elke maand zal kunnen beluisteren.

Architectenbureau DMOA Architects won in 2019 de Jo Crepain Prijs voor Innovatief Architectenbureau. Maar naast innovatief hun grenzen aftasten, zetten ze ook sterk in op ambachtelijkheid. “De combinatie van ambacht en moderne technieken leidt automatisch tot innovatie. Maar de focus leggen op ambacht, gekoppeld aan innovatie is een zeer spannend evenwicht,” zegt Benjamin Denef.

Een goed voorbeeld hiervan is het project van DMOA Architects bij optiek Verhulst in Leuven. Dat was een baksteenarchitectuurproject waarbij ze in één gevel een zodanig dikke mortelvoeg maakten, dat het effectief dezelfde metseltechniek leek als bij veel Arabische gebouwen. Maar om de mortelvoeg sterk genoeg te kunnen maken, waren er nieuwe technieken nodig. Daarom heeft DMOA met de partner een soort doorstrijkmortel voor de eerste keer getest in België om tot een voeg van 4 centimeter dik te gaan. Door die nieuwe techniek ontstond er een oud, ambachtelijk resultaat, terwijl er toch heel moderne technieken zijn gebruikt. “Dat is typisch voor wat wij willen doen. In elk vraagstuk dat voor ons ligt willen we zoveel mogelijk rijkdom van de ambacht insteken. Op een betaalbare manier, maar wel met heel moderne technieken,” zegt Denef. De Jo Crepain Prijs was de samenvatting van die twee elementen die samenkomen.

 

Architecten moeten betrokken worden bij innovaties van fabrikanten

Wanneer architecten alsmaar meer aan innovatie doen, groeit ook het belang om architecten te betrekken bij innovaties van fabrikanten. Daardoor kan er kruisbestuiving ontstaan. Zéker als architecten zelf ook aan research & development doen, zoals DMOA.

Om die ontwikkeling voort te zetten is het volgens Mattelaer belangrijk om buiten de lijntjes te durven kleuren. “Het architectenbureau van de toekomst zal meer op de grens moeten zitten van productontwikkeling en architectuur. Er is een grote nood aan industrialisatie van het bouwproces. Er zitten veel opportuniteiten in de visie op hoe we bouwen ten opzichte van hoe de industrie werkt. Daarom denk ik dat we als architect de kans moeten grijpen om op die spil te zitten tussen industrie, fabrikanten en het bouwproces,” vertelt hij.

Denef acht deze verschuiving in de manier van architectuur ontzettend waardevol. Zij beschikken namelijk vaak over een helikopterview die voor fabrikanten en ontwikkelaars moeilijker is te vergaren. “Research & Development-afdelingen van fabrikanten hebben moeilijker zicht op de totaliteit van ontwerpen omdat ze niet continu het holistische vraagstuk krijgen voorgeschoteld. Wij gaan natuurlijk niet beginnen met het ontwikkelen van componenten zoals ramen of stenen. Maar we kunnen wel die componenten samenbrengen tot iets wat er echt goed uitziet, bouwtechnisch waterdicht is en duurzaam. Dat is onze skill.”

Research & Development-afdelingen van fabrikanten hebben er op die manier een interessante partner bij. Het is daarom een piste die DMOA steeds vaker wil bewandelen. “Als je de expertise van de architecten mee kan pompen in projecten zodat die omgevormd kunnen worden tot iets wat marktimplementeerbaar is en concrete oplossingen biedt,” aldus Denef.

Als architectenbureau is het dan bijkomstig natuurlijk wel belangrijk dat je je specialisme kan definiëren en verkopen. Op die manier kan je er een deel van je omzet mee generen, zodanig dat je het aspect van extreme creativiteit en experimenteren betaald krijgt. “Als je jezelf durft en kunt verkopen, dan ben je in staat om met andere fabrikanten en spelers uw skills op nieuwe manieren te kunnen inzetten,” besluit Denef.

 

 

Dit artikel werd geschreven op basis van het podcastinterview dat architectura.be afnam van Benjamin Denef en Matthias Mattelaer. De podcast kan je hier beluisteren. Hier vind je een link naar alle podcasts van architectura.be