Doorzoek volledige site
09 februari 2013 | ISABELLE IGNOUL

Zwart Paard staat voor openheid en uitstraling

In 2003 kocht het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de voormalige brouwerij Hallemans voor een symbolisch bedrag over van de Franse Gemeenschap. De transactie hield in dat het leegstaande pand zou verbouwd worden tot atelierwoningen voor kunstenaars. Het project werd uitgevoerd in samenwerking met Ney & Partners, Seca Benelux en het aannemingsbedrijf De Coninck. Febelcem bracht een brochure uit, waarin het dieper inging op dit project.

In 2003 kocht het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de voormalige brouwerij Hallemans voor een symbolisch bedrag over van de Franse Gemeenschap. De transactie hield in dat het leegstaand pand zou verbouwd worden tot atelierwoningen voor kunstenaars.  Na de ateliers Mommen, die dateren van het einde van de 19e eeuw, is ‘Zwart Paard’ het tweede dergelijke complex in Brussel.  Febelcem bracht een brochure uit, waarin het dieper inging op dit project.


      
foto: Marc Detiffe


De opdracht was het voorwerp van een wedstrijd die dat zelfde jaar gewonnen werd door de tijdelijke vereniging L’Escaut-Gigogne. Openheid en uitstraling vormden de leidraad om het project in het reeds dichtbewoonde stadsgebied van Molenbeek in te passen.
De bouw van een "toren", die in dialoog gaat met de brouwerij en haar geschiedenis, draagt bij tot de reorganisatie van het stratenblok en zijn ontsluiting naar de omgeving.  Het project werd uitgevoerd in samenwerking met Ney & Partners, Seca Benelux en het aannemingsbedrijf De Coninck.   Marc Detiffe realiseerde een fotoreportage vanaf de bouwfase. Een tweede reportage, deze keer van de bewoonde atelierwoningen, is van de hand van Audrey Cerdan.

Een frisse wind

Aan het einde van de 19e eeuw bestond de brouwerij uit de twee bestaande vleugels, uit een noordelijk bijgebouw en een naar de straat gerichte eengezinswoning. Deze twee panden werden afgebroken om plaats te maken voor een compacte constructie in de hoogte. Daardoor kwam op het binnenplein meer ruimte vrij. Omdat het perceel aan twee parallelle straten grenst, werd een bijkomende ontsluiting ontworpen via het Brunfautplein. De westelijke vleugel wordt op die manier over twee niveaus geopend zodat een "binnensteeg" ontstaat. Een omheining geeft aan het perceel een privaat karakter. Tijdens bijzondere gelegenheden blijven de poorten echter open voor het publiek. Het gebouwencomplex krijgt op dat ogenblik een spilfunctie in de wijk. Het plein en de Zwart Paardstraat blijven ten alle tijde visueel verbonden.De bewoonbaarheid van de voormalige industriële gebouwen wordt verzekerd door openingen aan te brengen die zoveel mogelijk licht laten binnendringen.  In totaal zijn negentien duplex atelierwoningen voorzien.  Op de begane grond voorkomt het duplex-concept dat alle ruimtes rechtstreeks uitkijke nop het publieke domein of de gemeenschappelijke koer.

    
                                                                                                       
foto's: Marc Detiffe


De in de opdracht geëiste dichtheid, namelijk 30 à 35 woningen met werkruimte voor kunstenaars, leidde tot wooneenheden met een relatief beperkte oppervlakte. Om zoveel mogelijk vrijheid en een maximaal gebruik van de ruimte mogelijk te maken, zijn in geen enkele woning binnenwanden voorzien en werden telkens meerdere oriëntatiemogelijkheden opengelaten.

Nieuw met aandacht voor authenticiteit

Het project integreert zoveel mogelijk structurele elementen en architecturale kenmerken van de voormalige brouwerijgebouwen. De ingrepen die nodig waren om er woonruimtes van te maken, zijn complexloos en maken gebruik van technische en typologische registers die zich duidelijk onderscheiden van de oorspronkelijke. Alle gemeenschappelijke ontsluitingsruimtes bevinden zich in de openlucht en kijken uit op de binnenkoer. Het ontwerp is bedoeld om sociale contacten en uitwisseling te vergemakkelijken.
In het oude gebouw worden sporen bewaard aan zijn vroegere industriële functie, zoals de schoorsteen op de binnenkoer.


                                                                                                                
foto: Marc Detiffe

Eigentijdse gevels

Het hogere deel van de gevel aan de noordzijde leunt naar binnen, weg van de perceelsgrens, zodat de atelierruimtes licht betrekken uit het noorden.  De zuidgevel werkt als een reflector en kanaliseert zoveel mogelijk licht naar de koer. De toren bestaat uit prefab betonelementen die over de vier gevels zijn geassembleerd. Elke vloerplaat draagt van gevel tot gevel. De sanitaire voorzieningen vormen de centrale kern van de structuur en zijn opgebouwd uit betonblokken. De schuin leunende gevels waren eenvoudig realiseerbaar met behulp van premuurelementen en zonder dat op de bouwplaats bekistingen dienden opgesteld te worden. De bekleding in zink volgt de schuine lijnen van de gevels. Het monolithische effect dat erdoor wordt gecreëerd, bevestigt, tegen de achtergrond van de voormalige brouwerij, het eigentijdse karakter van de nieuwgebouwde constructie.

                                                                                   
foto: Marc Detiffe