Doorzoek volledige site
25 augustus 2020 | TIM JANSSENS

Oude dag in sacrale omgeving (archipelago)

Illustratie | Diana Pirard
Illustratie | Diana Pirard
Illustratie | Diana Pirard
Illustratie | Diana Pirard
Illustratie | Diana Pirard

Kleinschaligheid, huiselijkheid en een warme, persoonlijke leefgroepwerking: dat zijn de felgesmaakte basisingrediënten in het succesrecept van Ocura, dat in vier Limburgse gemeenten een woonzorgcentrum uitbaat. Zo ook in Herk-de-Stad, waar de vzw onlangs een vervangingsnieuwbouw met 76 bedden en een dagverzorgingscentrum voor vijftien personen liet optrekken. Het langgerekte complex flankeert het statige Ursulinenklooster en profiteert van een optimaal samenspel tussen zachte kleuren, grote raampartijen en een doordachte volumewerking. Het ontwerp is van de hand van archipelago. MACOBO-STABO was het betrokken studiebureau. 

De zorgzame ziel van de zusters Ursulinen waart al bijna 170 jaar rond in Herk-de-Stad. Ook in de toekomst zal dat het geval zijn, want het voormalige woonzorgcentrum op de kloostersite maakte plaats voor een nieuw exemplaar dat maximaal geënt is op de Ocura-filosofie. De karakteristieke leefgroepenwerking vertaalt zich dan ook in de uitgekiende architectuur van het kersverse gebouw, dat uit een combinatie van een langgerekt hoofdvolume en een aansluitende centrale U-vorm met drie bouwlagen bestaat. “Per verdieping zijn er telkens drie leefgroepen ingericht, inclusief een keuken, een luxueuze badkamer en een knusse woonkamer met een ruim terras, dat uitkijkt op de kapel van het klooster of de groene binnenpatio. De slaapkamers hebben een oppervlakte van 26 m² en bevinden zich vlak bij de gemeenschappelijke ruimtes, waar verdiepingshoge ramen voor een overvloedige natuurlijke lichtinval zorgen. Het gelijkvloers is voorbehouden voor kantoren, een kineruimte, een stijlvolle cafetaria met zuidgericht terras en een kapsalon. Overal in het gebouw genieten de bewoners, de bezoekers en het aanwezige personeel van een schitterend uitzicht: op het aanpalende Ursulinenklooster, op enkele prachtige kastanjebomen of op de patio”, vertelt Stef Vermeulen, architect en managing partner bij archipelago.

 

Lust voor het oog

WZC Ocura is een lust voor het oog. De ontwerpers opteerden voor een zacht en homogeen gevelbeeld, maar zorgden toch voor de nodige volumetrische variatie. “Het gebouw heeft zich als het ware in de oksel van het Ursulinenklooster genesteld, al moesten we ook rekening houden met een oud bakkershuisje op de site – net zoals het klooster een beschermd monument”, legt ir. architect Michael Seys uit. “Dankzij de logische indeling is het woonzorgcentrum makkelijk ‘leesbaar’. Bij het binnenkomen bevindt je je meteen in het hart van het gebouw, waar je toegang hebt tot de cafetaria, het dagcentrum en de liften naar het woongedeelte. In de kleinschalige leefgroepen zijn alle belangrijke ruimtes intuïtief terug te vinden, dus lange gangen en overvloedige signalisatie zijn uit den boze. De plafonds zijn relatief hoog, de deuren zijn ruim en het interieur is afgewerkt met natuurlijke materialen in overwegend lichte kleuren. Dit zorgt ervoor dat de zwaar zorgbehoevende bewoners niet overmatig geprikkeld worden. Enkele technische snufjes zoals een interactieve beleef-tv en een Memoride – een hometrainer die gekoppeld is aan een scherm, zodat bewoners virtueel op zelfgekozen routes kunnen fietsen – maken het plaatje compleet.”
 

Gevarieerde gevelafwerking

WZC Ocura werd gerealiseerd door Bouwbedrijf Vandersmissen, dat als het ware een thuismatch speelde. “Twee jaar mogen bouwen in eigen gemeente: het is een waar plezier”, zegt Marnix Vandersmissen. “Het gelijkvloers bestaat uit een structuur van prefabbetonkolommen en -balken. De twee verdiepingsniveaus zijn op hun beurt opgebouwd uit massieve prefabbetonwanden en -welfsels. Ook de trappenkern is opgetrokken in massieve betonwanden, die over het algemeen uitgevoerd zijn als dubbele predalwanden. Dit had als voordeel dat we slechts minimaal hoefden te bekisten (op enkele knooppunten na), wat uiteraard een positieve impact had op de uitvoeringssnelheid. Voorts hebben we ervoor geopteerd om zo snel mogelijk te starten met de binnenafwerking. Zodra het dak, het aluminium buitenschrijnwerk en de gedeeltelijk terugspringende gordijngevels op het gelijkvloers geplaatst waren, konden de onderaannemers voor de technieken en het interieur aan de slag, terwijl wij de gevels bekleedden met beige parementsteen in een heel zacht wildverband. De voegen zijn opgevuld met doorstrijkmortel en de kopse voegen zijn koud tegen elkaar geplaatst, waardoor het geheel veel minder massief oogt. Voorts is er sprake van witte vezelcementplaten en betonnen gevelpanelen, die naar analogie met de achterliggende draagconstructie een kolom- en balkstructuur vormen. De gevelafwerking is gevarieerd – ook al omdat de parementsteen op bepaalde plekken doorloopt tot op de grond, terwijl het gebouw aan de andere kant grote oversteken bevat, waarbij de verdiepingsniveaus op zichtbetonkolommen rusten. Toch resulteert dit niet in een drukke of overdonderende aanblik. Het is een elegant gebouw dat door zijn verfijnde repetitiviteit een zekere rust uitstraalt.”

 

Complexe constructieve details

Hoewel de betonstructuur weinig tot geen geheimen had voor Vandersmissen, zaten er toch een paar spreekwoordelijke ‘addertjes onder het gras’. “Zo is de patio, die ontstond door de combinatie van de 85 meter lange hoofdvleugel en de twee haakse zijvleugels, niet opgevat als de binnenkoer van een traditionele vierkantshoeve, maar is hij omringd door stompe en scherpe hoeken. In combinatie met de uitkragende terrassen zorgde dit voor enkele complexe constructieve details”, legt Marnix Vandersmissen uit. “Aangezien 95 % van het gebouw uit prefabelementen bestaat, was ook de maatvoering een cruciaal aandachtspunt. De puzzel moest perfect kloppen, dus er was weinig ruimte voor afwijkingen. Vooral bij de plaatsing en uitlijning van het buitenschrijnwerk, waarop opzetkokers staan die voorbij het vlak van de parementsteen reiken, was het echt millimeterwerk. Gelukkig konden we terugvallen op een zeer uitvoerig dossier met bouwdetails, die tot in de puntjes uitgewerkt waren door de architect. Een ideale vertrekbasis, al hebben we hier en daar nog met hele en halve centimeters gespeeld om een aantal inbouwtoleranties te creëren. Een laatste uitdaging schuilde in het feit dat alles met betrekking tot verwarming en koeling terug te voeren is tot één centrale stookplaats op kelderniveau, die alle vleugels van het gebouw bedient. Bovendien is er in elke ruimte (76 kamers + gemeenschappelijke delen en personeelsvertrekken) sprake van een ‘hotelregeling’ met individuele thermostaten. Dit alles maakte dat we ons ‘kopje er moesten bijhouden’, maar dat is uitstekend gelukt. Het is een project om terecht trots op te zijn!”


Dit artikel is eerder verschenen in Bouwen aan Vlaanderen.

GERELATEERDE DOSSIERS