Doorzoek volledige site
03 september 2020 | TIM JANSSENS

Vooruitblik bouwmeesterpodcast: Open Oproep blijft overeind

Van links naar rechts: moderator Rik Neven, Vlaams Bouwmeester Erik Wieërs en voormalig Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck.

Wat deed Vlaams Bouwmeester Erik Wieërs op zijn eerste dag als kersvers collectief architectuurgeweten? Afzakken naar het Atelier Vlaams Bouwmeester voor een podcastinterview met architectura.be!  Ook voorganger Leo Van Broeck schoof met veel plezier aan en nam als vanouds geen blad voor de mond. Volgende week staat de bouwmeesterpodcast online. De ‘oude’ en de ‘nieuwe’ Bouwmeester fileerden samen enkele hot topics in het hedendaagse bouw- en architectuurwezen, zoals de Open Oproep: “Het idee om naar architecturale kwaliteit te streven via een ontwerpwedstrijd is en blijft relevant.”

Er is de voorbije jaren al veel over gezegd en geschreven, maar ondanks alle kritiek is en blijft de Open Oproep een van de belangrijkste ‘instrumenten’ van de Vlaams Bouwmeester. Ook Erik Wieërs en zijn collega’s bij Collectief Noord zijn ermee ‘opgegroeid’: “De Open Oproep stond twintig jaar geleden model voor een nieuwe architectuurcultuur. Vroeger moest je iemand bij de gemeente kennen of gaan golfen met de burgemeester om publieke opdrachten in de wacht te slepen. Het is de Open Oproep die architectuurwedstrijden aan de man heeft gebracht.”

“Ik vind het heel belangrijk dat bOb Van Reeth (Vlaams Bouwmeester van 1999 tot 2005, red.) van meet af aan duidelijk heeft gemaakt dat alles begint met een goede vraag”, benadrukt Wieërs. “Bij onze eerste deelname aan de Open Oproep kregen we een ‘projectdefinitie’ voorgeschoteld, maar ik had daar op dat moment nog nooit van gehoord. Dat is in mijn ogen de echte (meer)waarde van de Open Oproep. Kwaliteit zit hem niet alleen in het eindresultaat, maar ook in de procedure. De Open Oproep is een kwalitatieve procedure die de voorbije twintig jaar volledig bijgeschaafd is en vandaag optimaal werkt. Het idee om naar architecturale kwaliteit te streven via een ontwerpwedstrijd is en blijft relevant. Twee decennia geleden hinkte Vlaanderen in dat opzicht achterop, terwijl we nu een echte voortrekkersrol hebben.”

 

"Kwaliteit zit hem niet alleen in het eindresultaat, maar ook in de procedure. Twee decennia geleden hinkte Vlaanderen in dat opzicht achterop, terwijl we nu een echte voortrekkersrol hebben"  - Erik Wieërs

 

Als een Zwitsers zakmes

Ook Leo Van Broeck is ervan overtuigd dat de Open Oproep heeft bijgedragen tot de kwaliteit van het Vlaamse architectuurpatrimonium. “Het belang van de Open Oproep is gestaag blijven toenemen. In andere landen zijn ze er jaloers op, want bij ons is het echt de kwaliteit die primeert en is het niet per definitie de goedkoopste bieder die de opdracht krijgt toebedeeld. De Open Oproep heeft na al die jaren nog steeds toekomst. Af en toe moet je wat bijsturen en verfijnen, maar de essentie van de procedure en de achterliggende knowhow blijven intact. Je kan ze als een Zwitsers zakmes gebruiken om andere dingen mee te doen. Denk bijvoorbeeld aan de Bouwmeester Scan, die sterk op een Open Oproep lijkt omdat je gemeentes eigenlijk vraagt om een projectdefinitie voor een herziening van een ruimtelijke structuur te laten uitwerken door een multidisciplinair team. Vroeger heette dat een Open Oproep voor een nieuw masterplan, nu is dat een apart instrument omdat daar bij heel wat besturen vraag naar was. Los daarvan is de interesse voor architectuur enorm toegenomen. Er zijn steeds meer mensen die graag topontwerpers aantrekken voor de realisatie van hun overheidsgebouw.”

De keerzijde van de medaille is wel dat buitenlandse bureaus – zeker in prestigeprojecten – stilaan oververtegenwoordigd zijn en dat Belgische architecten steeds minder aan bod dreigen te komen. “De buitenlandse interesse is inderdaad toegenomen, maar Europa is nu eenmaal een eengemaakte markt geworden. Twintig jaar geleden opereerden onze architecten hoofdzakelijk onder de kerktoren en was het vaak de neef van de burgemeester die een nieuw gemeentehuis mocht ontwerpen, terwijl we nu verplicht zijn om Europees te publiceren. Zo zijn we van 10 à 20 % gemengde teams met een internationale component geëvolueerd naar 60 %. Gelukkig gaan de meeste buitenlandse bureaus in zee met een lokale speler, want je hebt specialisten nodig die vertrouwd zijn met de Vlaamse normen en de Nederlandse taal. Vroeger vonden we het jammer dat overheden niets van architectuur kenden, vandaag vinden we het erg dat onze inheemse starters niet meer aan bod komen. De maatschappij evolueert en de internationale samenwerkingsverbanden nemen toe. Het is dan ook zaak om ‘Meesterproeven’ en mini-Open Oproepen te bedenken die minder kosten en sneller gaan, zodat we die kleine schaal niet verliezen als de Open Oproep te groot en te zwaar wordt.”

 

"Het is zaak om ‘Meesterproeven’ en mini-Open Oproepen te bedenken die minder kosten en sneller gaan, zodat we die kleine schaal niet verliezen als de Open Oproep te groot en te zwaar wordt” - Leo Van Broeck

 

Buitenlandse oververtegenwoordiging?

Toch blijft het frappant dat buitenlandse architecten relatief makkelijk voet aan de grond krijgen in ons land, terwijl het voor Belgische architecten veel moeilijker is om door te breken in het buitenland. ‘Pionier zijn in het openen van de markt’ (dixit Van Broeck) is mooi, maar moeten we niet een beetje chauvinistischer zijn? “Ik vind van wel”, zegt Erik Wieërs. “Soms heerst er in onze contreien een vals idee van exotisme – ‘hoe exotischer, hoe beter’. Het is natuurlijk ook een soort van pr. Als je een nieuw museum laat ontwerpen door een of andere ‘gesjeesde’ Japanner, krijg je misschien meer volk over de vloer dan wanneer je een goed Vlaams bureau aanstelt. We moeten er echter over waken dat die slinger niet te ver doorslaat.”

Leo Van Broeck is het eens met zijn opvolger, maar vindt niet dat er sprake is van buitenlandse oververtegenwoordiging in de Open Oproep. “Er is nog altijd een gigantisch verschil tussen het percentage buitenlanders dat deelneemt en het percentage buitenlanders bij de winnaars. Sterker nog: er zijn uiteraard bouwheren die graag uitpakken met een grote internationale naam, maar tegelijk zie je dat veel besturen eerder geneigd zijn om voor een Belgisch bureau of een gemengd team met een sterke lokale poot te kiezen. Er is dus wel degelijk sprake van cultureel chauvinisme, zelfs in die mate dat buitenlanders gerust zouden kunnen stellen dat de Vlamingen nog altijd positief gediscrimineerd worden.”

“Het is eigenlijk niet nuttig om te evalueren wie de Open Oproep uiteindelijk wint”, pikt Erik Wieërs in. “Als Bouwmeester kan je er hoogstens voor zorgen dat er onder de kanshebbers een eerlijke verhouding is tussen jonge architecten, grote Vlaamse bureaus en internationale teams. Maar uiteindelijk is het wel de bedoeling dat het beste project wint. Het is de architecturale kwaliteit die primeert voor de jury en dus niet zozeer de afkomst van de laureaten.”

 

Dit artikel werd geschreven op basis van het podcastinterview dat architectura.be afnam van Erik Wieërs en Leo Van Broeck. Deze podcast kan je binnenkort beluisteren op onze website. Hier vind je een link naar alle podcasts van architectura.be.