Doorzoek volledige site
14 september 2020

Indrukwekkende renovatie voor Gentse universiteitscampus Ledeganck (Abscis Architecten)

Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht
Illustratie | Jeroen Verrecht

De grootschalige, meerfasige renovatie van de campus Ledeganck is afgewerkt. De volledige campus van de Universiteit Gent werd vernieuwd, en deels heringevuld. Het gebouwencomplex bestond vooral uit onderzoekslaboratoria, kantoren en auditoria, en werd verrijkt met open studielandschappen en een museum. Een knap staalltje vakmanschap van Abscis Architecten. "De straat en de stedelijke omgeving werden in de campus naar binnen gebracht, door de hoogbouw te voorzien van een transparante 'publieke laag' op het gelijkvloers. Ook kreeg het Gents Universitair Museum, beter bekend als het GUM, een belangrijke plaats op de wetenschapscampus. Studenten, professoren, bezoekers, Gentenaars... ontmoetingen en de liefde voor de wetenschap staan op deze Gentse plek centraal", aldus het architectenbureau.

Het complex Ledeganck werd in 1960 gebouwd naar ontwerp van architect Jules Trenteseau voor de Faculteit Wetenschappen van de Universiteit Gent. De toren telt 11 verdiepingen en staat dwars op een plintvolume waar studenten en onderzoekers het gebouw binnenkomen. De toren zelf behoort tot een van de meest markante gebouwen in Gent die boven grens van 50 meter uitsteekt.

Het gebouwencomplex bestaat vooral uit onderzoekslaboratoria, kantoren en auditoria. Het werd in drie fasen (2010-2020) gestript en opnieuw ingevuld met een eigentijds laboconcept dat kan groeien en krimpen volgens de behoeften van de faculteit. Dit vereist een modulair klimaatconcept, een duidelijk en zelforiënterend kleurconcept en performante gevels.

Bij het ontwerpen van de gevels werd uitgegaan van twee zaken: het behoud van de eigenheid van het gebouw en het vervangen van de bestaande glasgevel door een polyvalent legpatroon van opale en transparante glasplaten die de diverse invullingen toelaten. Ook de verticale aluminium vinnen worden overgenomen. Deze logisch modulair opgebouwde gevelstructuur benadrukt de wetenschappelijke functie van het gebouw.

 

Performant universiteitsgebouw

Het ontwerp van Trenteseau is een typisch product van naoorlogse stedenbouw: de vrije inplanting van het torengebouw met de plint als overgang naar het omringende stedelijke weefsel van traditionele bouwblokken. De ontwerpopgave werd dan ook gedefinieerd als: hergebruik van een bestaand gebouwencomplex met een sterke stedenbouwkundige en architectonische aanwezigheid in de stad, tot een performant universiteitsgebouw waar studenten in optimale omstandigheden les kunnen volgen en onderzoekers hun onderzoeksprojecten kunnen uitvoeren in hypermoderne, hedendaagse en toekomstgerichte laboratoria.

Abscis Architecten trachtte dit te bereiken door tal van ingrepen in te passen in de bestaande structuur. Het hele gelijkvloers wordt opgewaardeerd tot een ‘publieke laag’: de ruimte waar je binnenkomt, ontmoet, vrije lesuren doorbrengt… ligt in het verlengde van de straat, de eigenlijke publieke ruimte. De verticale kernen zijn in ‘oriënterende’ kleuren voorzien, de kantoren en labo’s zijn flexibel ingedeeld waardoor labo’s kunnen uitbreiden of omgebouwd worden tot kantoor. Ook de gevels laten deze flexibiliteit toe: een mozaïek van geëmailleerde glasplaten laat toe om de glasgevel door te trekken over wanden en vloeren, over donkere en heldere ruimtes. Dit geeft het gebouw een eigentijdse uitstraling, doch steeds met de knipoog naar het verleden.


Vernieuwde technieken

Ook op het vlak van de technieken was dit een uitdagend renovatieproject. Asbest werd verwijderd en alle technieken in de gebouwen werden vernieuwd: ventilatie, verlichting, kokers, etcetera. Ook de elektrische, sanitaire, verwarmings- en verluchtingsinstallaties werden vernieuwd. Er kwam een uitgebreid voorzieningsnetwerk voor speciale fluida en gassen naar de laboratoria: demiwater, gedestilleerd water, zuurstof, perslucht, vacuüm,...

Omwille van de hedendaagse ventilatie-eisen, werden er ten behoeve van de ventilatiekanalen een aantal nieuwe schachten gemaakt in het gebouw. De technische ruimte op het dak werd vormgegeven als een lichtbaken naar de stad, een teken van zijn nieuwe publieke functie.

GERELATEERDE DOSSIERS