Doorzoek volledige site
21 september 2020

Stadspaleis van Atelier Kempe Thill voltooid aan nieuw Panamarenko-plein in Antwerpen

Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz
Illustratie | Ulrich Schwarz

Het Stadspaleis van Atelier Kempe Thill in de Antwerpse stadswijk Nieuw Zuid is een feit. Het gebouw (blok 14) kreeg een plek aan het nieuwe Panamarenko-plein. Het project is een hybride programmatische stapeling van grote stedelijke complexiteit. De appartementen, die als gestapelde villa's op de bovenste verdiepingen zijn voorzien, proberen een nieuw woonmodel voor de 21e eeuw te definiëren. Naast een grote variatie aan typologieën, flexibiliteit en royale plattegronden, is het belangrijkste doel om zoveel mogelijk appartementen het gevoel van een individuele woonstijl met zeer veel buitenruimte te geven.

Het Stadspaleis is het resultaat van een tweede vruchtbare samenwerking van Atelier Kempe Thill met projectontwikkelaar Triple Living, na Wintergarden Housing. Ook hier vormt het ontwerp van Secchi Vigano uit Milaan de stedenbouwkundige basis met de prioriteit om de appartementen zo ruim mogelijke buitenruimtes te bieden.
 

De stad ontwerpen

Atelier Kempe Thill ziet in de ontwikkeling Antwerpen Nieuw Zuid vooral de uitdaging van hedendaagse stedenbouwkundige architectuur, in de zin van multifunctionele, stedenbouwkundige, alzijdige architectuur die zoveel mogelijk bijdraagt ​​aan de openbare ruimte. Het project is daarom ontworpen met een actieve begane grond en een dubbelhoge omlopende arcade gemaakt van slanke kolommen. Deze combineren de begane grond en de eerste verdieping die, in combinatie met royale raampartijen, een stedelijke plint vormen. Samen met de terrassen op de verdiepingen is dit thema consequent doorgetrokken in het hele gebouw, waardoor een alzijdig gebouw zonder achterzijde ontstaat.

Aan de noordzijde richting het plein is de gevel het hoogst met in totaal vijf bouwlagen en ontstaat er een pleingevel die het Panamarenko-plein zijn identiteit geeft. In het zuiden trapt het gebouw twee keer naar beneden, zodat kan worden ingespeeld op de grootte van het naastgelegen gebouw. De overzijde van het Panamarenko-plein wordt gedefinieerd door gebouwen van de bekende architecten Johannes Norlander, Vincent van Duysen en Office Kersten Geers David van Severen.

 

Hybride lagen

Het gebouw is opgezet met een heldere stapeling van functies. Op de begane grond bevinden zich ruimtes voor diverse commerciële doeleinden, met name restaurants en winkels, om het gebouw zo openbaar mogelijk te maken. De kantoren van de opdrachtgever bevinden zich op de eerste verdieping en zijn toegankelijk via een ruime entree op de begane grond. Deze vormen een gesloten ring rond de binnentuin met doorkijken door het gehele gebouw. Boven de kantoren bevinden zich drie woonlagen die door de toegangsportiek eenvoudig van de binnentuin zijn ontkoppeld en zo een eigen wereld vormen.

Onder de begane grond bevindt zich een openbare ondergrondse parkeergarage van drie verdiepingen, voor meer dan 300 auto’s, welke een groter deel van het gebied bedient. Naast de autoparkeerplaatsen bevinden zich in de onderbouw tevens bergingen en ruimten voor de gebouwtechnieken.
 

Blok of stadsvilla

Een ander bijzonder kenmerk van het project is de omvang en de daaruit voortvloeiende mogelijkheden en beperkingen. Met zijn ambivalente footprint van 45 x 45 m rees bij aanvang de vraag of het zinvoller zou zijn om het gebouw als een vol volume te ontwerpen of om het te voorzien van een binnenhof. Bovendien rees de vraag hoe de appartementen het beste ontsloten kunnen worden zonder de begane grondzone, die vooral bedoeld is voor winkels en horeca, met te veel verticale kernen te doorsnijden. Dat denkproces resulteerde in een intieme binnentuin met vier toegangskernen in de binnenhoeken.

Een belangrijk onderdeel van het ontsluitingsconcept is het feit dat de appartementen op de verdiepingen gedeeltelijk ontsloten worden via de korte galerijen op de binnenplaats. In het geval van de appartementen in het midden moet je een naburig appartement passeren, wat door de royale breedte van 2,5 m in combinatie met de beperkte lengte en sfeervolle intimiteit van de galerij geen noodzakelijk kwaad maar een ruimtelijke ervaring is.


Wonen als genoegen

Het project Stadspaleis slaagt erin om binnen een voorstedelijke hoge dichtheid een nieuw stedelijk model met suburbane kwaliteiten toe te voegen. De buitenruimtes van de appartementen vormen hierbij het centrale ruimtelijke thema van het project. Aan alle vier de buitengevels is een 2,5 m diep balkon ontworpen als ruimtelijk verlengstuk van de appartementen. Bij de terrasappartementen op het zuiden loopt dit balkon vloeiend over in riante dakterrassen, waarvan sommige beduidend groter zijn dan het gehele woonoppervlak van het bijbehorende appartement. Naast de werkelijke ruimtelijke en optische uitbouw van het appartement wekken deze terrassen de indruk dat het appartement zich op hetzelfde niveau bevindt als een gelijkvloerse bungalow. In de bovenste hoekappartementen kan men zelfs aan drie zijden om het appartement heenlopen. De ruime privéterrassen worden tevens gecombineerd met een groot gemeenschappelijk dakterras voor alle bewoners.

 

Arcades, loggia’s en dakterrassen

Naast hun directe belang voor het wonen, volgen de terrassen een algemene architectonische strategie. Ze vormen de ontwerpruggengraat van het hele gebouw. Als structurerend en corrigerend architectonisch element creëren ze een uniform raster op de buitengevel ondanks de sterk variërende structurele as-maten van de eigenlijke appartementen. Op deze manier hebben alle appartementen in het midden van de gevel dezelfde balkonlengte, ondanks de verschillende appartementbreedtes. Met deze correctie kunnen de driedelige hef-schuiframen van de tussenwoningen over het gesloten deel van de gevel geschoven worden, waardoor de woonkamers volledig geopend kunnen worden. In de hoeken zijn de balkons breder dan in het midden, wat het gebouw een nog ruimere uitstraling geeft.

Ook de balkons zijn gevarieerd in hoogte. Op de bovenste verdieping, die door de getrapte opzet naar het zuiden varieert, vormt de verhoging van het balkon de borstwering voor het terras erboven en beplantingsvlakken voor de groendaken. Hierdoor ontstaat een hoogtevariatie die niet alleen de woonruimte meer elegantie geeft en de terrassen en balkons individueel vormgeeft als kamers, maar gelijktijdig ook een informele vormelijke variatie in de gevel realiseert. Op het bovenste dak ontnemen de borstweringen het zicht vanuit de openbare ruimte op bouwtechnische elementen zoals zonnepanelen.

De alzijdig omlopende balkons en terrassen geven een geheel nieuwe dimensie aan het project: ze geven het gebouw diepte en een veelzijdige, verrijkende leesbaarheid van buitenaf. Door gebruik te maken van de balkons en de binnenplaats ontstaat een onverwachte ruimte die open en genereus is en tegelijkertijd intiem en beschermend, en welke uitnodigt tot verpozen.

De arcade in het onderste gedeelte zorgt voor een vloeiende overgang tussen privé en openbaar. Bij de bekroning van het gebouw ontstaat een echt daklandschap. De stenen stad wordt als het ware getransformeerd met suburbane elementen, waardoor gelijktijdig een nieuw imago ontstaat voor het nieuwe woonmodel.
 

Stedelijk binnenhof

De binnenplaats is 15,70 m lang en 14,40 m breed. Vanwege zijn verhoudingen wordt de ruimte eerder als een verticale dan een horizontale waargenomen. Deze verticaliteit wordt gecompenseerd door de horizontale strokengevel van de kantoren en de kamers op de begane grond alsook door de galerijen. Ondanks de kleine absolute breedte en lengte en de daaruit ontstane intimiteit ervaart men de binnenplaats als ontspannen en gepast door de royale galerijen. Het uitzicht tussen de tegenover elkaar liggende appartementen werkt goed, evenals de ruimte tussen de kantoren en de ruimten op de begane grond.

Om de binnenplaats een nog lichtere en vriendelijkere uitstraling te geven, werd grind van wit marmer gebruikt als basismateriaal voor de landschapsarchitectuur. In dit grind is groen berenvelgras aangeplant. Een meerstammige Perzische ijzerhoutboom complementeert de contemplatieve vormgeving. De symmetrie van de bouworganisatie, die zowel in de binnentuin door het raam naar de entree van de parkeergarage als de hoofdentree er tegenover tot uiting komt, vult de sfeer op een rustgevende en passende manier aan.

 

Materialiteit en atmosfeer

Met hoogwaardige prefab betondelen en consequent toegepaste natuursteenbekleding is het mogelijk gebleken binnen het budget een flinke stap verder te gaan op het gebied van materialisatie. Het open en intieme karakter van het wonen dat door de balkons wordt gecreëerd, wordt versterkt door de gebruikte materialen. De materialen zijn erg fysiek: de subtiele grijze prefabbetonelementen van de balkonconstructie worden gecombineerd met een Spaanse kalksteen die werd gekozen om bij het grijs van het beton te passen. De kozijnen zijn gemaakt van geanodiseerd en gepolijst aluminium. De terrassen zijn bedekt met houten lamellen.

Alle materialen verenigen zich tot een ingetogen en aangename grijsheid, die bij uitstek als achtergrond voor activiteiten dient. Dit past op natuurlijke wijze bij de kleurigheid van Antwerpen, de vaak grijze lucht door de nabijheid van de zee en de terughoudende elegantie van de stad. In het hout van de terrassen is een suburbane connotatie te lezen.

Naast de materialen zelf zijn de afmetingen en verhoudingen van de elementen bepalend voor de materialisatie. Om de architectuur zoveel mogelijk waardigheid te geven, is zo goed als mogelijk gestreefd naar een nieuwe stedelijke monumentaliteit. Betonelementen en hun as-afmetingen zijn royaal, de raamelementen zijn zowel absoluut als relatief groot. De kalksteen is voorzien in grote formaten en bijzondere hoekelementen. Om een ​​zo logisch mogelijke tektonische uitstraling te garanderen is de steen in speciaal gemaakte dagkantprofielen gevat. 
De plint van het binnenhof is uitgevoerd in grijs cementpleister. Op deze manier wordt de woonarchitectuur naar een sensueel niveau getild, wat zelden lukt vanwege de omstandigheden waarin projecten tot stand komen.

 

 

GERELATEERDE DOSSIERS