Doorzoek volledige site
26 oktober 2020

Tom Dumez: 'Ruimte is géén luxegoed'

Illustratie | PxHere

Het gebrek aan groen viel veel mensen zwaar tijdens de lockdown. Volgens Tom Dumez - stadsgeograaf en ruimtelijk planner - zou massaal naar het platteland verhuizen het probleem alleen vergroten.

Deze column is eerst verschenen in De Standaard. Architectura.be kreeg de expliciete toestemming van de auteur om de column ook hier te publiceren. 

‘Geef ons de ruimte’: die kop in de weekendkrant trok meteen mijn aandacht (DS 19 september). Beroepsmisvorming, want als ruimtelijk planner ben ik elke dag met het onderwerp bezig. Ruimte in coronatijd is een luxeproduct geworden, stond in de inleiding. Het artikel ging in op de helende en rustgevende werking die natuur en open ruimte op ons hebben. Landschapsarchitect Pepijn Verheyen trok dat door: ‘Het blijft tegennatuurlijk om in de stad dichter op elkaar te gaan wonen’, zei hij. Hij vergeleek stads­bewoners zelfs met gekooide dieren. Opnieuw in het groen gaan wonen lijkt dan een simpele oplossing: terug naar het platteland.

Zoals het artikel terecht aanstipt, speelde het gebrek en vooral gemis aan natuur en groene ruimte veel mensen parten de voorbije maanden. Maar juist daarom mogen we onze open ruimte niet vertuinen en privatiseren, dromen we beter niet van een vergezicht vanuit de woonkamer en mogen we zeker niet met zijn allen (of toch de bemiddelden onder ons) naar het platteland trekken. Want als we dat doen, is er geen groene ruimte meer over.

Toen ik daarna de foto’s van het ‘Huis zonder regels’ in DS Magazine zag, werd ik een beetje boos. Het valt mij op dat veel van de ‘droomhuizen’ die soortgelijke magazines promoten, afgelegen en omringd door groen zijn. Ze creëren het beeld dat er ruimte in overvloed is.

Vlaanderen is, zoals ze hier plachten te zeggen, een scheet groot, en met 6,6 miljoen mensen ook zeer dicht­bevolkt. 6,6 miljoen mensen die willen wonen, werken, ontspannen en winkelen. Ook diersoorten zoeken hun plek. En dan zwijgen we nog van alle andere functies die de natuur moet opnemen: lucht zuiveren, water bufferen en voedsel produceren voor mens en dier. In de concurrentie om onze beperkte ruimte is de mens de grote winnaar (of de verliezer?), en dan vooral de gegoede mens. Egoïsme stuurt onze ruimtelijke wanorde.
 

Geen omheind privébezit

De enige oplossing is om niet meer te bouwen in de open ruimte, maar in te zetten op de stad en het dorp als oplossing. We moeten de steden sterker, innovatiever, autovrij en groener maken, de dorpen leefbaar en compact. We moeten zo veel mogelijk ruimte als gemeengoed beschouwen en niet als omheind privébezit. Vlaanderen heeft voldoende goede en creatieve ontwerpers die binnen de bebouwde ruimte leefbare, groene, rustige en gezonde plekken kunnen creëren. Hopelijk delen ook steeds meer politici dat geloof. Alleen zo zal dat restje natuur overblijven waar ook minder gegoede mensen tot rust kunnen komen.

En nee, de media zijn niet de schuldigen, maar toen ik de krant opensloeg afgelopen weekend, werd ik toch een beetje boos. Boos op de krant voor het gebrek aan nuance en onderbouwing en omdat ze het nefaste ideaalbeeld van afgelegen wonen bevestigde. Maar ik was ook bezorgd om de toekomst van mijn kinderen.

‘Wonen in het groen’ kan dan op korte termijn een oplossing lijken om onze stress te verminderen, voor het stressniveau van de wereld is het problematisch. Ruimte is géén luxegoed, het is het belangrijkste goed dat we hebben om de uitdagingen van de toekomst te kunnen oplossen. Maar ook die uitspraak zal misschien beroepsmisvorming zijn.