Doorzoek volledige site
17 november 2020 | WOUTER POLSPOEL

Melopee: groene buitenkamer blikvanger van nieuwe Gentse school met kinderdagverblijf

Illustratie | Sourbron Fotografie
Illustratie | Sourbron Fotografie
Illustratie | Sourbron Fotografie
Illustratie | Sourbron Fotografie

Langs de Schipperskaai in Gent staat sinds het najaar van 2019 Melopee te pronken, een stadsgebouw dat een basisschool, kinderdagverblijf, buitenschoolse kinderopvang en buurtsporthal huisvest. Het perceel waarop dat alles moest verrijzen, was daar eigenlijk veel te klein voor. “Stapelend te werk gaan was dan ook een evidente keuze. Minder vanzelfsprekend was waar en hoe we de speelplaats dan moesten ontwerpen. Uiteindelijk werd net die buitenruimte, een ‘groene kamer’, de eyecatcher van ons ontwerp”, vertelt architect Willem Van Besien van Xaveer De Geyter Architects (XDGA).

In 1999 schonk het Gentse Havenbedrijf, dat toen nog geen autonoom gemeentebedrijf was, een stuk havengebied bestaande uit enkele verouderde dokken in het noorden van de stad aan het stadsbestuur. De minister van Ruimtelijke Ordening keurde op 9 april 2003 het Ruimtelijk Structuurplan Gent (RSG) goed, waarin die dokken, het Houtdok, Handelsdok en Achterdok, als een strategisch stedelijk project bestempeld werden. In 2003 werden de gronden ingebracht bij sogent, het eigen stadsontwikkelingsbedrijf dat de stad datzelfde jaar opgericht had. Vrij snel werd nagedacht over een nieuwe bestemming voor de oude dokken. De bestemming van het gebied was toen volgens het gewestplan echter voornamelijk industriegebied. Om een nieuwe ontwikkeling tot stand te brengen, was het nodig de toekomstige bestemming in een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) om te zetten. Maar de inhoudelijke stap tussen de algemene visie van het RSG en de nog op te maken uitvoeringsplannen was te groot om onmiddellijk tot concrete uitvoeringsplannen en een kwalitatieve uitvoering van de nieuwbouw te kunnen komen. Een tussenstap was nodig; die van een stadsontwerp voor het gebied.

In april 2004 lanceerde sogent daarom een wedstrijd voor zo’n stadsontwerp. De jury koos unaniem voor het masterplan van OMA uit Nederland, dat een nieuwe stadsbuurt ontwierp met ongeveer 1.200 appartementen en huizen voor Gentenaars van alle leeftijden, maar ook horeca, winkels, veel groen en talloze recreatiemogelijkheden zoals wandelpromenades, wijkparken en speeltuigen.

Met het masterplan Oude Dokken op zak, kon dus werk worden gemaakt van het RUP. Vooraleer de stad Gent kon starten met de opmaak daarvan was het nodig om een aantal procedures gebonden aan een RUP te lanceren, onder andere het laten opmaken van een mobiliteitseffectenrapport en een milieueffectenrapport. Daarnaast werden er verschillende deelstudies gelanceerd door de stad Gent en sogent om het stadsontwerp zo goed mogelijk te kunnen vertalen in juridische structuren. In juni 2011 werd het RUP 135 Oude Dokken uiteindelijk definitief goedgekeurd. Er werd ook een brownfieldcovenant ondertekend voor Oude Dokken.

Eén van de eerste realisaties in dat masterplan Oude Dokken wordt woon- en leefproject De Nieuwe Dokken, met ongeveer 400 nieuwe woonunits, aan de Schipperskaai aan de oostzijde van het Handelsdok. Maar ook enkele openbare voorzieningen krijgen er een stek, meer bepaald een bassischool, een buitenschoolse kinderopvang, een kinderdagverblijf en een wijksporthal. Opvallend is dat die allemaal in hetzelfde gebouw komen. Niet evident, gezien de geringe oppervlakte van het bouwperceel. Sogent schreef een ontwerpwedstrijd uit die uiteindelijk gewonnen werd door een team bestaande uit Xaveer De Geyter Architects (XDGA), Ney & Partners, dat instond voor de stabiliteit, boydens engineering voor de speciale technieken en het duurzaam maken van het gebouw en daidalos peutz, een ingenieursbureau gespecialiseerd in akoestiek.

Eind 2019 staat het gebouw er. Het kreeg de naam Melopee, naar het gelijknamige gedicht van de Antwerpse schrijver Paul van Ostaijen. Niet toevallig natuurlijk. Het gedicht beschrijft immers de tocht van twee vrienden in een kano en sluit dus mooi aan bij het verleden van het voormalige havengebied. Het woord zelf betekent klankgedicht, wat ook weer toepasselijk is aangezien de basisschool veel aandacht heeft voor muziek in haar pedagogische programma. Het gedicht werd ook geïntegreerd in het gebouw: het siert de muren van het inkomsas.


De vraag: een compact gebouw met school, kinderdagverblijf, BKO en buurtsporthal

“De ontwerpwedstrijd werd uitgeschreven in 2015”, begint Willem Van Besien, architect bij XDGA, te vertellen. “Ons ontwerpteam werd uiteindelijk gekozen uit vijf ontwerpteams die een wedstrijdontwerp mochten indienen. Daarna hebben we nog twee jaar nodig gehad om de plannen op punt te stellen.”

De opdracht was dan ook niet van de poes. “Het perceel waarop we het volledige programma moesten realiseren, was 40 op 67 m² groot. Daarnaast was de bouwhoogte gelimiteerd tot 20 m. De reden waarom het bouwperceel zo klein was, ligt in het masterplan van OMA, dat inzet op een afwisseling van groen en gebouwen. De ontwerpers van OMA wilden niet te werk gaan zoals destijds aan de Belgische kust is gebeurd, waar één lange gebouwenrij wel zorgt voor een mooi zicht op de zee voor de bewoners, maar tegelijkertijd het zicht voor iedereen achter die appartementen ontneemt. In het masterplan werden daarom alle gebouwen 90% gedraaid. Ze staan dus dwars ten opzichte van het water. Tussen de gebouwen komt groenaanleg.”
 

"De ontwerpers van OMA wilden niet te werk gaan zoals destijds aan de Belgische kust is gebeurd, waar één lange gebouwenrij wel zorgt voor een mooi zicht op de zee voor de bewoners, maar tegelijkertijd het zicht voor iedereen achter die appartementen ontneemt. In het masterplan werden daarom alle gebouwen 90% gedraaid" - Willem Van Besien, architect bij XDGA


“Door de beperkte bouwoppervlakte besloten we vrij snel gestapeld te werk te gaan en het perceel maximaal te benutten. Maar de eerste en meteen ook belangrijkste vraag die door die keuze rees, was hoe en waar we de speelplaats dan een plek moesten geven in ons ontwerp. Eerst dachten we aan het dak, maar dat idee werd vrij snel afgevoerd omdat dat toegangsgewijs niet zo evident was. Uiteindelijk is het idee ontstaan om een heel compact gebouw, met een grondoppervlakte iets kleiner dan de helft van het bouwperceel, te ontwerpen en de overige ruimte te gaan gebruiken voor de speelplaats. Of speelplaatsen, moet ik eigenlijk zeggen, want ook de buitenruimte besloten we gestapeld te ontwerpen.”

Het volledige artikel lees je hier.

Bron: Departement Omgeving.