Doorzoek volledige site
17 november 2020

TECHNISCHE INFO. Een aangepaste verlichting kiezen voor sportinstallaties

In de nieuwe sportzaal van school Charmille in Brussel is artificieel licht geïntegreerd en wordt via grote ramen ook natuurlijk daglicht naar binnen getrokken. Illustratie | B612Associates

De doelstelling van verlichting voor sportinfrastructuur is om zowel voor sporters en scheidrechters op het veld als voor toeschouwers gepaste visuele omstandigheden te creëren. Een gunstige visuele omgeving is essentieel niet alleen voor het aangenaam uitoefenen van sportactiviteiten, maar ook vooral voor de veiligheid. Een nieuwe revisie van de referentienorm EN 12193 werd op Belgisch niveau in januari 2019 gepubliceerd en de vertaling in het Nederlands van deze norm is nu ook beschikbaar. Dit WTCB-artikel werd opgesteld in het kader van de Normen-Antenne Verlichting, die tot doel heeft om de volledige Belgische bouwsector - en de kmo’s in het bijzonder – te informeren over de verschillende bestaande of in voorbereiding zijnde nationale en Europese product-, reken- of proefnormen binnen een specifiek domein.

De toepassingsnorm voor de verlichting van sportinstallaties (EN 12193) geeft richtwaarden bij het ontwerp van verlichtingsinstallaties voor sportinfrastructuur op vlak van verlichtingssterkte, uniformiteit, beperking van verblinding en eigenschappen van de lichtbronnen. Omdat iedere sportactiviteit verschilt in elementen en uitrustingen die gebruikt wordt maar ook in snelheid van de acties, zijn de eisen aangepast aan ieder type activiteit. Deze eisen vertalen zich niet enkel in functie van de sport, maar ook van het wedstrijdniveau. Drie klassen worden gedefinieerd voor de wedstrijdniveaus, vanaf het internationaal niveau tot het beoefenen van sport op een recreatief niveau. Dit document betreft kunstverlichting voor openlucht installaties maar ook voor alle sporten die in binnenruimtes worden beoefend.

De voornaamste wijzigingen die in de laatste herziening van de norm werden geïntegreerd betreffen:

  • De aanpassing van enkele richtwaardes in de tabellen (tennis/padel, BMX, hockey, zwemmen, …)
  • Verduidelijkingen van de referentiezones die het hoofdgebied (PA) en het totaal gebied (TA) vormen
  • Aanbevelingen voor het gebruik van de verblindingsgraad (RG) voor binnenruimtes
  • Optrekking van de minimale kleurweergave-index voor de lichtbronnen van 20 naar 60
  • Toevoegen van eisen voor de verlichting van zones met toeschouwers (10 lx zittend/ 20 lx staand)
  • Volledige herziening van de paragraaf in verband met televisieopnames: een nieuwe metriek « Television Lighting Consistency Index » (TLCI) voor de weergave van kleuren op televisiebeelden en eisen voor het beperken van flikkering voor slow motion fragmenten werden opgenomen.

Als voorbeeld, is het interessant om de eisen voor tennis en padel te vermelden. Voor een verlichtingsklasse I (internationaal en nationaal wedstrijdniveau) moet de gemiddelde horizontale verlichtingssterkte hoger zijn dan 750 lx op het hoofdgebied (PA). Het niveau van verlichtingssterkte op het totaal gebied (TA), dat een extra veiligheidsgebied rond het hoofdgebied bevat, moet 75% van de waarde van het hoofdgebied halen, ofwel een gemiddelde horizontale verlichtingssterkte van 562,5 lx.  Daarenboven is een richtwaarde voor de verblindingsgraad (RG) nu ingevoerd. Voor de kleurweergave-index is de minimale eis een waarde van 80. Let wel dat sommige sportverenigingen richtwaardes opleggen die soms strenger zijn dan de waardes uit de norm voor hun specifiek sportactiviteit.

GERELATEERDE DOSSIERS