Doorzoek volledige site
17 november 2020 | FILIP VAN DER ELST

SportinGenk zoekt symbiose tussen sport en natuur

Illustratie | © sportingenk.be

De sportcampus SportinGenk Park is in volle uitbouw. Nadat er in 2015 al een tweede gebouw op de site in de Emiel Van Dorenlaan is bijgekomen, is er nu een nieuw project op poten gezet. De prachtige bosrijke omgeving wordt gevaloriseerd en meer bij de campus betrokken, en voor de sportbeoefenaars komt er een breed pallet aan mogelijkheden bij: in het nieuwe SportinGenk Park zijn meer dan 30 verschillende sportdisciplines mogelijk.

Het SportinGenk Park kent een rijke geschiedenis. In 1975 werd het eerste gebouw geopend: een sportcentrum met een zwembad en verschillende sportzalen. Een iconisch gebouw in Genk, ontworpen door de Brusselse architect Isa Isgour. Het gebouw is zelfs beschermd als monument, en dat heeft veel te maken met de unieke schaaldakconstructie. Vijf hyperbolische paraboloïdes overspannen het grondvlak over een lengte van meer dan 74 meter, en dat met slechts drie steunpunten. Daar ging een gedetailleerde studie aan vooraf, want zo’n dakconstructie vergt bijzonder ingewikkelde berekeningen. Dat is meteen ook de reden waarom een dergelijk dak nauwelijks terug te vinden is in België.

40 jaar later

In 2015 werd de sportsite met de bouw van een nieuwe sporthal ingrijpend uitgebreid. De ontwerpers BEL Architecten en Ney & Partners lieten het aanvankelijke plan om het bestaande gebouw te vergroten varen, en kozen voor een nieuw volume ernaast, met een open ruimte tussen de twee hallen. “Ze maakten die keuze omdat ze out of the box wilden denken. Bovendien was het zaak om het bestaande, beschermde gebouw zo weinig mogelijk aan te tasten”, zegt Johan Schepers, directeur van SportinGenk. Dag op dag 40 jaar na de opening van de oorspronkelijke zaal, op 6 december 2015, opende het tweede gedeelte van de Genkse sportsite de deuren. Het nieuwe complex is vooral gericht op balsporten.

Maar daarmee was het project nog niet afgerond. De stad Genk had immers veel meer dan enkel twee sportgebouwen in gedachten: SportinGenk moet een complete sportcampus zijn, met de mogelijkheid om zowel buiten als binnen de meest uiteenlopende sporten te beoefenen. Daarom wordt er nu volop gewerkt aan de omgevingsaanleg. Dankzij een projectoproep van de Vlaamse Bouwmeester in 2015 ging de opdracht naar een consortium met LIST uit Parijs, LOLA uit Rotterdam en Antea uit Hasselt (technieken).

De heraanleg moet van de site het kloppend hart van de Genkse sportbeoefening maken. Het plan bevat drie speerpunten: “Het plein tussen de twee bestaande gebouwen, een activiteitenstrip met daaraan gekoppelde buitensportvoorzieningen, en een parkconnector: een padenstructuur in een groene omgeving die voor de verbinding zorgt tussen de Stiemerbeek, het plein, de parking en de voetbalvelden”, aldus Evert Jadoul van de dienst Infrastructuur en bouw van de stad Genk.

Sport in relatie tot de omgeving

SportinGenk zal hiermee ingrijpend uitbreiden. De prachtige omgeving wordt meer bij de sportbeleving betrokken. De vallei van de Stiemerbeek en de bosrijke zones op en rond de sportzalen zijn immers een oase van rust en natuur, en dus zou het zonde te zijn om deze aanwezigheid niet te benutten. “Sport staat centraal, maar altijd in relatie tot de omgeving. We willen maximaal gebruik maken van de prachtige groene zone die de sportsite is”, aldus Jadoul. “We zien nu al regelmatig dat ouders die hun kinderen komen aanmoedigen op zwemkampioenschappen tussendoor een wandeling gaan maken in het bos. In sportcomplexen in pakweg Charleroi of Antwerpen gaat dat meestal niet zo gemakkelijk”, voegt Schepers eraan toe. “Eén van de aspecten die ons aansprak in dit project, was het plan om een groene corridor te maken: via een groene structuur en wandelpad kan je gemakkelijk de verschillende delen van de site bereiken. Dat willen we met dit project absoluut bereiken: het koppelen en het duidelijk in beeld brengen van de mogelijkheden en het potentieel die dit grote domein biedt.”

Om dit te bereiken wordt de zone opengetrokken, en ook de achterzijde van de gebouwen krijgt een nieuwe invulling. Johan Schepers: “Er is bewust voor gekozen om de ruimte tussen de twee gebouwen niet vol te stouwen met sportactiviteiten. In plaats daarvan wordt deze ruimte een soort esplanade, die een mooi zicht op de Stiemerbeek en de vallei biedt. Dit wordt niet zozeer een sportzone, maar eerder een ontmoetingsplaats. Bovendien kunnen er allerlei activiteiten georganiseerd worden: zo is er genoeg plaats om bijvoorbeeld een grote tent te plaatsen.”

Achterzijde wordt voorzijde

De oude en nieuwe buitensportactiviteiten worden allemaal gecentreerd rond de activiteitenstrip: een brede strook, die ook dienst doet als aparte toegang voor wandelaars en fietsers. Auto’s zijn er niet toegelaten. “De rol van de zwakke weggebruikers is momenteel wat ondergeschikt. Deze afgescheiden toegang, in combinatie met een nieuwe, ruime fietsenstalling moet mensen aanmoedigen om te voet of met de fiets te komen”, legt Jadoul uit. “En door deze weg aan te leggen aan wat nu de achterkant van de gebouwen is, creëren we een nieuwe voorzijde voor de campus. Door de activiteiten te verspreiden over de omgeving, en tegelijk duidelijk te koppelen aan de strip, zorgen we voor een betere relatie met het omliggende bos.”

De strip is ook voor de wijdere omgeving van belang. Johan Schepers: “Genk wordt een soms een ‘rasterstad’ genoemd: de stad bestaat uit meerdere grote zones die met elkaar verbonden moeten worden. Aan de ene kant van dit domein ligt het Thorpark, aan de andere kant C-mine. Het ontbrak Genk nog aan een goede en snelle fietsverbinding tussen die twee stadsdelen, en deze strip kan de ontbrekende schakel zijn.” Met deze strip wil Genk de mensen die nu al komen sporten op de campus extra opties bieden. Maar de stad richt zich ook op toevallige passanten, zoals wandelaars. De aanwezigheid van de scholencampus Bret in de nabije omgeving kan ook een belangrijke factor zijn.

Sport voor jong en oud

Op en rond de strip worden allerlei sportmogelijkheden aangebracht: faciliteiten die nu elders op het domein terug te vinden zijn, of die verdwenen zijn toen het tweede gebouw in 2015 werd neergepoot, of soms ook volledig nieuwe sportaccommodaties. SportinGenk mikt op zowel jong als oud: het aanbod gaat van een kinderjungle, speeltoestellen en een kinder fit-o-meter over een hoog touwenparcours voor de kleinsten over een skatepark voor jongeren tot een petanquebaan voor senioren. Daarnaast komt er ook een polyvalent speelveld, buitenfitnesstoestellen en een relaxzone die gebruikt kan worden voor onder meer yogalessen.

Ook in het skatepark is veel tijd en moeite geïnvesteerd. Met Arbowar, Public Partners en In Out is zelfs een apart team samengesteld om dit te realiseren. “De expertise die hiervoor nodig is, is heel specifiek”, aldus Schepers. “Er moeten belangrijke keuzes genomen worden wat betreft de toestellen en de inrichting. Bovendien vragen disciplines als skateboard, inlineskate, bmx,... elk een ander type infrastructuur.” Dit skatepark zal vooral op street style gericht zijn. “Er is een heel participatietraject aan vooraf gegaan: we zijn aan de toekomstige gebruikers zelf gaan vragen wat ze verlangen. Daarnaast hebben we erop gelet dat de skate-infrastructuur geen exacte kopie wordt van het skateterrein dat nu aan de Hooiplaats te vinden is. We streven naar een complementair aanbod.”

Een groot deel van de diverse sport- en beweegonderdelen werd ingericht door Goede Speelprojecten, gespecialiseerd in toegankelijke sportinfrastructuur voor kleuters, kinderen, jongeren en volwassenen.