Doorzoek volledige site
23 november 2020 | FILIP CANFYN

Recensie (Filip Canfyn): 'Nachtbouwer' van Michaël Brijs

Wanneer een boek via de geplogen media in de markt gezet wordt als een duizelingwekkend verhaal met een dikke architectuurlaag, dan ben ik er als de kippen bij. Fiction- of faction-boeken over architectuur blijven zeldzaam en ik hoop altijd op weer eens een voltreffer als het iconische ‘The Fountainhead’ van Ayn Rand of het recentere ‘Waagstukken’ van Charlotte Van den Broeck. Ik heb daarom ‘Nachtbouwer’ van Michaël Brijs gelezen.

En ja, er komt wel wat architectuur in voor. De ik-figuur beoefent de stiel en Renaat Braem krijgt samen met Le Corbusier een bijrol. Er wordt druk geciteerd uit hun geschreven oeuvre, de Kieltorens en de Oudaan worden als decorstukken opgevoerd. Helemaal op het einde zit het hoofdpersonage zelfs in een vliegtuig met Braem en Corbu, die filosofisch van jetje geven vanuit het rijk der doden. Wie zover in het boek raakt heeft al een heel verhaal moeten doorworstelen, een tragisch, zwartgallig en vooral deprimerend verhaal, dat een moeilijke constructie met weinig stabiliteit meekrijgt. Dat duizelingwekkende kan immers door een eufemist ook magisch-realistisch genoemd worden. Nu weet ik wat dit adjectief betekent sinds mijn schooljaren, waarin Johan Daisne en Hubert Lampo verplichte leeskost waren, en sinds de meanderende visioenen in ‘De Naam van de Roos’ van Umberto Eco, maar Brijs gaat nog een sinistere stap verder. Flashbacks, waarin een weirde parallelle wereld gebouwd wordt, geven de auteur vrij baan om een psychedelische potpourri van horror, spiritisme, alchemie, occultisme, scifi, satanisme, sm en wat weet ik nog meer op papier te drukken. Exact op pagina 88, en laat dat getal een toeval blijven, raak ik helemaal verloren gelopen en moet ik definitief de inhoudelijke rol lossen. Ik kan niet meer, ik volg niet meer.

En dan begin ik mij te ergeren. Aan de vele clichés en truken van de foor, die Brijs meent te moeten toepassen om het zogenaamd leesbaar te blijven: sex, drugs, alcohol en humor. Aan de pedante moeilijkdoenerij qua woordgebruik, beeldspraak, name dropping en citatenkennis. Aan de frustratie over mijn plichtsbewustzijn, die mij dit op hol geslagen nihilistisch fantasme doet doorploegen tot het bittere einde.

Ik erger mij dan ook aan de zinnen, die beginnen met “Beste lezer, …”. Een schrijver moet mij niet aanspreken, zijn boek moet dat doen.

 

NACHTBOUWER, Michaël Brijs, Polis, 2020.