Doorzoek volledige site
23 november 2020 | JOHAN RUTGEERTS

OPINIE. Johan Rutgeerts: ‘Over de gebreken in het vergunningsbeleid’

Illustratie | PxHere

Architect-urbanist Johan Rutgeerts beklaagt zich in dit opiniestuk over het gebrek aan dialoog bij de manier waarop omgevingsvergunningen tot stand komen, wat er in deze coronatijden allerminst op verbeterd is. Hij pleit voor het voorzien van een hoorzitting met overleg in de procedure zoals vandaag al in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gangbaar is.

Ik lees en ik hoor veel geklaag en gemor over de manier waarop omgevingsvergunningen tot stand komen. Het traditionele vooroverleg aan de balie of na afspraak op het kantoor van de omgevingsambtenaar, wordt in veel gevallen niet meer toegestaan of flagrant geweigerd. 

Bijna alle besprekingen worden nu per mail gevoerd en/of geëist door de lokale overheden. Geen dialoog meer, geen woord en wederwoord, geen uitwisseling van ideeën noch inzichten. Quasi alle voorstellen worden op een ambtelijke wijze behandeld en in de ogen van de architecten, afgescheept.

Regeltjes, regeltjes, regeltjes. Vlaanderen loopt ervan over en ambtenaren hebben blijkbaar niets liever. Een houvast om de ruimtelijke overwegingen in gestandaardiseerde gietvormen te doen passen. Probeer maar eens per mail uit te leggen dat, om functionele, architecturale of omgevingsgebonden redenen en argumenten het voorgelegde ontwerp misschien toch ter overweging moet genomen worden.
 

"Een omgevingsvergunning lijkt op het indienen van een wedstrijdontwerp waar een onafhankelijke jury een oordeel velt, liefst in afwezigheid van de ontwerpers. Ik zie dit op korte termijn niet verbeteren. De omgevingsvergunning is op papier nog steeds een politieke beslissing; in de praktijk is de uitspraak van het college de onvervormde doorslag van het verslag van de omgevingsambtenaar."


Hèt argument dat heel vaak komt bovendrijven: we begrijpen u wel maar als we het in deze casus toestaan, dan is het hek helemaal van de dam. Beeld u zich eens in dat rechtbanken op deze manier zouden werken: geen rechtstaat maar een juridische ambtenarenmolen.

Met de huidige crisis is het mailadvies nog in grote mate toegenomen; binnenkort wordt het een vaste regel. Deskundigen inzake communicatie beweren al jaren dat non-verbale communicatie meer dan de helft van goed overleg betekent en een beter eindproduct oplevert. Dit wordt nu allemaal ongedaan gemaakt. Ondanks alle technologische mogelijkheden – vooruitgang genaamd - zal kwaliteitsvolle communicatie in de toekomst er niet op verbeteren. Velen hebben het gevoel dat ambtenaren daar niet wakker van liggen. Dat toetsenbord is een veilige schuilplaats.

Een omgevingsvergunning lijkt op het indienen van een wedstrijdontwerp waar een onafhankelijke jury een oordeel velt, liefst in afwezigheid van de ontwerpers. Ik zie dit op korte termijn niet verbeteren. De omgevingsvergunning is op papier nog steeds een politieke beslissing; in de praktijk is de uitspraak van het college de onvervormde doorslag van het verslag van de omgevingsambtenaar.

Maar het kan ook anders.

Waarom wordt in de procedure geen hoorzitting voorzien zoals bij de procedure in beroep? Waarom kan er, na het opmaken van het verslag van de omgevingsambtenaar, geen overleg plaatsvinden in aanwezigheid van de bevoegde schepen, waarbij de visies, de knelpunten of de mogelijke aanpassingen besproken worden? Waarom kan dit slechts in de beroepsprocedure en niet in eerste aanleg?

Dat de procedure hierdoor een paar weken langer zal duren, zal noch de opdrachtgever noch de architect een zorg wezen. De kwaliteit van de beslissing moet voorop staan. De vraag om gehoord te worden hoeft overigens geen verplichting te worden; het kan op louter verzoek van de aanvrager.

Men kan over het Brussels Gewest aan aantal verzuchtingen formuleren over aanslepende procedures en soms irrelevante data die opgevraagd worden, doch de hoorzitting met overleg is tenminste voorzien, en het werkt. Traag, jazeker, maar het werkt. Ik ben ooit, bij een project in Wallonië, door de ambtenaar begroet met de woorden: ‘Monsieur, que pouvons nous faire pour vous ?’. En het ging vooruit, ik kan het u verzekeren. In Vlaanderen heb ik nog nooit zo’n begroeting gehad. Meestal is het van: ja, zeg ne keer

Het zou de minister van ruimtelijke ordening sieren mocht ze zich eens willen buigen over dit nijpend probleem. Architecten zijn het beu om door hun opdrachtgevers als onbekwaam afgescheept te worden na weer eens een negatieve beslissing van het college. Het is het gebrek aan een model van open dialoog die heel veel projecten nodeloos lang doen aanslepen of erger, in de vergeetput doen belanden waarbij architecten gefrustreerd achterblijven omdat ze zelden voor de geleverde prestaties de centen ontvangen waarop ze recht hebben.

Het gesprek aangaan met de minister is iets dat de beroepsverenigingen en de nieuw samengestelde orde maar eens bovenaan op hun agenda moeten zetten. Ze kunnen het korps laten zien dat een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak hun leden zal helpen tot een betere dienstverlening voor hun klanten.

Eindelijk kunnen ze aantonen wat goede communicatie in de praktijk kan opleveren.