Doorzoek volledige site
30 november 2020 | FILIP CANFYN

Recensie (Filip Canfyn): 'Fundamenten van het stadsontwerp' van Marcel Smets

Illustratie | Public Space / Marcel Smets

Het overkwam me tot nu nooit dat ik hetzelfde boek tweemaal las op een paar dagen tijd. Niet omdat het zo dun of onverstaanbaar zou zijn maar omdat het zo goed is. En zo begeesterend. Ik heb ‘Fundamenten van het stadsontwerp’ van Marcel Smets, zowat zijn geschreven erfenis over zijn stedenbouwpraktijk, geabsorbeerd als een dankbare spons. Tweemaal en ik zal dit standaardwerk-in-wording nog vaak openslaan.

De net geen honderd bladzijden tekst (en gestileerde schema’s) staan voor wat ik zou willen noemen ‘stedenbouwkundige poëzie’. Zowel qua vorm als qua inhoud wordt helder maar ook complex, duidelijk maar ook gelaagd, overtuigd maar ook zoekend de essentie van stedenbouw als vak, als kennis, kunde en kunst, tastbaar gemaakt. Smets werkt twintig antagonismen uit, twintig koppels van woorden, die ofwel complementair ofwel tegengesteld ofwel beide zijn. Met evenwichtige bespiegelingen rond bijvoorbeeld monument-icoon, eiland-archipel, straat-weg, gat-leegte, continuïteit-verandering, … wil hij “kenmerken en begrippen benoemen, die in de loop van de geschiedenis een weerkerende rol hebben gespeeld bij het ontwerpen van steden”. Hij wil geen leerboek maken maar trekt toch lessen uit zijn empirie als eminent hoogleraar, ruimdenkend bouwmeester en gedreven stedenbouwkundige, lessen, die hij met dit boek gul deelt.

’Fundamenten van het stadsontwerp’ laat zich lezen als bijbelse columns, als vruchtbare parabels, die een oud met een nieuw testament verbinden. De rode draad, de al dan niet blijde boodschap, toont eigenlijk een historische paradox. Enerzijds verliep de stadsbouw vroeger traag want natuurlijk om het maatschappelijk functioneren met wijsheid en op mensenmaat vorm te geven in nog altijd boeiende steden, terwijl nu een blinde objectstedenbouw toegepast wordt, gedicteerd door berekend vastgoeddenken en mercantiele eigenwijsheid. Anderzijds gedroeg de stedenbouwkundige zich vroeger te veel als creator, die zijn werk beperkte tot een star plan met een normerende, regelgevende, maatvoerende toolbox, terwijl nu de curator op de voorgrond treedt, die met een flexibel stadsontwerp inspireert, componeert en organiseert, die de samenleving mogelijk en beter maakt.

Deze paradox wordt subliem ontrafeld in die twintig slimme cursiefjes rond antagonismen, die recht door zee, klaar van lijn maar bovenal rijk van geest uitgeschreven worden als, inderdaad, stedenbouwkundige poëzie. ‘Fundamenten van het stadsontwerp’ mag verdiend het evangelie worden van alle weldenkende stedenbouwkundigen, architecten, politici, ambtenaren en projectontwikkelaars.

Van evangelie en projectontwikkelaars gesproken, het boek “kwam tot stand naar aanleiding van de Matexi Legacy Award 2016, waarvan Marcel Smets titularis is”. Het voorwoord staat daarom op naam van CEO Gaëtan Hannecart, die over Matexi laat weten: “We zijn niet langer een ontwikkelaar van de individuele woondroom, maar de bedenker van aangename plekken en soms hele stadsbuurten met een divers palet aan woonoplossingen waar zowel het individuele als het collectieve tot volle ontplooiing kunnen komen.” Dit statement bewijst de eeuwigheidswaarde van een bijbelcitaat, in casu, Lucas 15, 7: “Ik zeg u, er zal in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar, die tot inkeer komt, dan over negenennegentig rechtvaardigen, die geen inkeer nodig hebben.”

 

Fundamenten van het Stadsontwerp
Auteur: Marcel Smets
Illustraties: Heinrich Altenmüller
Vormgeving: Atelier Sven Beirnaert
Hardcover, 96 pag.
Public Space 2020
ISBN NL 9789491789250

GERELATEERDE DOSSIERS