Doorzoek volledige site
07 december 2020

Atelier Kempe Thill breidt zorgcampus Heist-op-den-Berg uit met stadsvilla’s i.s.m. Daniel van Doorslaer

Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN
Illustratie | © ULRICH SCHWARZ, BERLIN

In 2013 wonnen Atelier Kempe Thill en Daniel van Doorslaer een wedstrijd op uitnodiging voor de nieuwbouw van een zorgcampus  Ten Kerselaere in het Vlaams-Brabantse Heist-op-den-Berg in. De opgave bestond uit de substantiële uitbreiding van een bestaand woonzorgcomplex voor ouderen uit de jaren 70 met circa 120 nieuwe wooneenheden. Als concept werd een masterplan voorgesteld met vier langgerekte stadsvilla's in een open, autovrij parklandschap. Het eerste gerealiseerde bouwproject betreft een wooncomplex met 36 rolstoeltoegankelijke assistentiewoningen.

Het concept van de stadsvilla’s speelt enerzijds in op de kleinschalige en landelijke context van het gebied en benadrukt het met zijn twee- tot drie verdiepingen tellende gebouwen het horizontale karakter van het Vlaamse landschap. Anderzijds maakt het masterplan met individuele gebouwen een stapsgewijze implementatie mogelijk met een redelijke mate van architecturale vrijheid voor elk gebouw. Elk van de stadsvilla's is specifiek ontworpen voor de behoeften van hun respectievelijke doelgroep. Bij het ontwerp volgt elke stadsvilla de mogelijkheden van de projectafhankelijke financiering en bijhorende specifieke ontwerprichtlijnen. Het resultaat van het masterplan is een gedifferentieerd "ouderenzorglandschap" dat de maatschappelijke complexiteit van de ouderenzorg in de 21e  eeuw zichtbaar maakt en gelijktijdig reflecteert.
 

Wonen met atrium en wintertuin

Het eerste gerealiseerde bouwproject betreft een wooncomplex met 36 rolstoeltoegankelijke assistentiewoningen. Alle appartementen zijn ontworpen met een as-maat van 7,20 m en uitgevoerd als circa 62 m2 grote tweekamerappartementen met open keukens. Op de gebouwhoeken zijn grotere driekamerappartementen van circa 90 m2 voorzien. Alle appartementen hebben een individuele wintertuin van 7 m breed, waardoor het gehele jaar door van het balkon gebruik gemaakt kan worden.

Het gebouw is zeer compact georganiseerd en is voorzien van slechts twee trappenhuizen en één lift. Alle appartementen zijn ontsloten via een centraal atrium met galerijen. Dit atrium brengt veel daglicht binnen in het hart van het gebouw en stimuleert sociale interactie tussen de bewoners. In gebruik als royale gemeenschappelijke ruimte met een open toog vormt het atrium het ruimtelijk middelpunt van de “assistentievilla” en representeert het de bewonersgemeenschap.

De gerealiseerde gebouwtypologie is opvallend compact met aan de korte zijde een diepte van ruim 28 m. Hiermee ontstond een ideale conditie voor economisch bouwen, waarbij met een minimum aan middelen een maximum aan kwaliteit aan de bewoners kon worden geboden.
 

Hard en zacht

De verschijningsvorm van het nieuwe gebouw wordt van buitenaf bepaald door een gevel van hoogwaardige prefab betonelementen. De grote antracietkleurige geveldelen zijn vervaardigd van wit beton met zwarte pigmenttoeslag, en zijn daarnaast gepolijst en gehydrofobeert. De wintertuingevel bestaat uit 1,80 m brede verdiepingshoge, glazen schuifelementen in slanke aluminium profielen. De binnengevel van de wintertuinen is uitgevoerd in grijs stucwerk in combinatie met donkergrijs geanodiseerde aluminium kozijnen. In de kopgevels van het gebouw zijn zeer royale, geïsoleerde schuifpuien voorzien.

Het resultaat is een robuuste en onderhoudsarme gevel die ideaal is voor het vochtige zeeklimaat van Vlaanderen. De donkere kleur is gekozen om een ​​zo terughoudend mogelijke verwijzing naar de context te creëren en daarbij het groen van de omgeving sterker te laten spreken. Hierdoor heeft de gevel het karakter van een neutrale achtergrond waarbij de activiteiten van de bewoners op de balkons zichtbaar worden en deze gelijktijdig onderdeel worden van de architectonische beleving.

De binnenzijde wordt gekenmerkt door een sterk contrast met de verschijningsvorm aan de buitenzijde. Het atrium is zeer helder en wordt overspoeld met zonlicht. De vloer is afgewerkt met zandsteenkleurige tegels, alle balustrades zijn volledig glas en op de tweede verdieping is een ​​glazen brandwerende wand rondom het atrium voorzien om het interieur zo luchtig en open mogelijk te maken. De woningentreedeuren zijn met veel aandacht speciaal voor het project ontworpen en zijn gemaakt van massief eiken. Het resultaat is een zeer verwelkomende en huiselijke sfeer.
 

Ideaal prototype

 De compacte, en industrieel vervaardigde, gebouwtypologie heeft een zeer beperkt geveloppervlak en efficiënte ontsluiting. Ook de gebouwentechnieken zijn hierbij dusdanig ontworpen dat verlaagde plafonds grotendeels achterwege konden blijven en het kanaalverloop zo kort mogelijk is. Dit maakte het mogelijk om extra kwaliteiten aan te bieden zoals de grote wintertuinen, een gemeenschappelijke zitruimte in het atrium en de toepassing van zeer hoogwaardige materialen. Deze kwaliteiten sluiten vanuit het oogpunt van de architecten zeer nauw aan bij de behoeften van de bewoners en maken het gebouw tot het perfecte prototype voor deze bouwopgave.

GERELATEERDE DOSSIERS