Doorzoek volledige site
14 december 2020 | FILIP CANFYN

Steen & Been: De Felix

Illustratie | Stad Gent

Onze huiscolumnist Filip Canfyn heeft zich al meermaals schriftelijk druk gemaakt (‘A family affair’, 18 januari 2016, ‘Ont-oostendiseren’, 7 maart 2017 en ‘A family affair bis’, 24 augustus 2020) over de verwaarlozing van het Zwembad van Oostende van architecten Paul Felix en Jan Tanghe. Nu brengt hij eens goed nieuws van het brutalistisch front.

Nog altijd krijgt het Zwembad van Oostende, van de hand van architecten Paul Felix (1913-1981) en Jan Tanghe (1929-2003), geen andere toekomst dan de verrotting en het verval. Nog altijd wordt dit brutalistisch erfgoed, met dat verwarmd zeewater en dat onnavolgbaar dak-plafond, niet herbestemd, dus niet gered.
 

"Leuk, tof en warmhartig wordt alleszins de naam van die vernieuwde wijkmotor, die door de buurt, de toekomstige gebruikers en het ontwerpteam gekozen werd: de Felix. Wat een hommage! En wat een primeur! Voor zover ik weet heeft geen enkele binnenlandse architect een gebouw met zijn eigen familienaam. De balk van Beel bestaat wel maar de Beel niet. Noch de Lampens, de Crepain, de Robbrecht of de Stynen, de Hoste, de Braem."

 

De Stad Gent doet het dan veel beter dan de koningin der badsteden en der gemiste kansen. In Gentbrugge wordt het vroegere dienstencentrum (1968-1974) van Paul Felix fijnzinnig getransformeerd tot een stedelijke hub, tot een 24/7-ontmoetingsstek met levendige functies (kunstacademie, buurtruimten, wijkbieb, leescafé, stadsloketten, werkplekken, Freinetschool, zelfs een politiecommissariaat). Voor het ontwerp tekenen TRANS architectuur|stedenbouw, die met het Leietheater in Deinze één van de markantste gebouwen van de laatste jaren gemaakt hebben. Ze brengen bovendien Util en Boydens als ingenieurs mee, dus dit verhaal zit hoe dan ook goed. Een verhaal van intelligente recyclage, duurzame renovatie en spitante toevoegingen. Het originele gebouwencomplex, dat het epitheton ‘sober brutalisme’ meekrijgt, moet zeker niet als het sterkste werkstuk van Paul Felix beschouwd worden (het Zwembad heeft véél meer eeuwigheidswaarde) maar wordt door Trans geapprecieerd omwille van zijn “dienende en genereuze ruimtelijkheid”.

Leuk, tof en warmhartig wordt alleszins de naam van die vernieuwde wijkmotor, die door de buurt, de toekomstige gebruikers en het ontwerpteam gekozen werd: de Felix. Wat een hommage! En wat een primeur! Voor zover ik weet heeft geen enkele binnenlandse architect een gebouw met zijn eigen familienaam. De balk van Beel bestaat wel maar de Beel niet. Noch de Lampens, de Crepain, de Robbrecht of de Stynen, de Hoste, de Braem.

De Felix dus. Hopelijk brengt dit de bouwpromotoren van de Noordwijk niet op een idee. Een fout idee door l’embarras du choix: welk van de vele kantoorgedrochten moet uitverkoren worden om de Jaspers genoemd te worden?