Doorzoek volledige site
17 december 2020 | LIESBETH VERHULST

LAVA Architecten en Team van Meer transformeren neogotisch Rommelaere-complex in Gent tot open BEN-campus

Illustratie | LAVA Architecten
Illustratie | LAVA Architecten
Illustratie | LAVA Architecten
Baertsoenkaai Illustratie | LAVA Architecten
Pesthuis Illustratie | LAVA Architecten
Illustratie | LAVA Architecten
Inkom Hospitaalstraat Illustratie | LAVA Architecten
Historisch Rommelaere Instituut Illustratie | Universiteitsarchief UGent
Historisch pharmacodynamisch instituut Illustratie | Universiteitsarchief UGent
Historisch labo Illustratie | Universiteitsarchief UGent
Illustratie | Universiteitsarchief UGent

LAVA Architecten heeft i.s.m. Team van Meer, Bollinger + Grohmann en Studiebureel Heedfeld de ontwerpwedstrijd gewonnen voor de restauratie en herbestemming van het Rommelaere-complex in Gent. Geënt op de neogotische architectuur van de site, zal het vernieuwde complex onder meer een gastronomisch restaurant, een training & learning center, kantoren en het Museum voor de Geschiedenis van de Geneeskunde huisvesten. In samenwerking met Gevelinzicht onderzoekt het ontwerpteam hoe het complex Bijna-Energieneutraal kan worden.

Het Rommelaere-complex is gelegen vlakbij de Bijloke in Gent. In het begin van de 20ste eeuw ontwierp stadsarchitect en UGent-professor Louis Cloquet de gebouwen om een plaats te geven aan geneeskundig onderzoek. Hygiëne was een belangrijke innovatie binnen de geneeskunde op dat moment. Dat vertaalt zich ook in de architectuur, met labogebouwen die strikt van elkaar waren afgescheiden en ook binnenin de gebouwen stonden de labo’s niet direct met elkaar in verbinding.

Cloquet beschouwde het complex als didactisch studiemateriaal voor zijn studenten waarbij de hele neogotische catalogus aan bod kwam. Dat verklaart de verscheidenheid aan torens, trappenpartijen, deuren, vast meubilair, ... . Hij wou het artistieke en wetenschappelijke aspect verenigen met een sterke focus op de implementatie van technieken. Het gebouw was destijds uitgerust met de meest geavanceerde technieken voor verlichting, verluchting, verwarming, waterzuivering- en afvoer.

Maatschap LAVA/Team van Meer! Architecten & co restaureert, reorganiseert en herbestemt het complex in opdracht van de Universiteit Gent. De instituten met hun vele eigenaardigheden en specifieke elementen vragen om ontworpen te worden vanuit hun torentjes, tussenverdiepingen, spiltrapjes en gaanderijen. Het oorspronkelijke opzet van de gebouwen vormt een aanknopingspunt voor het ontwerpend onderzoek. 

Veelheid aan functies

“De vernieuwde campus zal een rijk gamma aan diensten aanbieden”, vertelt Thomas Delauré van LAVA Architecten. “Er komt een gastronomisch restaurant en een training & learning center waar men opleidingen kan geven aan studenten, personeel en externen. Daartoe voorzien we een hele reeks lokalen en auditoria waarbij steeds een aparte ruimte is voorzien voor het organiseren van banketten. De derde functie omvat een veelheid aan kantoren voor organisaties die allemaal een link hebben met de Universiteit Gent. Verder richten we twee conciërgewoningen in op de site én het Museum voor de Geschiedenis van de Geneeskunde. Dit museum herbergt een bijzondere collectie die we beter trachten te ontsluiten in samenwerking met het Gents UniversiteitsMuseum (GUM).”
 

Bijna-energieneutraal

De wens van de opdrachtgever bestond erin om het hele complex BEN of Bijna-energieneutraal te maken, rekening houdend met de erfgoedwaarden. “In samenwerking met onze partners zijn we nu volop aan het onderzoeken hoe we dat kunnen realiseren. Van muuropbouw over isolatie tot technieken, we zijn alle elementen grondig aan het analyseren en simuleren om te komen tot de best mogelijke oplossing”, legt Thomas Delauré uit.


Beleving

Hoewel de opdracht vertrekt vanuit een eerder technische vraagstelling – het aaneenrijgen van uiteenlopende functies in een BEN-gebouw, rekening houden met de erfgoedwaarden - heeft LAVA Architecten van bij het begin ingezet op beleving. “Bij het ontwerpen van elk nieuw project verplaatsen wij ons in de toekomstige gebruikers van het gebouw om te achterhalen hoe zij het gebouw beleven. In dit geval denken we aan de academicus die hier een congres bijwoont, de rolstoelgebruiker die een bezoek brengt aan loopbaanbegeleider Divergent, of de muziekliefhebber die na een concert in de Bijloke iets komt drinken in de bistro. Ons ontwerp is vanuit hun beleving vertrokken.”


Integraal toegankelijk

Hoewel het programma heel divers is, heeft LAVA Architecten getracht er één lijn in te trekken. Het hele complex wordt van binnenuit georganiseerd en volledig doorwaadbaar gemaakt. Thomas Delauré: “Voorheen waren de labogebouwen en ook de labo’s binnenin strikt van elkaar afgescheiden omwille van hygiënische redenen en onderzoek op besmettelijke ziektes. Wij wilden die geslotenheid doorbreken en er een open campus van maken. Dat is in zekere zin contradictorisch met de architectuur, maar we lossen dit op met één simpele beweging: het voormalige ‘pesthuis’  in een van de torentjes  - waar vroeger aan pestonderzoek werd gedaan - richten we in als centrale onthaalruimte van waaruit het hele complex integraal toegankelijk wordt gemaakt. De meest markante ruimtes bevinden zich – net zoals in het originele ontwerp – op de eerste verdieping die we over de volledige lengte van de site ontsluiten met een glazen passerelle, waarmee ook vroeger een deel van de gebouwen uitgerust was. De passerelle draagt tegelijk bij aan de isolatie van de gevels. De toegankelijkheid wordt verder bewerkstelligd door liften toe te voegen in nieuwe torentjes. Ook binnenin de gebouwen trachten we de geslotenheid zoveel mogelijk te doorbreken. Hoe verscheiden het programma ook is, door alle wegen eerst naar het pesthuis te leiden en ze daar terug te laten vertrekken, lossen we die complexiteit in één beweging op.”

“De sterkte van ons ontwerp is dat we de synergie opzoeken tussen al die verschillende functies. Ook worden alle restruimtes op de site ten volle benut waardoor we nauwelijks moeten bijbouwen. Al onze toevoegingen baseren we op de historische architectuurtaal in een moderne variant”, besluit Thomas Delauré.