Doorzoek volledige site
19 januari 2021 | MICHEL CHARLIER

Delva-Les Pierreries, sluitstuk van een industriële reconversie

Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a
Illustratie | Una|a

In het noorden van Brussel worden de resterende industriële kankers beetje bij beetje weggewerkt. Dit resulteerde onder meer in Delva-Les Pierreries, een ambitieuze ontwikkeling van Antonissen Group. De architecten van Urban Nation Architects & Associates (Una|a) stonden in voor het ontwerp en Democo als aannemer. Het project is een van de laureaten van BeCircular 2020. 

 

Het project in de Emile Delvastraat vervolledigt de transformatie van een voormalige industriële site in het noorden van Brussel naar een stedelijker, residentieel geheel. De voornaamste industriële resten bestonden uit de gashouder van de voormalige gasfabriek van Essegem, de gebouwen van de wijn- en sterkedrankspecialist ‘Etablissements Fourcroy’ en de industriële machinefabrikant Stork Frères et Compagnie en een groot steenhouwersatelier.

 

Eerste reconversie

De gashouder, die gelegen was op de westelijke helft van de site, maakte deel uit van de eerste reconversie. Enkele bestaande gebouwen werden omgevormd tot appartementen, maar de meeste industriële overblijfselen werden in het begin van de jaren zeventig gesloopt om plaats te maken voor een omvangrijk wooncomplex dat ontworpen is volgens de principes van de internationale stijl. Vier decennia later startte de reconversie van de oostelijke zijde. In 2012 werden de voormalige kantoren van Stork Frères omgevormd tot loftappartementen, terwijl het magazijn van de firma plaatsmaakte voor een klein woonblok en een voedingswinkel. Na de afbraak van de gebouwen van ‘Etablissements Fourcroy’ startte de realisatie van de gemengde ontwikkeling ‘Hippodroom’, die een vierhonderdtal appartementen, een woonzorgcentrum, een klein dagopvangcentrum en een paar winkels omvat.

"Ons actieterrein – het voormalige steenhouwersatelier, dat er al jaren verlaten bij lag – was het ontbrekende puzzelstukje van deze stedelijke herontwikkeling", aldus Una|a. "Het bevindt zich op het kruispunt van de Emile Delvastraat en een nieuwe straat die in het kader van het Hippodroom-project werd aangelegd. Dankzij deze prima ligging kijkt het uit op de beschermde gevels van appartementencomplex Foyer Laekenois, een prachtig art-decogebouw dat in het begin van de jaren twintig van vorige eeuw werd ontworpen door enkele gerenommeerde architecten, waaronder Joseph Diongre, Adolphe Puissant, Paul Bonduelle en Jean-Baptiste Dewin."

 

Levendig straatbeeld, woonbeleving en respect voor de buurt

"Ons project is ontworpen in een ‘L-configuratie’ langs de twee straten en draagt zo bij tot een duidelijke en coherente stedelijke structuur in een wijk uit het begin van de twintigste eeuw, die voornamelijk wordt gekenmerkt door gesloten bouwblokken. Opteren voor een reeds beproefde en niet-invasieve stedelijke morfologie – bouwen aan de rand van de woonblok – leek ons de juiste manier om een decennium van stedelijke herontwikkeling te voltooien", vertellen de architecten.

Het project omvat 82 appartementen en professionele ruimtes op het gelijkvloers. Elke verticale kern heeft een toegang, zowel via de straat als via de tuin, om het gebruik van de gemeenschappelijke tuin te stimuleren. Bovendien doet een grote doorsteek aan de Delvastraat dienst als hoofdingang van het complex, waar passanten tevens een glimp van de tuin kunnen opvangen. Aan weerszijden van deze inkompartij bevinden zich twee gemakkelijk toegankelijke fietsenstallingen op de begane grond, die het gebruik van ‘zachte vervoersmiddelen’ bij de bewoners bevorderen.

"De vele inspringingen en openingen in de gevels dragen net als de variaties in de volumes bij tot een dynamisch ritme langs de 140 meter lange nieuwe gevels. De voorgestelde materialen zijn sober en hedendaags. Ze creëren een zachte visuele dialoog met de architectuur van de geklasseerde gebouwen aan de overkant van de straat."

 

Unieke gemeenschappelijke tuin

Met zijn 3000 m² is de tuin zo groot als een klein stadspark. Dankzij die afmetingen wordt het een uitermate bijzondere plek in het hart van een vrij dicht stedelijk weefsel. Een ‘hoofdstraat’ langs het gebouw zal toegang bieden tot de tuin. Aan de ene kant zullen weelderige struiken de privacy van de terrassen van de appartementen op de begane grond garanderen, aan de andere kant wordt het regenwater opgevangen in een wadi, waarna het ter plaatse zal infiltreren. De wadi wordt uitgerust met planten die aangepast zijn aan vochtige omstandigheden en kleine houten platformen die de hoofdstraat verbinden met de eigenlijke tuin.

 

Knipoog naar het verleden

"Hoewel de bestaande gebouwen geen uitzonderlijke historische waarde hadden, is er in samenwerking met de lokale overheden bijzondere aandacht besteed aan de geschiedenis van de site", leggen de architecten uit. "Zo worden de imposante stenen blokken die achterbleven toen de laatste steenhouwer zijn activiteiten stopzette gerecupereerd als vormgevende objecten in de landschapsarchitectuur van de tuin. Voorts worden de overgebleven stenen omgevormd tot wandelpaden en borduren."

Andere artefacten die representatief zijn voor de vroegere activiteiten op de site worden bewaard op een externe locatie. Enkele elementen werden aan La Fonderie geschonken, een vereniging annex museum dat gewijd is aan de rijke industriële geschiedenis van de Brusselse regio. De prachtige vrijstaande rolbrug was te imposant om in de tuin geïntegreerd te worden en kon evenmin terecht in de collectie van La Fonderie. Het meest indrukwekkende overblijfsel van het industriële verleden van de site werd aan de Verbeke Foundation geschonken, waar ze met fierheid pronkt aan de inkom van dit privémuseum voor moderne kunst.