Doorzoek volledige site
22 januari 2021

Vernieuwing stationsomgeving Mechelen komt op kruissnelheid

Illustratie | NMBS
Illustratie | NMBS
Illustratie | NMBS
Illustratie | NMBS
Illustratie | NMBS
Illustratie | NMBS
Illustratie | NMBS
Illustratie | NMBS
Illustratie | NMBS
Illustratie | Infrabel
Illustratie | Infrabel

Wie al eens de trein naar Mechelen neemt, kan er niet naast kijken. Er wordt naarstig voortgewerkt aan de vernieuwing van de stationsomgeving. Eind vorig jaar voltooiden Infrabel en NMBS de Spoorbypass. De nieuwe spoorlijn verhoogt de capaciteit in en rond het station van Mechelen en zal ook de mobiliteit van en naar Brussel en de luchthaven verder verbeteren. Op 14 december nam NMBS de bijhorende perrons 11-12 in dienst, een belangrijke fase in de volledige vernieuwing van het station en de bredere stationsomgeving. Tegen 2027 zou het integrale ontwerp van Salvatore Bono en Brent Turchak realiteit moeten zijn. Bono is mede-oprichter van BOVAArchitects maar tekende zijn ontwerpvisie voor het Mechelse station uit als projectarchitect van Euro Immo Star en Eurostation. Turchak deed dat in hoedanigheid van design manager bij NMBS Stations. 

Een strategische spoorlijn voor een nog betere mobiliteit

De Spoorbypass (3,2 km) is een nieuwe spoorlijn die twee extra sporen en twee nieuwe perrons (aan de achterkant van het station Mechelen) omvat. Dankzij deze nieuwe spoorinfrastructuur verhoogt de capaciteit die nu zal benut worden om de lopende stationswerken in Mechelen stapsgewijs te realiseren. De nieuwe sporen 11 en 12 worden gebruikt om de nodige capaciteit te kunnen behouden waardoor er gefaseerd aan de andere sporen kan worden gewerkt.

Op termijn en na de afwerking van de perronsporen 7-8-9-10 zullen via de Bypass-sporen de binnenlandse (NMBS) en internationale (Thalys, Eurostar, Benelux) treinen ook sneller door het station Mechelen kunnen rijden (160 km/u in plaats van 100 km/u). Dit zal dan voor een vlottere doorstroming zorgen op de strategische spoorverbinding Brussel - Mechelen - Antwerpen - Nederland.

De Spoorbypass zal aansluiten op de Diaboloverbinding naar de luchthaven en tevens zorgen voor een verdere verbetering van de mobiliteit van en naar Brussel. Het station Mechelen zal verder  uitgroeien tot een belangrijk en strategisch knooppunt op het Belgische spoorwegnet. De totale investering van Infrabel voor de Bypass Mechelen bedraagt +/- 170 miljoen euro.

 

Bijkomende perrons in dienst: belangrijke fase vernieuwing station

Parallel met de indienststelling van de Spoorbypass werden eind 2020 in het station van Mechelen de nieuwe, bijkomende perrons 11 en 12 geopend voor de reizigers en het treinverkeer. Daarbij wordt letterlijk de schijnwerper geplaatst op de imposante, transparante boogstructuur aan de Arsenaalzijde van het station, dat de volgende jaren zal uitgroeien tot een belangrijke mobiliteitshub.

De ingebruikname van sporen 11 en 12 vergroot de capaciteit van het station op de belangrijke spooras tussen Antwerpen en Brussel. Daarmee treedt de sinds 2012 lopende transformatie van het station van Mechelen en de stationsomgeving in een nieuwe fase die zich de volgende jaren vooral op het station zélf zal concentreren.

De nieuwe overkapping van sporen 11 en 12 licht al een eerste tipje van de sluier op van hoe het nieuwe station – een ontwerp van de Italiaanse architect Salvatore Bono en zijn Canadese collega Brent Turchak  - er zal gaan uitzien. Voor de vormgeving van het stationsgebouw liet de architect zich inspireren door de Vierendeelbruggen over de Leuvense Vaart. Door de boogvorm van deze beschermde monumenten door te trekken in de overkapping van het station, betoont hij niet alleen respect voor de Mechelse spoorweggeschiedenis, maar betrekt hij meteen ook de unieke aanwezigheid van een waterweg in het ontwerp. 

De gevels van de stationsbogen aan de achteringang van het station (Arsenaalzijde) en de lichtstraten van de luifels van perrons 11 en 12 werden bekleed met duurzame en onderhoudsvriendelijke luchtkussens om reizigers tegen weer en wind te beschermen. De luchtkussens worden uit op fluor gebaseerd kunststof vervaardigd, worden daarna in een metalen profiel geklemd en vervolgens met lucht opgepompt.

Het is de eerste keer dat dergelijke innovatieve oplossingen in een Belgisch station worden gebruikt.  Ze zijn zeer transparant (zorgen dus voor veel daglicht), vuilwerend (want anti-statisch) en, belangrijk voor de draagstructuur, ook zeer licht. De onderste lagen van de gevel – ter hoogte van de perrons – zijn wel uit glas vervaardigd.

De bekleding van de luifels over de sporen wordt met hout afgewerkt. De perrons 11 en 12 zijn met trappen, roltrappen en met  liften bereikbaar.
 

Multimodaal verkeersknooppunt

Aan de Arsenaalzijde van het station bevindt zich de ondergrondse parking (geopend in 2018), het toekomstige nieuwe busstation van De Lijn en een P&R zone die vanaf eind 2021 gekoppeld wordt aan de Tangent, de nieuwe ontsluitingsweg voor de stationsomgeving. Naast het spoor bevindt zich ook een belangrijke fietsostrade. Daarmee groeit de Arsenaalzijde (waar ook een nieuw stadsdeel wordt ontwikkeld) uit tot een multimodaal verkeersknooppunt.


Nieuwe fase in stationsvernieuwing aangebroken

De volgende jaren worden de overige perrons (1 tot 10) stapsgewijs volledig vernieuwd, krijgt het stationsgebouw twee parallelle onderdoorgangen en wordt ook de voorkant (kant stadscentrum) met dezelfde transparante gevel als de achterzijde bekleed. Het reizigersonthaal verschuift - vanuit de multimodale optiek - naar de hoofdonderdoorgang van het nieuwe station, op de kruising van de voetgangersstromen tussen trein, bus en parking.

In de volgende fase (voorjaar 2021) wordt het bestaande reizigersgebouw afgebroken en in de lente van 2022 worden perrons 1 en 2 vernieuwd. Daarna komen de andere perrons aan de beurt. Ze worden telkens verlengd en verbreed.

Een modern station wil ook volledig in het stedelijke weefsel geïntegreerd zijn, en zal daarom volledig publiek doorwaadbaar zijn via een publieke plaza die doormidden onder de sporen en perrons van het nieuwe station passeert. Het geheel wordt met pleinen en parken omringd. Via de plaza verbindt het vernieuwde station het bestaande stadscentrum met de nieuwe stadsontwikkeling aan de Arsenaalzijde.

 

Het station als ontmoetingsplek

Dit publiek plein vormt een belangrijke pijler binnen de ontwerpvisie van Salvatore Bono, die zich focust zich op de mens in al zijn wisselende gedaanten: de reiziger, de bewoner, de toevallige passant, de werknemer en de genieter. De voorbijganger wordt uitgenodigd om hier halt te houden, de ruimte te ontdekken en te verpozen. Heel het concept van het station wordt gekenmerkt door dit meervoudige gebruik. Zo krijgen de spoorperrons niet alleen de functie van het op- en afstappen, maar worden ze ook stedelijke terrassen. Het gebruik van warme materialen, die worden ingezet op een menselijke schaal, zorgt er bovendien voor dat de ruimten niet functioneel aanvoelen. Zo zal het plafond van de perronoverkapping bestaan uit duurzame houtsoorten en komt er een vloer in natuursteen. Het optimale gebruik van daglicht is een ander belangrijk architectuurelement van het ontwerp. Zo creëert bijvoorbeeld de dynamische golving van de perronoverkapping een filter van natuurlijk licht.

Het ontwerp is erop gericht om een nieuwe dialoog op gang te brengen tussen het station en de stad. Ook het archetype van het station wordt verlaten. Waar een station traditioneel gekenmerkt wordt door een stationsplein, een ontvangstgebouw en een perronoverkapping, vloeit het stationsgebeuren in het ontwerp van Bono en Turchak haast naadloos over in de openbare ruimte. Het station overstijgt hierdoor het ‘mobiliteitstransferium’ en wordt een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

 

Uitkijken naar 2027

Tegen 2027 is het nieuwe station afgewerkt en begint een nieuw hoofdstuk in de Mechelse treingeschiedenis, dat tegen dan stilaan aankijkt tegen de 200ste verjaardag van de eerste Europese treinrit (tussen Mechelen en Brussel) in 1835.

NMBS investeert in totaal zo’n 105 miljoen EUR in de vernieuwing van het station en de stationsinfrastructuur, waarvan zo’n 13 miljoen EUR voor perrons 11 en 12.