Doorzoek volledige site
22 januari 2021

OPINIE. Lorenzo Van Tornhaut: ‘Minimum ereloon is het failliet van de waardigheid van de architect’

Illustratie | Pexels

Johan Rutgeerts, architect-urbanist en prof. em. aan de KU Leuven – riep begin deze week op architectura.be alle beroepsverenigingen op om een minimum ereloon voor architecten te bedingen bij de Europese Commissie. Lorenzo Van Tornhaut, ir.-arch. en gastprofessor aan de KU Leuven – houdt er een totaal andere visie op na. In dit opiniestuk legt hij uit waarom.

Beste meneer Rutgeerts,

U haalt in uw opiniestuk terecht aan dat de erelonen die architecten vragen dikwijls erg laag liggen, en veelal te laag om de sector de financiële voeding te geven die het nodig heeft. Dit hoeft geen verder betoog, en werd al grondig onderzocht door u.

Het is echter zo dat architecten zich quasi nooit de vraag stellen hoe dit komt. En als men zich de vraag stelt dan kijkt men steeds naar de andere actoren in de bouwwereld. Overheden schrijven wedstrijden uit met ereloon als gunningscriterium, ontwikkelaars persen ons uit, particulieren schatten ons niet naar waarde, etc.
Zelden kijkt men in de spiegel en vraagt men zich af of men niet te veel inhoudelijk hooi op de vork neemt, met als gevolg dat ze verplicht zijn zaken te doen waar anderen misschien beter in zijn? Enkel op een blauwe maandag doet men aan nacalculatie. Quasi geen enkele vakgroepvoorzitter breekt fundamenteel een lans voor management als vak binnen een architectuuropleiding. 

Er is één gouden waarheid binnen de economie: mensen betalen graag voor wat men naar waarde schat, of waar men denkt meer te kunnen voor terugkrijgen. Dat de sector systematisch onderbetaald wordt (en daardoor economisch moeilijk leefbaar is voor velen) is simpelweg het gevolg van dat men veel taken op zich neemt waar de klant niet denkt voldoende waarde voor terug te krijgen.

Dan maar forceren met een wettelijk minimum-ereloon voor een wettelijk takenpakket?
Dat is eigenlijk de handdoek in de ring gooien: 'we geven het op als sector. Overheid: kom te hulp a.u.b.’. Het is een verdoken vorm van sectorbrede subsidiëring, en een symptoom van een structurele fout. We zagen het bij de koolmijnen, de staalsector. We zien het bij de landbouwsector waar Europees geld boeren amper nog boven water houdt, en men zou het nu ook willen voor de architecten. Ik schat onze sector hoger in dan dat!

De gelijktrekking met de notarissen of medische sector gaat niet op. Het grote verschil is dat architecten, teneinde hun ontwerpen te realiseren, buiten hun eigen sector moeten treden. Er bestaat niet zoiets als een ontwerpend (arch.) arts en een uitvoerend arts (aannemer). Ook een notaris doet alles binnen de eigen sector. De taken/verantwoordelijkheden die prof. em. Rutgeerts dan oplijst voor de architect gaan evengoed op voor de ingenieur stabiliteit/technieken of aannemer. In die logica is een wettelijke minimumvergoeding evenzeer te verdedigen. Hoeveel bouwgebreken zouden niet vermeden kunnen worden mocht men niet de openbare werken toekennen aan de goedkoopste, maar aan diegene die voor zichzelf voldoende marge houdt? De gemiddelde winstmarge van grote aannemingsbedrijven is immers ook niet om over naar huis te schrijven.

Bovendien: een minimum ereloon die voor de architect garanties oplevert, daar moeten ook garanties voor de bouwheer tegenover staan. Ik denk echter niet dat men de minimumerelonen wil ten koste van een resultatenverbintenis.

Ook de impliciete gelijktrekking van ‘publiek belang’ met ‘openbare orde’ gaat niet op. U schrijft over ‘eer, discretie en waardigheid' zelf: 'Moet niet elk beroep aldus uitgevoerd worden? Van sanitaire medewerker tot eerste minister?’. Hier heeft u overschot van gelijk. Voor geen enkele sector mag er een ‘race to the bottom’ zijn die mispraktijken in de hand werkt. Dus welke beroepen vallen hier dan wel onder? Dit doet denken aan de discussie rond ‘zware beroepen’. De coronacrisis heeft aangetoond dat de beroepen van écht publiek belang niet diegene zijn die men meteen voor de geest haalt. Dat advocaten toevallig wel onder deze definitie vallen, daarvoor kijkt men idealiter naar de opleidingsachtergrond van de meeste van onze parlementairen.

Het mag duidelijk zijn dat wat mij betreft een minimum ereloon het failliet is van de waardigheid van de architect. Een sector die zichzelf niet langer in staat stelt haar plaats in een economisch weefsel zelfstandig op te eisen. Bovendien zouden we daardoor opnieuw een zeldzaamheid zijn binnen de Europese architectenfamilie. Maar daar zorgt de wet van ’39 al voor.