Doorzoek volledige site
25 januari 2021 | FILIP CANFYN

Steen & Been: Happy birthday!

MAS, Antwerpen Illustratie | Calips
Stadshal, Gent Illustratie | Tim Van De Velde

Onze huiscolumnist Filip Canfyn vindt in zijn archief een artikel over het wondere jaar 2011, toen vier iconische gebouwen (bijna) in gebruik werden genomen. Hij nodigt de lezer uit een fles van een goed jaar (een Bordeaux van 2011 bijvoorbeeld) te ontkurken en mee te toosten op de gezondheid van deze glorieuze jarigen.

Het MAS van Neutelings-Riedijk Architecten in Antwerpen werd op tien jaar tijd een evidentie, alsof het er altijd al stond en vooral moest staan. Ik noemde het ooit in De Morgen (11.05.11.) “een stedelijk fenomeen van verticaal topniveau, een Boerentoren van de 21ste eeuw”, en ik neem daar geen woord van terug. Dat overweldigend gebruik van rode zandsteen en golvend glas en die boeiende binnenpromenade, almaar hoger om de stad letterlijk onder de voet te lopen, blijven diep en prettig imponeren. Het Mas heeft nu ook een restaurant met drie sterren maar had er zelf al vijf in de relevante architectuur-gids. Santé!

De Stadshal van Robbrecht & Daem en Marie-José Van Hee in Gent heeft onterecht een hobbeliger parcours moeten afleggen om ook een evidentie te worden. Vandaag is deze majestueus overdekte plek een stedelijke ontmoetingspool, ook dankzij het grand café en het park onder haar. Wat ooit als de schuur op poten werd beschimpt zou Gent voor geen geld ter wereld meer kunnen missen. Er past zelfs al dankbaarheid voor ‘De Maagd’ van Michaël Borremans, de schitterende parel op dit briljant juweel van juiste architectuur. Santé!

De Abdij van bOb Van Reeth (voor AWG-Architecten) in Westvleteren heeft één nadeel: de cisterciënzers houden alleen de Pelgrimskapel, een schrijn van devote tederheid, open voor de wereld. Ik noemde dit gebouwd geheim in ‘Trap(pist)’ (20.09.17.), naar aanleiding van een zeldzaam toegestaan bezoek, een monument-in-wording van een monument. “Wie wil weten hoe poëzie eruit ziet, wie wil ontdekken waarom soberheid niet simpel is, wie wil ervaren hoe architecten klanten kunnen aanvoelen: één adres.” Ik heb daar eigenlijk niets meer aan toe te voegen, behalve het gelukzalig gevoel dat ik met mijn bierverbruik nog altijd meebetaal voor deze stenen stilte. Santé!

Het Crematorium van Edouardo Souto de Moura en SumProject in Kortrijk mag afsluiten, het doet dat toch dagelijks. Ik kom er daarom niet graag (afscheid nemen van geliefden blijft pijnlijk) maar als ik er dan toch ben, ben ik er graag. Dit gebouw neemt je bij de hand en de schouder, om je zacht en begripvol te leiden door prangende momenten. Schoonheid wordt troost, hier kan zak en as achtergelaten worden en de achteruitkijkspiegels opgeblonken, zoals ik in ‘Denk, bid, werk maar bewonder’ (20.10.14.) al schreef. Zorgvuldigheid in elk detail streelt de ziel en als je buitenkomt stijg je omhoog, richting het oneindige kerkhoflandschap van Bernardo Secchi, die daar verstrooid ligt, in alle betekenissen. Santé!